
Jaarbegroting en meerjarenbegroting
Bij het opstellen van de begroting is rekening gehouden met de voorgenomen fusie, waarbij de koers van Woonpartners de basis vormt. Dit betekent:
- De kaderbrief van Woonpartners is leidend.
- In onderstaande overzichten worden de geconsolideerde begrotingscijfers gepresenteerd.
- Uitzondering hierop zijn de cijfers bij ‘begroting 2025’ en ‘prognose 2025’; deze hebben alleen betrekking op het Woonpartners-deel. Hiermee behouden we de aansluiting met de goedgekeurde begroting 2025.
Het samenvoegen van verschillende systemen, processen en werkwijzen is een complex proces, zeker in relatie tot de beschikbare tijd. Dit heeft invloed op de nauwkeurigheid van de begroting 2026; niet alle relevante data is op dezelfde manier beschikbaar of kan volledig geanalyseerd worden.
In de komende periode werken we aan een verdere verdieping en verfijning, wat zal resulteren in een gedegen meerjarenbegroting voor 2027-2031. Het definitief scheidingsvoorstel nemen we hierin ook mee (ten tijde van het opstellen van de begroting 2026 was het scheidingsvoorstel namelijk nog niet gereed).
Begroting in relatie tot nationale en regionale afspraken
De basis voor de meerjarenbegroting is ons huidige portefeuilleplan 2020 - 2030 en de actuele ontwikkelingen rondom de Nationale Prestatieafspraken en Woondeal 2022.
Woondeal en prestatieafspraken
In 2023 is de Woondeal Zuidoost Brabant ondertekend. De corporaties behoorden tot de ondertekenende partijen. Met de ondertekening heeft ook Woonpartners zich geconformeerd aan de toevoeging van 45.130 bruto nieuwbouwwoningen in de regio Zuidoost Brabant in de periode 2022 – 2030. Vanuit de fair share gedachten betekent dit een bruto nieuwbouwopgave van 6.450 woningen in Helmond ofwel een netto toevoeging van 6.000 woningen waarvan 1/3 sociaal (= netto 2.000 woningen). De netto toevoeging is de basis voor de prestatieafspraken 2025 en 2026 met de gemeente. De actieve corporaties in Helmond voldoen gezamenlijk aan de opgave.
Ook Woonpartners levert haar bijdrage. De opgave ligt in lijn met ons portefeuilleplan 2020 – 2030. De bijdrage van Volksbelang is vanwege de financiële situatie nagenoeg nihil, maar dit vangen de corporaties gezamenlijk op. De voorgenomen fusie heeft dan ook geen invloed op de realiseerbaarheid van de afspraken voortkomend uit de Woondeal en de prestatieafspraken met de gemeente.
In 2025 wordt de Woondeal herijkt en vastgesteld. De nieuwbouwopgave wordt hierin geüpdate inclusief de aantallen die volgen uit het Beethovenconvenant. Vooralsnog heeft dat geen consequenties voor de opgave tot en met 2030. De gemeente Helmond stuurt in haar prestatieafspraken 2026 nog altijd op een netto-toevoeging van 2.000 sociale woningen.
Nationale prestatieafspraken: E, F en G-labels
Om de energielasten voor huurders te verlagen en bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen, is in de Nationale Prestatieafspraken vastgelegd dat alle woningen met een energielabel E, F of G uiterlijk in 2028 uitgefaseerd moeten zijn. Wij zorgen ervoor dat al deze woningen (m.u.v. de monumenten) vóór 2029 worden aangepakt en voldoen daarmee aan de eliminatieplicht. Dit doen we deels via grootschalige renovatieprojecten en deels met een individuele aanpak per woning.
Realiseerbaarheid meerjarenbegroting
De begroting is niet alleen een financieel document, maar vooral een hulpmiddel om verantwoorde keuzes te maken, onze ambities te realiseren en risico’s beheersbaar te houden. Vanzelfsprekend blijven we vasthouden aan onze doelen (het terugdringen van het woningtekort en het bieden van passende woningen), maar tegelijkertijd constateren we dat de investeringsopgave in de afgelopen jaren niet in het gewenste tempo is gerealiseerd. Aangezien we veel waarde hechten aan een realistische begroting, treffen we de volgende maatregelen:
- In tegenstelling tot voorgaande jaren hebben alle ingerekende nieuwbouwaantallen in 2026 en 2027 een projectlocatie- en naam. Het percentage nieuwbouwwoningen zonder locatie is daardoor sterk afgenomen (van 77% in de begroting 2025 naar 15% in de begroting 2026 van de totaal ingerekende nieuwbouwaantallen).
- Voor de nieuwbouwprojecten geldt dat er een ruimere realisatieperiode is aangehouden dan voorgaande begrotingen. Daarmee sluiten de verwachte kasstromen beter aan bij ervaringen uit de praktijk.
- Met de gemeente Helmond zijn we in gesprek om tot een gezamenlijke nieuwbouwplanning te komen. We hebben nog geen algehele overeenstemming. Daar waar andere inzichten zijn, volgen we onze eigen planning.
- Voor de bestaande voorraad zetten we in op de verduurzamingstrein. We hebben de werkzaamheden gebundeld bij vaste partners. Door onze partners vanaf de start te betrekken en samen te leren, kunnen we de uitvoering beter afstemmen op de begroting.
Scenario’s en inzet vermogen
De toekomst laat zich niet precies voorspellen. Door het werken met scenario’s kunnen we beter inspelen op onzekerheden en zijn we op de hoogte van de mogelijke financiële gevolgen. In bijlage 2 zijn alle scenario's uitgebreid beschreven en uitgewerkt, inclusief mogelijke combinatiescenario's. Daarnaast is er specifiek aandacht besteed aan het doemscenario, waarbij we hebben onderzocht hoe we dit intern effectief kunnen oplossen.
Meerjarenbegroting 2026-2030
Meerjarenbegroting 2026-2030
De meerjarenbegroting laat de ontwikkeling van de cijfers t/m 2030 zien.
| Begroot 2026 | Begroot 2027 | Begroot 2028 | Begroot 2029 | Begroot 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | |||||
| Huuropbrengsten | 81.233 | 86.390 | 91.243 | 100.457 | 106.534 |
| Opbrengsten servicecontracten | 3.921 | 4.070 | 4.226 | 4.350 | 4.474 |
| Nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille | 566 | 487 | 1014 | 838 | 1.060 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 15 | 15 | 15 | 14 | 14 |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 85.735 | 90.962 | 96.498 | 105.659 | 112.082 |
| BEDRIJFSLASTEN | |||||
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 915 | 960 | 629 | 533 | 537 |
| Ov. waardeveranderingen MVA en vastgoedportefeuille | 34.314 | 48.123 | 28.481 | 16.955 | 33.955 |
| Lonen en salarissen | 8.005 | 7.013 | 7.065 | 7.584 | 7.961 |
| Sociale lasten / pensioenlasten | 2.270 | 2.551 | 2.648 | 2.751 | 2.879 |
| Onderhoudslasten | 24.238 | 26.320 | 22.748 | 25.539 | 28.419 |
| Overige bedrijfslasten | 17.593 | 16.896 | 17.001 | 18.360 | 19.122 |
| Totaal bedrijfslasten | 87.335 | 101.863 | 78.572 | 71.722 | 92.873 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | -1.600 | -10.901 | 17.926 | 33.937 | 19.209 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 43.928 | 43.837 | 45.113 | 48.888 | 51.303 |
| Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 1.968 | 2.600 | 4.523 | 1.659 | 1.330 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -14.407 | -17.747 | -21.947 | -25.430 | -27.369 |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 29.889 | 17.789 | 45.615 | 59.054 | 44.473 |
| Belasting resultaat uit gewone bedrijfsvoering | -4.460 | -2.892 | -6.654 | -10.664 | -11.310 |
| Resultaat uit deelnemingen | - | - | - | - | - |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 25.429 | 14.897 | 38.961 | 48.390 | 33.163 |
Bovenstaande cijfers zijn vertaald naar een aantal ratio’s, die aan de eisen van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) worden getoetst. In bijlage 1 zijn de ratio’s voor de jaren 2026-2030 opgenomen. In dit hoofdstuk lichten we de toetsing van de ratio’s nader toe.
Op basis van de ratio’s kunnen we concluderen dat Woonpartners voldoet aan de eisen die Aw en WSW stelt.
Het resultaat na belastingen in de komende jaren is fors. Deze resultaten worden in grote mate beïnvloed door de waardeveranderingen van het vastgoed. Deze waardeveranderingen vertegenwoordigen echter geen kasstroom en zijn dus alleen te zien op papier. Om onze maatschappelijke opgave te kunnen realiseren en een duurzame bedrijfsvoering in stand te houden, is het van belang dat we kijken naar de werkelijke uitgaven en inkomsten, namelijk onze kasstromen. De liquiditeitsprognose is in bijlage 3 en 4 opgenomen.
Kasstromen 2026 - 2030
In de onderstaande kasstroomprognose staan de inkomsten en uitgaven die we de komende 5 jaren verwachten. Hierbij zijn de herwaarderingen en afschrijvingen niet meegenomen omdat deze posten niet tot de kasstroom behoren.
De operationele kasstromen (huur minus salarissen, onderhoud, heffingen, rente en overige kosten) zijn de komende vijf jaren positief. Deze middelen investeren we in nieuwbouw en renovatie van bestaand bezit (inclusief energetische maatregelen). We moeten, volgens het aflossingsschema, de komende jaren circa € 111,2 miljoen aan bestaande leningen terugbetalen (zie hoofdstuk 6 Treasury jaarplan).
