
Treasuryplan 2026
Financieringsbehoefte
Voor 2026-2030 heeft Woonpartners een totale financieringsbehoefte van per saldo € 517,5 miljoen (DAEB € 491 miljoen en niet-DAEB € 26,5 miljoen). In onderstaande tabel laten we zien wat we voor de komende jaren nodig hebben. De cijfers zijn gebaseerd op de begroting 2026.
Er zijn drie soorten kasstromen:
- Een operationele kasstroom.
- Een investeringskasstroom.
- Een financieringskasstroom (extern en intern).
De kasstromen van 2026-2030 voor de DAEB-tak zien er als volgt uit:
DAEB-tak
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Operationele kasstromen | 14.579 | 16.657 | 17.525 | 13.575 | 13.492 | 75.828 |
| Investeringskasstromen | -87.766 | -120.222 | -141.685 | -59.729 | -56.873 | -466.275 |
| Financieringskasstromen extern | -15.336 | -22.200 | -27.379 | -17.792 | -23.469 | -106.176 |
| Financieringskasstromen intern | 1.379 | 1.376 | 384 | 1.220 | 1.169 | 5.528 |
| Aan te trekken leningen | 87.144 | 124.389 | 151.155 | 62.726 | 65.681 | 491.095 |
| Totale kasstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Woonpartners heeft besloten om voor de aflossing van de interne lening weer terug te gaan naar het oorspronkelijk schema dat bij de administratieve scheiding is vastgesteld. In 2025 rekent de DAEB-tak de RC-verhouding met de niet-DAEB-tak af.
De daadwerkelijk aan te trekken leningen worden afgestemd op de stand van de liquide middelen en de ruimte op de lening met variabele hoofdsom. In de aan te trekken leningen is ook de herfinanciering van bestaande leningen meegenomen.
Alleen van de operationele en financieringskasstroom kan met enige zekerheid bepaald worden wanneer deze plaatsvinden. Dit geldt niet voor de investeringskasstroom (aankopen, nieuwbouw en herstructurering minus de verkoopopbrengst). Activiteiten worden ingepland, maar door omstandigheden (weer, wetgeving, etc.) kan de werkelijkheid toch afwijken. In de kasstromen houden we rekening met de gemaakte plannen.
Woonpartners heeft drie leningen met een variabele hoofdsom aangetrokken waarvan twee van een maximale hoofdsom van € 7,5 miljoen, deze leningen lopen door tot 2026 respectievelijk 2027. De derde lening heeft een maximale hoofdsom van € 3 miljoen en loopt door tot 2027. De ene lening is wekelijks op te nemen/af te lossen (€ 7,5 miljoen), de andere twee zijn maandelijks op te nemen/af te lossen, hiermee is de flexibiliteit binnen de portefeuille gewaarborgd.
De kasstromen van 2026-2030 voor de niet-DAEB-tak zijn:
Niet-DAEB-tak
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Operationele kasstromen | 1.239 | 1.626 | 1.894 | 2.387 | 2.065 | 9.211 |
| Investeringskasstromen | -16.209 | -5.478 | -5.882 | -971 | -452 | -28.992 |
| Financieringskasstromen extern | -884 | -637 | -948 | -1.246 | -1.351 | -5.066 |
| Financieringskasstromen intern | -1.379 | -1.376 | -384 | -1.220 | -1.169 | -5.528 |
| Aan te trekken leningen | 13.329 | 5.865 | 5.320 | 1.050 | 907 | 26.471 |
| Totale kasstroom | -3.904 | 0 | 0 | 0 | 0 | -3.904 |
Woonpartners heeft in het portefeuilleplan de ambitie uitgesproken om de niet-DAEB portefeuille uit te breiden. Het Winkelplein West in de Weverspoort (15 appartementen) is in 2025 opgeleverd en De Waart Zuidrand (67 appartementen) wordt in 2026 afgerond. Verder zijn 50 middenhuur woningen voorzien in het Floriskwartier. Deze plannen kunnen niet (geheel) uit de huidige middelen en toekomstige operationele kasstromen van de niet-DAEB-tak gefinancierd worden. Woonpartners moet de overige middelen via commerciële financiering aantrekken. Dit speelt vanaf 2025. Het financieringstraject is inmiddels opgestart.
Het proces van de niet-DAEB financieringen steekt anders in elkaar dan het aantrekken van WSW geborgde leningen. Woonpartners heeft daarom een plan van aanpak opgesteld zodat we dit op een gestructureerde wijze kunnen uitwerken. Woonpartners heeft al diverse gesprekken gevoerd met financiers. Deze hebben daarop een offerte uitgebracht. Eind 2025 wordt een keuze voor een financier gemaakt en kan het onderpand getaxeerd worden.