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Operationele kasstromen | 15.818 | 18.283 | 19.419 | 15.962 | 15.557 | 85.039 |
| Investeringskasstromen | -103.975 | -125.700 | -147.567 | -60.700 | -57.325 | -495.267 |
| Financieringskasstromen | -16.220 | -22.837 | -28.327 | -19.038 | -24.820 | -111.242 |
| Aan te trekken leningen | 100.473 | 130.254 | 156.475 | 63.776 | 66.588 | 517.566 |
| Totale kasstroom | -3.904 | 0 | 0 | 0 | 0 | -3.904 |
Algemeen: Waarderingsgrondslagen en uitgangspunten
In de begroting, de jaarrekening en de overige verantwoordingsinformatie wordt het vastgoed vanaf boekjaar 2025 gewaardeerd tegen beleidswaarde, ook wel beleidswaarde 2.0 genoemd. Hierbij wordt er gerekend met een sociale disconteringsvoet. Dit is verder toegelicht in paragraaf Beleidswaarde.
In deze begroting presenteren we de categoriale resultatenrekening omdat dit een beter inzicht geeft in de opbrengsten en kosten. In bijlage 3 is de functionele resultatenrekening opgenomen.
De waardering van het vastgoed is gebaseerd op het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024. Hierin is ook de berekeningswijze van de beleidswaarde opgenomen.
Uitgangspunten begroting:
- De begroting is gebaseerd op het geldend (huur)beleid.
- De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben.
- Bij de samenstelling van de resultatenrekening zijn dezelfde grondslagen voor resultaatbepaling toegepast als in voorgaande jaren.
- Als vergelijkende cijfers zijn de begrotingscijfers 2025 en de prognose 2025 opgenomen. Er is een vergelijking gemaakt met de begroting 2025 en of we in lijn lopen met de prognose 2025 met peildatum juli 2025. Echter hebben deze cijfers alleen betrekking op het Woonpartners-deel en zijn toegevoegd ter informatie.
- Onrendabele investeringen nieuwbouw worden twee jaar voor oplevering van het project verantwoord. De onrendabele investeringen in bestaand bezit worden in het jaar van oplevering van de projecten verantwoord.
- De gebruikte economische parameters (zoals onder andere inflatie, kostenstijgingen en de leegwaardestijging) sluiten aan bij de door de Aw gepubliceerde ‘Leidraad economische parameters dPi 2025’.
Huurprijsaanpassing
Voor de begroting 2025 hebben we de huren met peildatum 01-07-2025 gebruikt. De Nationale Prestatieafspraken 2025-2035, die Aedes, VNG en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) hebben gesloten, heeft voor een verandering van het kader met betrekking tot het huurbeleid gezorgd. Vanaf 2026 is opgenomen dat voor de maximale jaarlijkse huursomstijging een driejaars gemiddelde van de inflatie wordt gehanteerd. Bij de jaarlijkse huurverhoging wordt geen inkomensafhankelijke huurverhoging ingerekend.
Voor de periode 2026-2030 wordt een huurstijging van 3,63% (2026), 3,10% (2027) 3,01% (2028),3,49% (2029) en 3,47% (2030) ingerekend. Alle genoemde percentages komen uit de Leidraad economische parameters dPi 2025.
Kostenstijging
De percentages van de kostenstijging voor 2026-2030 zijn afkomstig uit de publicatie Leidraad economische parameters dPi 2025. Daarbij is gekeken naar ramingen van de volgende bronnen: het Centraal Planbureau, de Nederlandse Bank en Ortec Finance.
De Aw publiceert ook de cijfers voor de jaren 2031-2035. Deze zijn voor deze begroting niet relevant, maar worden gebruikt voor de aanlevering van het 10 jaars kasstroomoverzicht.
Voor de lange termijn (vanaf 2036) gaan we ook uit van de percentages zoals ze zijn opgenomen in de Leidraad economische parameters dPi 2025. De Aw heeft de lange termijn-parameters ten opzichte van voorgaand jaar gelijk gehouden.
% Kostenstijging 2025-2029
| Jaar | % algemeen beheer | % onderhoudskosten | % looninflatie |
|---|---|---|---|
| 2026 | 3,04 | 3,00 | 3,53 |
| 2027 | 2,83 | 2,26 | 3,18 |
| 2028 | 2,95 | 2,83 | 3,39 |
| 2029 | 2,94 | 2,92 | 3,49 |
| 2030 | 2,86 | 3,14 | 3,47 |
| 2031-2035 | 2,41 | 3,06 | 2,99 |
| 2036 e.v. | 2,00 | 2,50 | 2,50 |
Risico’s
In het kader van de fusie is een due-diligence onderzoek uitgevoerd waarbij de risico’s en aandachtspunten van de samengevoegde organisaties zijn opgenomen. In 2026 gaan we aan de slag om deze risico’s beheersbaar te maken. Het operationeel risicomanagement wordt weer geactualiseerd.
Algemene economische ontwikkelingen
Woonpartners houdt de economische ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. In 2026 zal de economische groei in Nederland gematigd zal zijn. De inflatie zal naar verwachting licht afnemen, wat de koopkracht van huishoudens ten goede komt, ondanks een krappe arbeidsmarkt waar de lonen nog steeds stijgen. De werkloosheid blijft laag, terwijl de overheidsfinanciën verslechteren. Wereldwijde onzekerheid en handelsspanningen en de politieke onzekerheid blijven een risico voor de Nederlandse economie. We zullen de risico’s van deze economische ontwikkelingen de komende tijd blijven monitoren en indien nodig de begroting/prognose hierop bijstellen. Dit is verder uitgewerkt in bijlage 2: Scenario’s.
Beleidswaarde
De beleidswaarde is met ingang van verslagjaar 2026 de verplichte waarderingsgrondslag voor woningcorporaties en vervangt hiermee de marktwaarde. De beleidswaarde is een waardering die beter aansluit bij de volkshuisvestelijke keuzes van de corporatie, in plaats van bij de marktwaarde. De Aw en het WSW gebruiken de beleidswaarde voor de financiële beoordeling van corporaties.
De beleidswaarde wordt afgeleid van de modelmatige marktwaarde, waarbij de marktconforme uitgangspunten in de bepaling van de marktwaarde worden vervangen door de volkshuisvestelijke exploitatie uitgangspunten van de corporatie. De uitgangspunten voor de beleidswaarde zijn nu nog vastgelegd in het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. De verwachting is dat eind oktober/begin november 2025 het laatste Handboek Marktwaarde zal verschijnen. Daarna vervalt dit handboek en komt er een Handboek Beleidswaarde voor in de plaats. Dit nieuwe handboek zal vergelijkbaar zijn met het bestaande Handboek Marktwaardering en moet zorgen voor eenduidige toepassing van de beleidswaarde door alle corporaties.
Realiseerbaarheid marktwaarde in verhuurde staat
De marktwaarde van het vastgoed in exploitatie stijgt eind 2026 naar € 2.185 miljoen (jaarrekening 2024: € 1.933 miljoen). De stijging van € 252 miljoen betreft voor het grootste gedeelte de autonome mutatie (€ 218 miljoen) volgens de economische leidraad dPi 2025. Daarnaast stijgt de marktwaarde als gevolg van voorraadmutaties door nieuwbouw en aankoop (€ 56 miljoen). De totale stijging wordt gedeeltelijk opgeheven door voorraadmutaties door sloop en verkoop (- € 22 miljoen).
De beleidswaarde komt eind 2026 uit op € 1.327 miljoen. Dit komt neer op 60,8% van de marktwaarde in verhuurde staat. Het verschil (€ 858 miljoen) tussen marktwaarde in verhuurde staat en beleidswaarde is de maatschappelijke bestemming. Daarmee is nog niet bepaald welke waarde deze inzet voor de doelgroep representeert (het maatschappelijk rendement).
Het verloop van de marktwaarde in verhuurde staat naar beleidswaarde wordt in onderstaand overzicht schematisch getoond.
Beschikbaarheid
We willen voldoende huurwoningen blijven aanbieden aan onze doelgroepen, daarom verkopen wij slechts beperkt woningen. We willen onze bestaande voorraad sociale huurwoningen op peil houden.
In de marktwaarde in verhuurde staat is per marktwaardecomplex een waarde bepaald op basis van het uitpondscenario en het doorexploiteerscenario. De hoogste van deze twee scenario’s moet als waarde op de balans worden meegenomen. In deze stap Beschikbaarheid wordt voor de gehele woongelegenhedenportefeuille het doorexploiteerscenario toegepast. Daarnaast vervallen de overdrachtskosten in deze stap.
De afslag voor beschikbaarheid bedraagt € 93 miljoen (-4,27%) en is hiermee hoger ten opzichte van de jaarrekening 2024 (€ 14 miljoen, -0,74%).
Betaalbaarheid
De woningen die we aanbieden, moeten betaalbaar zijn en blijven voor de doelgroepen die we bedienen. We willen de maximaal haalbare huur die mogelijk is in de markt niet vragen aan onze huurders. In deze stap wordt de markthuur vervangen door de streefhuur (beleidshuur). Daarnaast verwerken we in deze stap het eigen beleid voor de jaarlijkse huurverhoging, waarbij we rekening houden met de Nationale Prestatieafspraken. De afslag voor betaalbaarheid bedraagt € 621 miljoen (-28,44%) en ligt hiermee iets lager in vergelijking met de jaarrekening 2024 (-30,39%).
De marktconforme kwaliteit- en beheerkosten komen tot uitdrukking in: kwaliteit en beheer.
Kwaliteit
We maken extra kosten voor onderhoud om ervoor te zorgen dat onze woningen in goede staat blijven. Deze extra kosten zijn niet meegenomen in de berekening van de marktwaarde in verhuurde staat. Het eigen onderhoudsbeleid wijkt dus af van de in de marktwaarde gehanteerde marktnormen. In deze stap van de beleidswaarde worden de componenten mutatieonderhoud en instandhoudingsonderhoud vervangen door een eigen onderhoudsnorm. De beleidswaarde gaat uit van variatie in onderhoudsbedragen per jaar, gebaseerd op de 60-jarige meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) van Woonpartners. Daarnaast worden de verplichte investeringsuitgaven voor E-, F-, en G-labels in deze stap meegenomen. Het verschil tussen het ingerekende onderhoud in de marktwaarde en de beleidswaarde is € 384 miljoen (-17,58%) waarmee deze in lijn ligt met de afslag in de jaarrekening 2024 (-18,09%).
Beheer
Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en voor een goede dienstverlening aan de huurders uit onze doelgroep maken we extra kosten voor beheer. Deze extra kosten zijn niet meegenomen in de berekening van de marktwaarde in verhuurde staat. In deze stap van de beleidswaarde worden de componenten beheerkosten, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten vervangen door een eigen beheernorm. Deze eigen beheernorm is gebaseerd op de jaarlijkse werkelijke uitgaven. Net als voorgaande jaren is er sprake is van een kleine opslag. Deze kleine opslag komt doordat de beheernorm van Woonpartners iets lager is in vergelijking met de beheernorm zoals deze in de marktwaardering wordt gehanteerd. Voor de begroting 2026 is dit € 12 miljoen (0,53%). Vorig jaar was dit een opslag € 29 miljoen (1,48%).
Disconteringsvoet
In deze afslag wordt de disconteringsvoet voor de beleidswaarde volledig losgetrokken van de marktwaardering. Er wordt gerekend met één sociale disconteringsvoet waarmee alle kasstromen contant worden gemaakt. Hierbij wordt enkel nog onderscheid gemaakt tussen DAEB en niet-DAEB. Voor de begroting 2026 (en dPi 2025) is de disconteringsvoet voor DAEB vastgesteld op 4,11%, voor niet-DAEB ligt deze op 4,60%. De invoering van deze stap heeft een positief effect op beleidswaarde. Voor de begroting 2026 komt deze uit op een opslag van € 230 miljoen (10,52%) waarmee deze in lijn ligt met de jaarrekening 2024 waarin sprake was van een opslag van € 210 miljoen (10,86%).
Ratio's
Woonpartners heeft gekozen voor een administratieve scheiding. De activa, passiva, opbrengsten en kosten zijn, volgens wettelijke bepalingen, toebedeeld aan de DAEB en niet-DAEB tak. Het type vastgoed en de huurprijs (per ingaan huurcontract) bepalen of een vastgoedobject tot DAEB of niet-DAEB behoort. Als posten niet rechtstreeks toe te wijzen zijn aan DAEB of niet-DAEB activiteiten, dan worden deze toegerekend door middel van een verdeelsleutel.
De gepresenteerde cijfers hebben betrekking op de DAEB- en niet-DAEB-tak samen. In het Treasury jaarplan en bij de ratio’s geven we deze resultaten wel afzonderlijk weer omdat beide takken apart beoordeeld worden.
Door de aanpassing van de berekening van de beleidswaarde hebben de Aw en het WSW ook de grenswaarden voor de (relevante) ratio’s aangepast. Zij geven daarbij aan dat bij de bepaling van de nieuwe grenswaarden al rekening gehouden is met operationele en marktrisico’s en dat zij het niet noodzakelijk achten om een aanvullende buffer aan te houden.
Woonpartners heeft besloten om geen opslag meer op de normen van de Aw/ WSW te hanteren. Woonpartners heeft hiervoor een aantal redenen:
- De grenswaardes van de normen van de AW/WSW zijn transparant berekend. Hierin zijn al een aantal risico's meegenomen.
- De nieuwe systematiek voor het bepalen van de beleidswaarde is consistenter door een stabielere disconteringsvoet en het beter afstemmen van de beheer en onderhoudsnormen op de begroting van Woonpartners. Hierdoor zijn de ratio's beter te voorspellen.
Verder spelen nog een aantal andere factoren een rol:
- Woonpartners rekent bij het opstellen van de begroting al een aantal scenario's door waaronder gecombineerde scenario's. Hierdoor ontstaat inzicht in de mogelijke effecten hiervan op de ratio's.
- Woonpartners is bezig om de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) te optimaliseren waardoor een beter inzicht ontstaat op langere termijn.
- Woonpartners monitort aan de hand van het 3-compartimentenmodel of sprake is van een financieel duurzaam beleidsmodel.
- De horizon van de begroting voor een periode van 10 jaar wordt kwalitatief steeds beter ingevuld waardoor er beter inzicht ontstaat voor de middellange termijn.
In de onderstaande tabel zijn de kengetallen voor 2026 gepresenteerd en kort toegelicht. Woonpartners voldoet aan de eisen van de toezichthouders en de eisen uit haar eigen financieel beleid.
| Omschrijving | Norm Autoriteit Wonen | Woonpartners 2026 | |
|---|---|---|---|
| DAEB | min | max | |
| ICR | 1,40 | n.v.t. | 2,24 |
| LTV (netto o.b.v. beleidswaarde) | 70% | 40% | |
| Solvabiliteit (beleidswaarde) | 30% | 59% | |
| Dekkingsratio (netto o.b.v. marktwaarde leningen) | 70% | 23% | |
| schuldrest per vhe (* € 1.000) | n.v.t | 46,8 | |
| Niet-DAEB | min | max | |
| ICR | 1,80 | n.v.t. | 2,25 |
| LTV (netto o.b.v. beleidswaarde) | 70% | 27% | |
| Solvabiliteit (beleidswaarde) | 30% | 73% | |
| Dekkingsratio (o.b.v. marktwaarde leningen) | 70% | 25% | |
| schuldrest per vhe (* € 1.000) | n.v.t | 34,7 | |
Het verloop en omschrijving van de kengetallen in de jaren 2025 tot en met 2029 is opgenomen in bijlage 1.
Jaarbegroting 2026
In de onderstaande tabel is op hoofdlijnen de jaarbegroting 2026 opgesteld naast de jaarbegroting 2025 en de prognose van het jaar 2025. De grootste afwijking is zichtbaar in de post overige waardeveranderingen MVA en de niet gerealiseerde waardeverandering van de vastgoedportefeuille. Deze posten worden verder toegelicht.
| Begroot 2026 | Begroot 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | |||
| Huuropbrengsten | 81.233 | 58.805 | 57.902 |
| Opbrengsten servicecontracten | 3.921 | 2.590 | 2.720 |
| Nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille | 566 | 249 | 438 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 15 | 18 | 18 |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 85.735 | 61.662 | 61.078 |
| BEDRIJFSLASTEN | |||
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 915 | 727 | 790 |
| Ov. waardeveranderingen MVA en vastgoedportefeuille | 34.314 | 51.063 | 51.063 |
| Lonen en salarissen | 8.005 | 5.284 | 5.154 |
| Sociale lasten / pensioenlasten | 2.270 | 1.719 | 1.737 |
| Onderhoudslasten | 24.238 | 18.071 | 17.958 |
| Overige bedrijfslasten | 17.593 | 11.113 | 12.381 |
| Totaal bedrijfslasten | 87.335 | 87.977 | 89.083 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | -1.600 | -26.315 | -28.005 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 43.928 | 27.281 | 27.281 |
| Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 1.968 | 1.549 | 1.714 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -14.407 | -8.549 | -7.659 |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 29.889 | -6.033 | -6.669 |
| Belasting resultaat uit gewone bedrijfsvoering | -4.460 | -5.280 | -4.256 |
| Resultaat uit deelnemingen | - | - | 0 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 25.429 | -11.313 | -10.925 |
Toelichting
jaarbegroting 2026
In de jaarbegroting zijn de gepresenteerde cijfers van de begroting 2026 (gefuseerde entiteit), begroting 2025 (individueel Woonpartners)en de prognose 2025 (individueel Woonpartners) opgenomen volgens de geldende regelgeving.
Bedrijfsopbrengsten
Huuropbrengsten
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Huren | 82.476 | 59.812 | 58.795 |
| Huurderving | -1.243 | -1.007 | -893 |
| Totaal | 81.233 | 58.805 | 57.902 |
De prolongatie per 1 juli 2025 vormt de basis voor de begroting 2026. Punten die van invloed zijn op de te verwachte mutaties in de huuropbrengsten:
- In de Nationale Prestatieafspraken 2025-2035 is afgesproken dat de huuraanpassing 2023-2025 gebaseerd wordt op het driejaars gemiddelde van de inflatie.
- Ontwikkeling van de huuropbrengsten door: o geplande verkoop en sloop;
- oplevering nieuwbouw;
- overige effecten (o.a. huurharmonisatie, aftopping, verlaging /verhoging bij mutatie). - Voor de huurderving is gerekend met 1%. Bij een aantal groepswoningen en een dagbestedingsruimte wordt 20% leegstand ingerekend. Deze panden zijn minder courant en de huurcontracten hebben een korte opzegtermijn. In geval van sloop worden de woningen vanaf 2 jaar voor sloop op leegstand gezet.
- De huuraanpassing past binnen de huursombenadering.
- Er is geen huurverhoging ingerekend naar aanleiding van energetische maatregelen. Ook is geen inkomensafhankelijke huurverhoging verwerkt.
- Een besluit over de huuraanpassing over 2026 wordt begin 2026 opgesteld.
Huurbeleid
In ons huurbeleid gaan we uit van differentiatie, waarbij de streefhuur voor de gereguleerde woningen gebaseerd wordt op gemiddeld 72% van de maximale huur. In diverse sessies wordt dit huurbeleid verder gedifferentieerd per wijk en per complex en soortgelijke woningen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de prestatieafspraken. Door de nieuwe systematiek voor het bepalen van de puntenwaardering zijn de maximaal redelijke huren meer dan gemiddeld gestegen. Daardoor voldoen we niet meer aan het huurbeleid.
De systematiek wordt in 2025 geëvalueerd en in 2026 zal een nieuw of aangepast huurbeleid opgesteld worden.
Opbrengsten servicecontracten
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten servicecontracten | 3.921 | 2.590 | 2.720 |
Dit zijn de bijdragen die bewoners betalen voor de servicecontracten. De exploitatie is zodanig opgezet dat deze nagenoeg alle kosten dekt. Eventuele overschotten of tekorten verrekenen we rechtstreeks met de bewoners. Wat betreft het glas- en rioolfonds en de servicekaart zijn de saldi voor rekening van Woonpartners. De bedragen zijn gebaseerd op een schatting en deze zijn dit jaar verhoogd vanwege stijgende kosten. Dit is inclusief de exploitatie van blokverwarming en warmtepompinstallaties. Deze waren voorheen extern ondergebracht. We brengen een administratievergoeding in rekening. De kosten voor de servicekosten staan onder de overige bedrijfslasten.