Scheidingsvoorstel
Volksbelang viel onder het verlicht regime. Vanwege de fusie moet een scheidingsvoorstel ingediend worden. Daarbij wordt de keuze gemaakt om extra bezit over te hevelen naar de niet-Daeb tak. Met de Aw is overleg gevoerd om het scheidingsvoorstel zo optimaal mogelijk vast te stellen. Tegenover het bezit staat een extra interne lening. Voor het Volksbelang gedeelte bedraagt deze € 18,3 miljoen. Het schuldrestant van de bestaande interne lening bedraagt eind 2025 € 5,8 miljoen. In 2026 zal bekeken worden hoe de twee interne leningen het beste ingezet kunnen worden.
Structurele overschotten in de niet-DAEB-tak kunnen als dividenduitkering overgeboekt worden naar de DAEB-tak.
Renterisico
Het renterisico is het bedrag waarover de rente jaarlijks herzien wordt. In het Treasurystatuut heeft Woonpartners de volgende limieten opgenomen:
- Per jaar mag het renterisico maximaal 15% bedragen.
- Het streven is om over een periode van 5 aaneengesloten jaren het renterisico van leningen die een eindaflossing hebben niet meer dan 30% te laten bedragen.
Woonpartners voldoet aan het beide criteria. Het maximale renterisico per jaar is 8%, wat ruim binnen de norm van 15% valt.
Voor de periode van 2026-2030 heeft 27% van de leningenportefeuille een renteaanpassing of eindaflossing. De leningen met variabele hoofdsom zijn daarbij volledig meegenomen. Woonpartners voldoet daarmee dus ook aan het tweede criterium.
Wanneer we rekening houden met de reguliere jaarlijkse aflossing op de bestaande portefeuille komen we uit op een renterisico van 31%.
Naast dit relatief lage risico op de bestaande leningenportefeuille loopt Woonpartners een renterisico voor de aanvullende leningen die aangetrokken moeten worden om geplande investeringen te financieren.

De exposures in 2035 en 2050 hebben betrekking op een renteherziening op de basisrente lening groot € 9.000.000. Dit betreft enkel de opslag op deze lening. De basisrente staat vast tot het einde van de looptijd (2061).
Wijze van financiering
De DAEB-tak kan door het WSW geborgde leningen aantrekken. De niet-DAEB-tak heeft bij de administratieve scheiding een interne lening van de DAEB-tak gekregen. Buiten deze interne lening kan er ongeborgde financiering aangetrokken worden. Om voor borging door het WSW in aanmerking te komen moet Woonpartners voldoen aan de eisen die het WSW stelt.
Het WSW geeft op basis van de aangeleverde informatie (dPi) een borgingsplafond af. Woonpartners kan tot dit bedrag leningen aantrekken.
Het borgingsplafond wordt jaarlijks door het WSW berekend op basis van de prognosecijfers. Eventuele planwijzigingen moeten tijdig met het WSW gecommuniceerd worden zodat het borgingsplafond eventueel kan worden bijgesteld.
De door de Aw / WSW opgestelde kengetallen worden door Woonpartners gemonitord en we constateren dat we hieraan voldoen.
Stand liquide middelen
Conform het Treasury statuut monitoren we het liquiditeitsrisico boven de € 7,5 miljoen. Daaraan gelieerd monitoren we de rating van de bank (Rabobank & ING) wanneer de liquide middelen boven de € 7,5 miljoen uitkomen.
Financiering verbindingen
Woonpartners wil de liquidatie van de Wijkontwikkelingsmaatschappij Helmond Binnenstad BV (WOM) in 2025 opstarten. Afhankelijk van het traject wordt dit in 2025 of 2026 geëffectueerd. De middelen die in de BV zitten komen dan ten gunste van de niet-Daeb tak. Voor de Woonwagens en Standplaatsen Beheer BV is een extra kapitaalstorting in 2026 ingerekend van € 900.000. Deze is met de Aw afgestemd.
Vaststelling en goedkeuring
Om daadkrachtig in te kunnen spelen op gebeurtenissen is een korte doorlooptijd noodzakelijk. Volgens afspraak maken de meerjarenbegroting en het treasury jaarplan onderdeel uit van het begrotingsproces en worden gelijktijdig met de begroting vastgesteld en goedgekeurd. Na goedkeuring hiervan kan de bestuurder na advies van de treasury commissie de nodige actie nemen zoals het aangaan van leningen, inzetten van complexen voor borging en onderpand (hypothecaire zekerheid), beleggen van middelen en nemen van maatregelen om renterisico’s te beperken. Op basis van de prognoses is er per saldo een financieringsbehoefte voor de DAEB-tak van € 212 miljoen en € 19,2 miljoen voor de niet-DAEB-tak in 2026 en 2027. Omdat de niet-DAEB financiering anders loopt dan de DAEB financiering vragen we voor de totale stichtingskosten van € 26 miljoen voor deze niet-DAEB projecten mandaat. Dit alles gebeurt binnen het kader van het treasurystatuut en wettelijke kaders. Uiteraard zal er ook rekening gehouden worden met de vervalkalender, zodat deze optimaal blijft. Het treasurystatuut is in 2021geactualiseerd zodat deze in lijn is met de Woningwet. De bepalingen met betrekking tot derivaten en beleggingen zijn vastgelegd in het Financieel Reglement dat Woonpartners heeft opgesteld.