Netto verkoopresultaat vastgoedportefeuille
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Verkoop onroerende zaken | 566 | 249 | 438 |
| Aantal woningen (bestaand bezit) | 10 | 10 | 10 |
| Aantal woningen (VoV) | 0 | 0 | 0 |
Onder de post Verkoop onroerende zaken is in 2026 de verkoop van bestaand bezit opgenomen. Het gepresenteerde bedrag betreft het netto verkoopresultaat. Dit resultaat wordt bepaald door de boekwaarde en de verkoopkosten in mindering te brengen op de verkoopopbrengst. Het netto verkoopresultaat is in vergelijking met voorgaand jaar verdubbeld. Dit wordt ten eerste verklaard doordat de verkoopprijs ten opzichte van voorgaand jaar is gestegen. Daarnaast hebben de aangewezen verkopen 2026 een lagere boekwaarde ten opzichte van de in 2025 aangewezen woningen, wat tot een hogere netto verkoopresultaat leidt.
Woonpartners heeft in de toekomst op beperkte schaal verkoopopbrengsten nodig om de portefeuilleambities te realiseren. Voor 2026 en daaropvolgende jaren worden 10 verkopen per jaar ingerekend.
Overige bedrijfsopbrengsten
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Steunpuntbijdragen | 15 | 18 | 18 |
| Totaal | 18 | 18 | 18 |
De post steunpuntbijdragen betreft een subsidie van de gemeente die we ontvangen voor de kosten van de steunpunten Kortenaer, Brouwhorst en Rozenhof. Deze bijdragen nemen per jaar af. De overige vergoedingen en de bijdrage van de woningaanpassing (WAP) zijn minimaal of onzeker en niet opgenomen in de begroting.
Bedrijfskosten
Afschrijvingen op materiële vaste activa en vastgoedportefeuille
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Afschrijvingen | 915 | 727 | 790 |
De afschrijvingen in 2026 zijn begroot op € 915.000 en betreffen afschrijvingen op materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie: € 219.000 op het kantoor, € 622.000 op I&A, € 31.000 op inventaris en € 43.000 op vervoermiddelen. De geprognotiseerde afschrijvingen stijgen ten opzichte van de begroting 2025 als gevolg van ICT-investeringen en door aanschaf van inventaris.
Overige waardeveranderingen materiële vaste activa en vastgoedportefeuille
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Overige waardeveranderingen MVA | 34.314 | 51.063 | 51.063 |
Deze waardeverandering bestaat allereerst uit mutaties in de voorziening onrendabele investeringen materiële vaste activa in ontwikkeling als gevolg van sloop, aankoop en nieuwbouw.
De mutatie als gevolg van voorziening onrendabele investeringen heeft in 2026 betrekking op 160 eenheden die gepland zijn in het jaar 2028. De mutatie als gevolg van sloop heeft in 2026 betrekking op het project Floriskwartier en het project van Hooftstraat.
Naast sloop-en nieuwbouw zijn ook de onrendabele investeringen bestaand bezit hier opgenomen. De onrendabele investeringen in bestaand bezit verantwoorden we in het jaar van oplevering van de projecten. De bijbehorende kasstromen worden wel verdeeld over diverse jaren. Dit blijkt uit het kasstroomoverzicht zoals in hoofdstuk 6 is opgenomen. In 2026 hebben deze voor het grootste gedeelte betrekking op het renovatieproject flats Vinkelaan/Fazantstraat/Adelaarsplein en op het renovatieproject Wethouder Ebbenlaan/Uithoornseweg/Willem Prinzenstraat.
Lonen en salarissen
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Brutoloonkosten | 7.301 | 5.983 | 5.831 |
| Doorberekende salariskosten | -1.749 | -1.455 | -1.276 |
| Pensioenen | 1020 | 787 | 724 |
| Sociale lasten | 1250 | 932 | 1013 |
| Subtotaal | 7.822 | 6.247 | 6.292 |
| Tijdelijk personeel | 2453 | 756 | 600 |
| Totaal | 10.275 | 7.003 | 6.892 |
De begroting 2026 wordt gekenmerkt door de fusie met Volksbelang en is aan de hand van de Strategische Personeels Planning (SPP) opgesteld. Hierin zijn de effecten uit de Fusie Effect Rapportage meegenomen.
Uitgangspunten voor de berekening van de post lonen, salarissen en sociale lasten zijn:
- De op 01-04-2025 geldende premies voor sociale verzekeringen en pensioenpremies;
- De basisformatie van 2025 met daarbij een aantal vacatures die per 01-05-2025 nog moesten worden ingevuld;
- Een cao-verhoging van 2,15 % per 1-1-2026 en 0,5% per 1-9-2026 en een stijging van de Eindejaarsuitkering naar 4% in 2026, conform de CAO Woondiensten 1 april 2025 – 1 april 2027.
- De actuele salarisinschaling van de medewerkers per 01-01-2025;
- Een periodieke verhoging van gemiddeld 2% voor de medewerkers die nog niet het eindniveau van de voor hun geldende salarisschaal hebben bereikt.
De brutoloonkosten zullen in 2025 lager uitvallen dan begroot. Dit komt door later invullen van een ontstane vacature, het vervallen van een aantal functies (zie toelichting formatie) en het goedkoper invullen van vacatures in tijd of brutoloonkosten. De CAO verhoging is wel hoger uitgevallen dan begroot. Per 1 april 2025 is de CAO-stijging 2,85% en per 1 september 1,0% geweest. Daarnaast stijgt de eindejaarsuitkering naar 4% waarmee we in veel gevallen hoger uitkomen dan de Woonpartners eigen regeling van € 750 netto bij fulltime dienstverband. In de begroting van 2025 is rekening gehouden met een stijging van 2,5% over het hele jaar.
Ondanks de verwachte lagere brutoloonkosten in 2025 prognosticeren we een stijging van de sociale premies. De gemiddelde sociale premies zijn hoger dan verwacht bij het opstellen van de begroting voor 2025. Ook is het gemaximeerde premieloon hoger dan verwacht waardoor over meer loon premie betaald wordt.
De geprognosticeerde pensioenlasten zijn lager dan begroot in 2025 door de lagere brutoloonkosten en doordat de loonstijging niet per 1 januari is doorgevoerd maar op een later moment met terugwerkende kracht naar 1 januari. Op grond van ons pensioenreglement wordt de pensioenpremie echter niet herrekend na 1 januari, ook niet met terugwerkende kracht. Bij ingang van het nieuwe pensioenstelsel per 1-1-2026 zal dit wel met terugwerkende kracht berekend worden.
Toelichting Formatie
Hieronder een overzicht en toelichting van de toename in fte’s in de begroting 2026 ten opzichte van de begroting 2025.
| Aantal fte | ||
|---|---|---|
| Formatie begroting 2026 | 86,6 | |
| Uitbreiding wegens fusie | 21,2 | |
| Einde vervanging ziekte | -/- | 1,0 |
| Vervallen functies | -/- | 3,0 |
| Minder ingevulde functies | -/- | 0,9 |
| Uitbreiding formatie | 3,2 | |
| Formatie begroting 2026 | 106,1 | |
| Doorbelasting gemeente | -/- | 2,0 |
| Doorbelasting collega corporaties | -/- | 1,3 |
| Doorbelasting projecten | -/- | 12,3 |
| Formatie na doorbelasting begroting 2026 | 90,5 |
Buiten de fusie om daalt per saldo het aantal fte’s in 2026. Tijdens de Strategische Personeel Planning (SPP) sessies is hier uitgebreid over gesproken en is de basis gelegd voor de begroting van 2026.
Na het opstellen van de begroting 2025 is een aantal functies vervallen door andere invulling van taken of anders te werken. Het betreft een technisch beheerder, een coördinator planmatig onderhoud en van de twee trainees in 2025 is één trainee opgenomen in de formatie als uitbreiding bij de klantadviseurs.
In 2025 is een dubbele invulling vanwege ziekte beëindigd en zijn diverse vacatures met minder fte’s ingevuld dan aanvankelijk begroot.
Daarnaast is in de begroting 2026 bij enkele functies het aantal Fte opgehoogd. Dit betreft een HR Adviseur (0,9 Fte), een extra klantadviseur (1 Fte), een extra medewerker ten behoeve van gebiedsontwikkeling (0,7 Fte) en een woonmakelaar (0,6 Fte). De uitbreiding van de klantadviseurs heeft te maken met de verruiming van het takenpakket door o.a. de urgentieregeling, verhuur en meer ruimte tot verdere ontwikkeling. We zien dat de complexiteit bij de verhuur toeneemt waardoor een uitbreiding van de formatie bij de woonmakelaars in de begroting 2026 is opgenomen.
Doorberekende salariskosten
Buiten de reguliere formatie wordt er een deel van de kosten (ongeveer 2 fte) voor de buurtbeheerders doorbelast aan de gemeente Helmond en 12,3 fte’s worden geactiveerd bij de projecten.
Sinds 2025 ondersteunen we twee collega corporaties met hun personeelszaken. Hiermee belasten we 1,3 fte door.
Voor de totale doorbelasting is € 1.749.000 in mindering gebracht op de post salariskosten (salaris, sociale lasten en pensioenlasten).
Tijdelijk personeel
Voor de begroting 2026 hebben we tijdelijk personeel begroot voor vervanging bij langdurig ziekteverzuim, tijdelijke projecten en het opvullen van formatie vanwege het moeilijk vervullen van vacatures.
In de nieuwe organisatie zal een aantal vacatures nog moeten worden ingevuld. Hiervoor zal in eerste instantie extra formatie worden ingehuurd. In de loop van 2026 zal dit opgaan in vaste formatie zoals we die in de begrote formatie hebben opgenomen conform de SPP. De begroting 2026 bestaat voornamelijk uit inhuur voor formatie. De inhuur voor tijdelijke projecten is in de begroting 2026 gedaald ten opzichte van de begroting 2025 doordat de samenwerking met een zelfstandige voor vastgoedprojecten is beëindigd. Benodigde expertise wordt afgenomen van een advieskantoor en wordt rechtstreeks op de projecten geboekt.
De kosten voor inleen vanwege langdurig ziekteverzuim blijven onvermijdelijk. Het verzuimpercentage in de eerste vier maanden van 2025 was 4,53%, vooral veroorzaakt door langdurig verzuim (3,4%). Daarmee blijven we wel binnen de gestelde norm van 4%.
In 2025 verwachten we een daling van de kosten voor inleen ten opzichte van de begroting 2025 onder andere vanwege de hierboven benoemde beëindiging van inhuur voor vastgoedprojecten.
In 2025 betreft het grootste deel van de kosten voor inleen kosten voor vervanging vanwege langdurig verzuim.
Onderhoudslasten
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Reparatieonderhoud | 3.895 | 2.599 | 2.899 |
| Mutatieonderhoud | 2.285 | 1.422 | 1.122 |
| Totaal dagelijks onderhoud | 6.180 | 4.021 | 4.021 |
| Planmatig onderhoud | 10.473 | 8.387 | 8.387 |
| Contractueel onderhoud | 2.636 | 2.015 | 2.015 |
| Overig onderhoud (vb. VvE’s, vraaggestuurd binnenonderhoud, schades) | 4.642 | 3.135 | 3.135 |
| Asbest | 307 | 513 | 400 |
| Totaal onderhoud | 24.238 | 18.071 | 17.958 |
Dagelijks onderhoud
De kosten voor het dagelijks onderhoud bij Volksbelang waren de afgelopen jaren, relatief gezien, hoger dan bij Woonpartners. Vanuit voorzichtigheid is daarom gekozen voor een ingroeimodel; in een periode van drie jaar bouwen we af naar de normen voor het dagelijks onderhoud van Woonpartners.
Planmatig onderhoud
Het planmatig onderhoud verschuift steeds meer naar een regisserende vorm van opdrachtgeverschap. De focus ligt op het slimmer bundelen en gelijktijdig uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, in samenwerking met vaste partners. De verwachte realisatie-index voor 2025 laat zien dat deze vorm meerwaarde biedt. In de komende periode verdiepen we ons verder in de onderhoudsbegroting van het Volksbelang-bezit en bekijken we waar optimalisatie mogelijk is. De uitkomsten nemen we mee in de begroting voor 2027.
Contractonderhoud
Naast het effect van de fusie zijn de kosten voor contracten zoals liftonderhoud en brandmeldinstallaties door indexatie licht gestegen ten opzichte van de begroting 2025.
Overig onderhoud
De begroting 2026 voor overig onderhoud bestaat uit twee posten. Allereerst zijn er de kosten voor VVE en schades. Daarnaast hebben we de post vraaggestuurd binnenonderhoud, met een begroting van circa € 4.000.000. Het vraaggestuurd binnenonderhoud omvat onderhoudsmeldingen van bewoners zoals het vervangen van keuken, badkamer en toilet.
Asbest
De post ‘asbest’ fungeert als een reserveringsbudget om eventuele kosten voor asbestverwijdering bij zowel planmatig als vraaggestuurd onderhoud op te vangen. De uitgaven van de afgelopen jaren vormen de basis voor de begroting van 2026, waarin circa € 300.000 is gereserveerd. Voor het Volksbelang-bezit geldt dat de kosten integraal onderdeel uitmaken van andere begrotingsposten. In de begroting voor 2027 kennen we één uniforme werkwijze.
Overige bedrijfslasten
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Overige personeelskosten | 547 | 423 | 448 |
| Huisvestingskosten | 366 | 205 | 230 |
| Bestuurskosten | 128 | 118 | 118 |
| Algemene kosten | 2.339 | 1.407 | 1.341 |
| Automatiseringslasten | 2.450 | 1.720 | 1.686 |
| Belastingen | 3.872 | 2.632 | 2.825 |
| Verzekeringen | 600 | 450 | 430 |
| Heffingen | 798 | 421 | 421 |
| Overige exploitatielasten servicekosten | 3.775 | 2.610 | 2.610 |
| Overige exploitatielasten | 740 | 407 | 357 |
| Leefbaarheid | 879 | 720 | 720 |
| Fusiekosten | 1.099 | 0 | 1.195 |
| Totaal overige bedrijfslasten (inclusief heffingen) | 17.593 | 11.113 | 12.381 |
In de geconsolideerde cijfers 2026 zijn de synergie voordelen uit de Fusie Effect Rapportage verwerkt. Daar waar de toename niet aan de fusie gerelateerd is zal hieronder een toelichting gegeven worden.
Zonder de geprognotiseerde fusiekosten in 2025 zou de prognose lager uit komen dan de begroting 2025. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere algemene kosten en automatiseringskosten dan begroot voor 2025.
Overige personeelskosten
We verwachten een stijging van de opleidingskosten en arbokosten. In 2025 zullen de begrote kosten voor werving en selectie niet toereikend zijn vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en type vacatures.
Huisvestingskosten
Het kantoor van Volksbelang is in eigendom waarvoor in 2026 de kosten nog door zullen lopen. Hierin is een synergievoordeel ingerekend voor bijvoorbeeld schoonmaakkosten e.d..
Bestuurskosten
In 2026 zal er sprake zijn van één RvC. De toename van de kosten bestaat uit de reguliere toename van de bezoldigings maxima en stijging van de overige bestuurskosten.
Algemene kosten
In 2026 wordt er weer een Woonpartnersdag georganiseerd waardoor de kosten voor communicatie zullen toenemen. Ook zullen de kosten voor AVG, urgentie- en kansenbeleid toenemen verwachten we. De kosten voor externe ondersteuning nemen met name af door de keuze voor een andere Fiscale adviseur.
Automatiseringskosten
Na de fusie zullen we vanuit één automatiseringssyteem werken. De kosten voor het huidige ERP systeem van Volksbelang lopen vanwege de contractsduur nog langer door. Vandaar dat er in 2026 naast de kosten voor extra licenties vanwege de toename van gebruikers in het gezamenlijke systeem, ook kosten voor het huidige ERP systeem van Volksbelang zijn opgenomen.
Heffingen
We kennen de volgende heffingen:
- Saneringsheffing
- Obligo WSW
- Bijdrage Aw
Saneringsheffing
Op dit moment verwacht het WSW dat er geen sprake zal zijn van een saneringsheffing. Corporaties hoeven daarom geen bedrag hiervoor op te nemen in dPi. Afhankelijk van nieuwe ontwikkelingen of nieuwe inzichten zouden deze verwachtingen op enig moment anders kunnen worden, waardoor corporaties mogelijk in de toekomst wel wordt gevraagd hiervoor weer een bedrag in te rekenen.
Obligo WSW
Door de aanspraak op het WSW als borgsteller, als gevolg van de financiële problemen bij een aantal corporaties, is in de begroting een bedrag ingerekend voor de inning van een gedeelte van het obligo. Het betreft 0,168% van het verwachte geborgd schuldrestant ultimo voorgaand jaar. In de begroting is dit bedrag opgenomen als onderdeel van de overige exploitatiekosten. Wat het WSW werkelijk in rekening gaat brengen, wordt elk jaar opnieuw bepaald.
Bijdrage Aw
Corporaties moeten de kosten van het toezicht door de Aw betalen. De in rekening gebrachte kosten zijn afhankelijk van het aantal woningen en de WOZ-waarde.
Overige exploitatielasten servicekosten
De verhoging van deze kosten wordt met name veroorzaakt door stijging van de kosten voor de servicekaart, het glasfonds en het rioolfonds.
Overige exploitatiekosten
Door de prijsinflatie zien we ook de kosten voor de dotatie VVE toenemen. Voor 2025 verwachten we lagere kosten dan begroot door de overheveling van de afrekening energiekosten bij mutatie naar de kosten voor leegstand. De leegstandkosten vormen geen onderdeel van de bedrijfslasten maar worden gesaldeerd op de huurinkomsten.
Leefbaarheid
Woonpartners heeft een stevige ambitie op het gebied van leefbaarheid. We blijven de komende jaren investeren in veerkrachtige wijken en buurten, zodat bewoners fijn kunnen wonen, veilig zijn, zicht thuis voelen, kansen krijgen en zichzelf kunnen zijn. We werken samen met partners en bewoners aan een fijne woonomgeving, een thuis. De uitgaven voor opwaarderen woonomgeving worden lager maar daar tegenover staat dat de vaste kosten toenemen. Denk hierbij aan kosten voor camerabewaking, juridische kosten voor de aanpak van ondermijning, woonfraude en overige zaken.
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 43.928 | 27.281 | 27.281 |
De niet-gerealiseerde waardeveranderingen betreffen resultaten die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar. Zowel in 2026 als in 2025 betreft dit de waardeverandering op basis van marktwaarde in verhuurde staat.
In 2026 bestaat deze post uit:
- Waardeverandering materiële vaste activa in exploitatie: € 43,8 miljoen;
- Waardeverandering Verkoop onder Voorwaarden: € 0,1 miljoen.
Deze post laat voor de overige jaren het volgende verloop zien:
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Waardeverandering materiële vaste activa in exploitatie | 43.778 | 43.733 | 45.108 | 48.800 | 51.327 |
| Waardeverandering Verkoop onder Voorwaarde | 150 | 104 | 5 | 88 | -25 |
| TOTAAL | 43.928 | 43.837 | 45.113 | 48.888 | 51.302 |
Het handboek modelmatig waarderen 2024 schrijft de waardeverandering van onze woningen die in exploitatie zijn voor. De waardeverandering betreft de autonome marktontwikkeling en is gerelateerd aan de evenwichtsparameter voor de inflatie volgens de Leidraad economische parameters dPi 2025.
In onderstaande tabel is per jaar weergegeven met welk percentage voor de autonome ontwikkeling wordt gerekend. Dit percentage is jaarlijks gelijk doordat dit percentage is gerelateerd aan de evenwichtsparameter voor inflatie (2%) . Bij de beleidswaarde wordt een extra afslag voor functionele veroudering van 1% gehanteerd.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Autonome ontwikkeling marktwaarde | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Autonome ontwikkeling beleidswaarde | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% | 1,0% |
Rentebaten en rentelasten
| 2026 | 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Rentebaten, soortgelijke opbrengsten | 1.537 | 1.118 | 1283 |
| Waardeveranderingen FVA | 431 | 431 | 431 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -14.407 | -8.549 | -7.659 |
Rentebaten
De rentebaten bestaan uit toegerekende rente aan projecten en de vrijval van de waardering van een embedded derivaat van een lening (€ 431.000). De opgebouwde marktwaarde van dit derivaat valt vrij over de restant looptijd van de lening.
Rentelasten
Voor de komende jaren zijn nieuwe financieringen (voor investeringen en herfinancieringen) ingerekend. De leningenportefeuille stijgt per 1 januari 2026 door uitbreiding met leningen Volksbelang en de verwachting is dat de portefeuille de komende jaren verder zal stijgen. We houden ook rekening met hogere rentes bij renteconversie. Hierdoor stijgen ook de rentelasten.
Voor het aantrekken van niet-DAEB financiering zijn taxatie-, notaris- en afsluitkosten in de begroting verwerkt.
Belasting resultaat uit gewone bedrijfsvoering
| Begroting 2026 | Begroting 2025 | Prognose 2025 | |
|---|---|---|---|
| Acute Vennootschapsbelasting | -4.430 | -5.092 | -3.658 |
| Mutatie latentie | -30 | -188 | -188 |
| Totale Vennootschapsbelasting | -4.460 | -5.280 | -3.846 |
In de begroting 2026 en de daaropvolgende jaren is rekening gehouden met een te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting. Op het commerciële resultaat zijn een aantal correcties van toepassing om te komen tot het fiscaal resultaat. In de fiscale begroting is rekening gehouden met meer fiscaal als onderhoud te kwalificeren investeringen. En op zonnepanelen is niet verder afgeschreven conform het standpunt van de Belastingdienst dat zonnepanelen geen zelfstandig bedrijfsmiddel zijn. In afwachting van een onherroepelijke uitspraak van een rechter zal Woonpartners dit standpunt volgen.
In 2026 zal gekeken worden naar fiscale optimalisatie van de fusie. De Belastingdienst heeft aan Volksbelang goedkeuring verleend voor verlenging van de herinvesteringstermijn van de verkoopopbrengsten uit 2022 tot en met 2024. Deze herinvestering zal na de fusie benut kunnen worden bij de verduurzaming van de Leonardusbuurt tot uiterlijk 2032. Ook zal gekeken worden hoe de fiscale verliezen van Volksbelang uit het verleden, na de fusie optimaal verrekend kunnen worden met positieve fiscale resultaten na de fusie. Hier is nog geen rekening mee gehouden in de begroting 2026.
In 2026 wordt een verdere vrijval van de latente belastingvordering verwerkt. Door de gestegen WOZ-waarde zal het afschrijvingspotentieel verder dalen.
In het Belastingplan 2026 verwachten we geen effecten voor Woonpartners met betrekking tot de vennootschapsbelasting.
De vennootschapsbelasting 2025 valt lager uit dan begroot. Dit heeft te maken met de verdeling onderhoud / verbetering van een aantal grote projecten.
De aangifte vennootschapsbelasting over 2023 is ingediend en hiervoor is nog geen definitieve aanslag opgelegd. Op de aanslag 2020 en 2021 heeft Woonpartners bezwaarschriften ingediend tegen de houdbaarheid van de generieke renteaftrekbeperking. Over 2022 is ook nog geen definitieve aanslag opgelegd en over 2024 zal de aangifte uiterlijk 1 mei 2026 ingediend worden. Over deze jaren kunnen nog correcties plaatsvinden die doorwerken in de jaren daarna.
Voor 2025 is een voorlopige aanslag opgelegd voor € 4,6 miljoen. Ultimo 2025 wordt een inschatting gemaakt van de werkelijk te verwachten vennootschapsbelasting over 2025 en zal indien nodig een aanpassing van de voorlopige aanslag ingediend worden.
Investeringen
We investeren in onze woningen met als doel onze bewoners goed en fijn te laten wonen, nu en in de toekomst. Dit doen we door de kwaliteit van onze woningen te behouden en te verbeteren. En door nieuwbouwwoningen toe te voegen, die voldoen aan de wensen van onze bewoners.
We verduurzamen onze woningen enerzijds om de woonlasten van onze huurders te verminderen. Anderzijds zijn we ons bewust van de milieu-impact die de CO2-uitstoot heeft op onze woon- en leefomgeving. Door de CO2-uitstoot te reduceren en duurzaam te investeren willen we ook dat toekomstige generaties kunnen voorzien in hun eigen levensbehoeften.
In 2026 leveren we onze bijdrage hieraan door te investeren in nieuwbouw en uitvoering te geven aan onze verduurzamingstrein voor de bestaande woningvoorraad. In de verduurzamingstrein staat het isoleren van de woningen en het toepassen van duurzame installaties centraal.
Nieuwbouw
In het portefeuilleplan 2020 – 2030 sturen we op een woningomvang van ca. 8.500 woningen in 2030. Dit doen we onder meer door de realisatie van 1.260 nieuwbouwwoningen. In de periode 2020 – 2025 hebben we 335 nieuwbouwwoningen opgeleverd, waardoor onze portefeuilleopgave tot en met 2030 ca. 925 woningen bedraagt. Ondanks dat ons portefeuilleplan nog aansluit bij de gemaakte afspraken tot en met 2030, gaan we in 2026 over naar een nieuw portefeuilleplan. De directe aanleiding is ons ondernemingsplan ‘Samen is onze kracht’ 2025 - 2030. Een bijkomend feit is de fusie met Volksbelang. Maar dit doet geen afbreuk aan de koers in het ondernemingsplan, deze blijven we volgen.
De fusie met Volksbelang heeft wel effect op de omvang van onze volkshuisvestelijke opgave. De omvang van onze woningvoorraad neemt toe en daarmee ook het aandeel in de stad. Dit vertalen we in het portefeuilleplan 2025 – 2040 onder andere naar, indien financieel mogelijk, een grotere nieuwbouwopgave. Zolang de gemeente Helmond in haar prestatieafspraken blijft sturen op een netto-toevoeging van 2.000 sociale huurwoningen tot en met 2030, heeft dit geen gevolgen voor de nieuwbouwopgave tot en met 2030. De verhoging van de opgave heeft dan vooral betrekking op de periode tussen 2031 – 2035.
Vooruitlopend op ons portefeuilleplan 2025 – 2040 en de Woondeal 2025 hebben we een inschatting gemaakt van de nieuwbouwopgave 2031 – 2035 voor Woonpartners. Dit heeft geleid tot het begroten van ca. 465 nieuwbouwwoningen in deze periode. De daadwerkelijke nieuwbouwopgave herformuleren we in ons portefeuilleplan 2025 – 2040. In 2026 is deze gereed.
Plancapaciteit
In de begroting gaan we uit van een plancapaciteit van 1.169 woningen tot en met 2030.
De verhouding tussen de plancapaciteit en de portefeuilleopgave tot en met 2030 is daarmee 126% (1.169 woningen versus 925 woningen). We sluiten nagenoeg aan bij de Woondeal 2022, waar het wenselijke percentage 130% is. Een overcapaciteit aan plannen biedt ons meer comfort in het nakomen van onze afspraken en de realisatie van de wensportefeuille 2030. De praktijk leert ons dat het ontwikkelen en realiseren van nieuwbouwwoningen nooit een vlekkeloos gebaande weg is.
In onze plancapaciteit maken we dan ook onderscheid in ‘harde’ en ‘zachte’ projecten. Deze aanduiding geeft ons inzicht in de mate van zekerheidsstelling. Een project is ‘hard’ wanneer we beschikken over een vastgesteld voorbereidings- of investeringsbesluit (fase 3 of fase 4). Is dat niet het geval dan is het een ‘zacht’ project. Binnen de ‘zachte’ projecten maken we verschil tussen een project met locatie en zonder locatie. De projecten met locatie hebben een hoger zekerheidsgehalte dan een locatie zonder locatie, aangezien grond schaars is.
| Status project | Zekerheid |
|---|---|
| Hard project | + |
| Zacht project met locatie | +/- |
| Zacht project zonder locatie | - |
In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft 77% van de ‘zachte’ projecten een projectnaam en -locatie. Dit is het resultaat van 5 jaar werken aan de doelen van het portefeuilleplan. De ingerekende nieuwbouwaantallen bieden ons daardoor meer zekerheid dan voorheen. De realisatiezekerheid hebben we ook vergroot door in de tijdsplanning rekening te houden met een ontwikkelperiode van minimaal 2 jaar. Het effect is dat we in tegenstelling tot voorgaande jaren geen zachte projecten opleveren in eerstvolgende jaren, zijnde 2026 en 2027.
De onderstaande tabel geeft inzicht in de omvang en status van de nieuwbouwaantallen en -projecten.
| Plancapaciteit | 2026 - 2030 | 2031 - 2035 |
|---|---|---|
| Harde projecten Woonpartners | 717 | |
| Harde projecten Volksbelang | 6 | |
| Zachte projecten met locatie Woonpartners | 285 | 110 |
| Zachte projecten met locatie Volksbelang | 161 | 120 |
| Zachte projecten zonder locatie Woonpartners | ||
| Zachte projecten zonder locatie Volksbelang | 75 | |
| Totaal | 1.169 | 305 |
De plancapaciteit bestaat uit 1.112 nieuwbouwwoningen Woonpartners en 362 woningen Volksbelang. Het totaal is 1.474 nieuwbouwwoningen voor de periode 2026 - 2035. Voorheen ging Woonpartners uit van ongeveer dezelfde nieuwbouwomvang tot en met 2035, alleen beschikten we niet over voldoende locaties. Vooral als het gaat over de periode na 2030. De fusie met Volksbelang zorgt ervoor dat we nu de volledige aantallen kunnen koppelen aan een locatie, wat een positief effect heeft op de realisatiezekerheid. Een bijkomend voordeel van de locatiebekendheid is, dat we ontwikkeltrajecten eerder in gang kunnen zetten en daarmee de nieuwbouw kunnen versnellen. De opgave tot en met 2030 is dan ook vergroot van 1.002 woningen (Woonpartners-aandeel) naar 1.169 woningen.
Na 2035 houden we in de begroting rekening met 50 nieuwbouwwoningen per jaar. Het portefeuilleplan 2026 – 2040 gaat ons meer inzicht geven in de kwantitatieve- en kwalitatieve opgave voor deze periode. De verwachting is dat we in het eerste kwartaal 2026 beschikken over een herijkt portefeuilleplan.
Nieuwbouwprogrammering
Aan onze nieuwbouwprogrammering ligt een fasestructuur ten grondslag. De fase waarin een project zich bevindt, zegt wat over de hard- of zachtheid van een project en daarmee de realisatiezekerheid. Fase 1 Initiatieffase en fase 2 Haalbaarheidsfase zijn onderzoekfasen. We verrichten studies naar de mogelijkheden van de locatie, het woningbouwprogramma en doen een globale financiële doorrekening. Vanwege de onzekerheden, spreken we van een ‘zacht’ project.
Fase 3 Voorbereidingsbesluit en fase 4 Investeringsbesluit bieden meer zekerheden op het gebied van de nieuwbouwprogrammering, uitvoeringsvoorstellen- en keuzen in relatie tot de financiële haalbaarheid. Aan elk project ligt een vastgoedexploitatie ten grondslag. De status van het project is hard.
In onderstaand overzicht geven we de ‘harde’ en ‘zachte’ projecten voor de komende jaren weer. Terug te lezen is in welke fase een project zich nu bevindt en wanneer we welke projecten in welke fase verwachten. In zijn totaliteit hebben we een 1.169 woningen in ontwikkeling of uitvoering tot en met 2030.
Elk project sluiten we af met een fase 6-document ‘Evaluatie en zorg’. Deze woningen maken inmiddels onderdeel uit van onze woningvoorraad. Het document geeft ons inzicht in het verloop van het project en biedt ons leerpunten voor de toekomst.
| Type | Woningen | Fase 1 Initiatieffase |
Fase 2 Haalbaarheidsfase |
Fase 3 Voorbereidingsbesluit |
Fase 4 Investeringsbesluit |
Fase 5 Realisatie & oplevering |
Opleverjaar Begroting |
Fase 6 Evaluatie & nazorg |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Marktkwartier | Nieuwbouw | 60 MGW | Gereed | Gereed | Q3-2025 | Q4-2027 | Q4-2029 | 2029 | Q4-2030 |
| Baroniehof | Nieuwbouw | 75 MGW | Gereed | Gereed | Q3-2025 | Q4-2026 | Q1-2028 | 2028 | Q1-2029 |
| De Kleine Willem | Nieuwbouw | 24 MGW | Gereed | Q4-2025 | Q4-2025 | Q3-2026 | 2028 | 2028 | 2029 |
| Parels | Nieuwbouw | 9 EGW | Gereed | Q4-2025 | Q4-2025 | Q3-2026 | 2028 | 2028 | 2029 |
| Ensemble | Nieuwbouw | 174 MGW | Gereed | Gereed | 3C | Q4-2025 | Q3-2026 | Q2-2028 | 2027 | 2029 |
| Binderseind | Nieuwbouw | 50 MGW | Gereed | Gereed | Q4-2025 | Q4-2026 | 2029 | 2029 | 2030 |
| Floriskwartier | Nieuwbouw | 200 EGW/MGW | Gereed | Gereed | Gereed | Q4-2025 | 2028 | 2028 | 2029 |
| Ons Francien | Nieuwbouw | 68 MGW | Gereed | Gereed | Gereed | Q4-2025 | 2027 | 2027 | 2028 |
| Dijksestraat | Nieuwbouw | 18 EGW | Gereed | Gereed | Gereed | Q1-2026 | Q4-2026 | 2026 | Q4-2027 |
| Piet Blomplein | Nieuwbouw | 82 MGW | Gereed | Q1-2026 | Q3-2026 | Q3-2027 | 2029 | 2029 | 2030 |
| De Goede Herder | Nieuwbouw | 48 MGW | Gereed | Gereed | Gereed | Q2-2026 | Q4-2027 | 2027 | Q4-2028 |
| EHAD-terrein | Nieuwbouw | 47 MGW | Gereed | n.v.t. (WoonSt 2.0) | Q2-2026 | Q3-2027 | 2030 | 2030 | 2031 |
| Wijkhart | Nieuwbouw | 30 MGW | Gereed | Gereed | Gereed | Q3-2027 | 2028 | 2028 | 2029 |
| Beisterveldse Broek West | Nieuwbouw | 110 MGW | Q3-2026 | Q1-2027 | Q3-2027 | 2028 | 2031 | 2031 | 2032 |
| Zuidrand | Nieuwbouw | 104 MGW | Gereed | Gereed | Gereed | Gereed | 2026 | 2026 | 2027 |
| Jan Stevensstraat | Nieuwbouw | 6 | 2026 | ||||||
| Wethouder van Ebbenlaan 87 | Nieuwbouw | 1 | 2026 | ||||||
| Goortskedijk/ Wethouder van Ebbenlaan | Nieuwbouw | 40 | 2029 | ||||||
| Johannes Vermeerlaan | Nieuwbouw | 240 | 2029 t/m 2032 | ||||||
| Paarden- en Bloemenvelden (zacht) | Nieuwbouw | 75 | 2033 t/m 2034 |
De woningen die voortkomen uit de fusie met Volksbelang worden genoemd in het overzicht, maar zijn niet voorzien van een faseplanning. In 2026 integreren we de projecten in ons projectmanagement.
Vooruitlopend daarop geven we een toelichting over de stand van zaken. In 2026 realiseren we 6 woningen Jan Stevensstraat. De directeur-bestuurder van Volksbelang heeft in 2025 daarvoor een investeringsbesluit genomen. De daar onderliggende vastgoedexploitatie is opgenomen in de begroting.
De overige 281 nieuwbouwwoningen zijn ‘zachte’ projecten met locatie, zijnde Van Ebbenlaan en Johannes Vermeerlaan. In 2026 zal nader onderzoek uitwijzen of de aantallen gehandhaafd blijven voor de nieuwbouwopgave. Of dat we de bestaande woningen behouden en integreren in de verduurzamingstrein. In de begroting gaan we vooralsnog uit van nieuwbouw.
In de afgelopen periode hebben we intensief samengewerkt met de gemeente om tot een gezamenlijke nieuwbouwplanning te komen. De woningbouwmonitor Juno ligt hieraan ten grondslag. Dit gemeentelijke monitoringsinstrument draagt bij aan een versnelling in de nieuwbouw. Onze planning is hierop afgestemd en daar sturen we ook op in de praktijk. We vinden het namelijk belangrijk dat we de realisatiedruk op de projecten behouden.
Maar de tijd heeft ons ook geleerd dat een planning onzekerheden kent die we niet altijd van tevoren kunnen voorzien. Vandaar dat we in de begroting een ruimere realisatieperiode aanhouden waardoor de verwachte kasstromen beter aansluiten bij de daadwerkelijke realisatiegraad. De realisatieperiode is verlengd met één derde van de bouwtijd, met uitzondering van het project Zuidrand. De Zuidrand is op moment van begroten in uitvoering met de verwachting dat in het 4e kwartaal van 2026 de woningen worden opgeleverd. Als einddatum hanteren we daarom 31 december 2026.
De begrotingsplanning is door de aanpassing van de realisatieperiode afwijkend met het bovengenoemde nieuwbouwoverzicht. Dit geldt alleen voor de nieuwbouwprojecten met een ‘harde’ status op het moment van begroten.
| Baroniehof |
| Ensemble |
| Floriskwartier |
| De Goede Herder |
| Ons Francien |
| Dijksestraat |
| Wijkhart |
| Zuidrand |
Financieel
De projecten met een voorbereidings- of investeringsbesluit (harde projecten) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente besluiten, ontwikkelingen en de verlengde realisatieperiode. Door de verlengde realisatieperiode hebben de projecten een langere doorlooptijd wat gevolgen heeft voor de rente. De verwerkte besluiten zijn daardoor financieel afwijkend van de begroting.
De ‘zachte’ projecten zijn in de begroting doorgerekend op basis van één nieuwbouwkengetal, omdat het programma nog niet definitief is. De stichtingskosten bedragen € 290.000,- per wooneenheid (prijspeil 2025). De kasstromen faseren we in tijd: jaar -1 = 10%; jaar oplevering = 60%; jaar +1 30%).
Transformatie
We onderzoeken in de bestaande woningvoorraad mogelijkheden om onze woningvoorraad uit te breiden. In het complex Keyserinnedael voegen we 12 woningen toe binnen het bestaande complex. Aan de Zuid-Koninginnewal 3-7 transformeren we kamerbewoning naar 9 reguliere appartementen. Voor de transformatieopgave houden we dezelfde fasestructuur en status aan als bij de nieuwbouw, zie onderstaande tabel.
| Type | Woningen | Opmerkingen | Fase 1 Initiatief-fase |
Fase 2 Haalbaarheidsfase |
Fase 3 Voorbereidings-besluit |
Fase 4 Investerings-besluit |
Fase 5 Realisatie & oplevering |
Opleverjaar Begroting |
Fase 6 Evaluatie & nazorg |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Zuid-Koninginnewal 3-7 | Transformatie | 9 MGW | Gereed | Q4-2025 | Q2-2026 | Q4 -2026 | 2027 | 2027 | 2030 | |
| Keyserinnedael | Transformatie | 12 MGW | Gereed | Gereed | Gereed | Gereed | Q4-2025 | 2025 | Q4-2026 |
Aankopen
Het aankopen van woningen is van origine een portefeuillemaatregel die bijdraagt aan de ambitie 8.000 - 8.500 woningen in 2030. In de loop der tijd is deze maatregel in een ander daglicht komen te staan, namelijk we zetten ons in voor het behoud van de sociale woningvoorraad in Helmond. In de afgelopen jaren hebben we in dat licht verschillende aankopen gedaan met als klap op de vuurpijl de fusie met Volksbelang. Onze bijdrage aan het behoud van de sociale woningvoorraad is door de fusie zodanig groot dat we het aankopen van woningen loslaten.
Sloop
Nieuwbouwontwikkelingen komen soms voort uit een sloop-nieuwbouwopgave. De woningen voldoen niet meer aan de gewenste kwaliteit en zijn toe aan vervanging. Vooruitlopend op de nieuwbouwrealisatie nemen we een sloopbesluit om de bewoners tijdig te kunnen herhuisvesten. Zeker in een krappe woningmarkt is het wenselijk om tijdig een besluit hierover te nemen. De kosten in het sloopbesluit zijn gericht op de herhuisvestingskosten (sociaal plan). De fysieke sloopkosten maken onderdeel uit van de grondexploitatie. Ook sloopprojecten volgen voor zover mogelijk de fasestructuur, zie onderstaande tabel.
| Type | Woningen | Fase 1 Initiatief-fase |
Fase 2 Haalbaarheids-fase |
Fase 3 Voorbereidings-besluit |
Fase 4 Investerings-besluit |
Fase 5 Realisatie & oplevering |
Opleverjaar Begroting |
Fase 6 Evaluatie & nazorg |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| De Waart / Waartplein | Sloop | 3 EGW | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | Q4-2025 | 2027 | 2027 | n.v.t |
| Beisterveldse Broek West | Sloop | 73 EGW/MGW | Q3-2026 | Q1-2027 | Q3-2027 | 2028 | 2030 | 2030 | n.v.t |
| Oud Moskou | Sloop | 118 EGW/ MGW | 2026 |
De sloopopgave is groter dan we in eerste instantie voorzien hebben in het portefeuilleplan. De extra aantallen worden gecompenseerd in onze plancapaciteit van de nieuwbouwopgave, waardoor er geen druk staat op de realisatie van het portefeuilleplan.
Voor de nieuwbouwlocaties Johannes Vermeerlaan (80 woningen) en Wethouder van Ebbenlaan (26 woningen) hebben we geen sloopkosten ingerekend. In de begroting gaan we vooralsnog uit van sloop/nieuwbouw. In de komende jaren wijst nader onderzoek uit wat de definitieve complexstrategie wordt.
Verduurzamingstrein
De schilaanpak bevat bouwkundige maatregelen. De volgende complexen die voortkomen uit de verduurzamingstrein worden voorbereid in 2026.
| Complex | Adres | Aantal woningen |
|---|---|---|
| 1038 | Kortenaerstr 30, Van Speijkln 8 - 34, Witte de Withstr 13 - 17 |
6 |
| 1042 | Banckertstr 30 - 36, Karel Doormanln 3, Van Nesplantsoen 1 - 9, Witte de Withstr 48 |
10 |
| 5002 | Narciessenstr 2 - 12 | 18 |
| 5009 | Azalealn 11 - 29 | 30 |
| 1015 | Broekwal 23-27 | 3 |
In 2026 willen we de bouwkundige projecten (schil) voortvloeiend uit de verduurzamingstrein opnemen in de fasestructuur. Vooralsnog hanteren we onderstaand overzicht.
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nog op te starten | 0 | 0 | 125 | 173 | 219 | 237 |
| In voorbereiding | 88 | 67 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| In opdracht | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| In uitvoering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opgeleverd | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 88 | 67 | 125 | 173 | 219 | 237 |
Het woningbezit voortkomend uit de fusie met Volksbelang is niet geïntegreerd in de verduurzamingstrein. Omdat verduurzaming een groot financieel beslag legt op de financiële middelen, hanteren we de lijn van de verduurzamingstrein. We zijn tot een eerste financiële aanname gekomen door de energielabels te koppelen aan de investeringen. Dit heeft geleid tot een kengetal per energielabel.
| Energielabel | Aantal woningen | Kengetal |
|---|---|---|
| A | 1.000 | € 10.000,- |
| B | 361 | € 17.500,- |
| C | 157 | € 24.000,- |
| D | 39 | € 66.000,- |
| E F G | 54 | € 100.000,- |
| Totaal | 1.611 |
De aanpak van de labels laten we in tijd lopen van slecht naar goed. Dit betekent dat we de woningen met een E, F en G-label het eerste aanpakken en die met een A-label als laatste. We verwachten dat een woning met een E, F of G-label na aanpak niet direct voldoet aan de CO2-neutraal eisen. In 2026 leggen we onze focus op het in uitvoering brengen van de woningen met een E, F en G-label en zover mogelijk integreren we het woningbezit in de verduurzamingstrein.
Verduurzamingsprogrammering – installaties
De installatiemaatregelen passen we projectmatig, maar ook op natuurlijke momenten toe. Omdat we niet alle installatiemaatregelen projectmatig aanbrengen, maken we geen gebruik van de fasestructuur. De volgende complexen bevinden zich in 2026 in de opstartfase.
| Complex | Adres | Aantal woningen |
|---|---|---|
| 1043 | Baritonstraat 87 - 93, Basstraat 33, Bugelstraat 4 - 6, Cornetpad 1, Harmoniestraat 25 - 69, Klarinetstraat 22 - 69, Piccolopad 7 - 16, Saxofoonstraat 67, Trombonestraat 4 - 20 |
17 |
| 1046 | Saxofoonstraat 37, Fagotstraat 38 - 40 |
3 |
| 1075 | Molenstraat 85 - 91 | 4 |
| 1076 | Karel Raijmakersstraat 1 - 3 | 4 |
| 1078 | Fokkerlaan 1 - 55, Welschapplein 1 - 8 |
36 |
| 1090 | Spitsmuisstraat 2 - 28 | 14 |
| 5048 | Kortenaerstraat 43 - 121 | 39 |
Om grip te houden op de voortgang, monitoren we deze. We gebruiken hiervoor onze tertiaalrapportages. De planning voor installatie voor de komende jaren is als volgt.
| 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nog op te starten | 0 | 117 | 312 | 233 | 14 | 138 |
| In voorbereiding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| In opdracht | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| In uitvoering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opgeleverd | 75 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 75 | 117 | 312 | 233 | 14 | 138 |
Voor het woningbezit dat voortkomt uit de fusie hanteren we bij de investeringen dezelfde lijn als bij de schil. Aan de energielabels hebben we kengetallen gekoppeld en deze op dezelfde wijze weggezet in tijd. In 2026 integreren we zover als mogelijk het woningbezit in de verduurzamingstrein. Onze prioriteit ligt bij het elimineren van de E, F ten G-labels voor 2029.
De gehanteerde kengetallen gaan ervan uit dat 77% van de maatregel een investering is, zie onderstaande tabel. De kosten voor het vervangen van de installaties op natuurlijke momenten maken onderdeel uit van de onderhoudsnorm.
| Energielabel | Aantal woningen | Kengetal |
|---|---|---|
| A | 1.000 | € 9.625,- |
| B | 361 | € 11.165,- |
| C | 157 | € 11.165,- |
| D | 39 | € 12.320,- |
| E F G | 54 | € 19.250,- |
| Totaal | 1.611 |
In 2026 voeren we een kwaliteitsonderzoek uit. De resultaten bepalen op welke wijze het vervangen van installaties geïntegreerd wordt in de verduurzamingstrein of de onderhoudsbegroting. Maar vooralsnog focussen we ons eerst op het verduurzamen van de woningen met een E, F of G-label. We willen voldoen aan de Nationale Prestatieafspraken.
Langcyclisch onderhoud
Het langcyclisch onderhoud maakt deel uit van de verduurzamingstrein. Door het bundelen van werkzaamheden zorgen we ervoor dat onze bewoners niet continu overlast ervaren van de ingrepen die we doen in en om de woning. Bedrijfsmatig is het ook wenselijk. Op deze wijze kunnen we partnerschappen aangaan voor een langere periode. En het bundelen van werkzaamheden draagt bij aan een goede balans tussen onze volkshuisvestelijke opgave en de financiële middelen.
We hebben enkele projecten die geen onderdeel uitmaken van de verduurzamingstrein ondanks dat zij voldoen aan de kenmerken (technische levensduur en verduurzaming). Het betreft het project Prontoflats, 234 appartementen zonder lift. De verduurzaming/verbetering van dit project was al in voorbereiding ten tijde van het investeringsbesluit verduurzamingstrein. In 2026 leveren we de laatste woningen op. De verwachte investering voor 2026 is ca. € 11 miljoen.
Daarnaast gaat het om grootschalige renovaties die voortkomen uit de fusie, zijnde 175 woningen Leonardusbuurt en 26 woningen Jeruzalem. In onderstaand overzicht zijn de projecten en de verwachte opleverjaren weergegeven. Het project Leonardusbuurt heeft een financiële onderlegger welke is opgenomen in de meerjarenbegroting. Het project Jeruzalem gaat uit van een investering van € 130.000,- per woning in 2026.
| Fase | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Leonardus | Fase 4 | 76 | |||
| Leonardus | Fase 5 | 35 | |||
| Leonardus | Fase 6 | 44 | |||
| Leonardus | Fase 7 | 64 | |||
| Leonardus | Fase 8 | 32 | |||
| Jeruzalem | 26 |
