Spring naar inhoud

Jaarrekening 2025

Stichting Woonpartners
Kasteel Traverse 1
5701 NR HELMOND

Balans per 31 december 2025

(voor resultaatbestemming)

(in euro's) Toelichting   31 dec 2025   31 dec 2024
ACTIVA              
               
VASTE ACTIVA              
Vastgoedbeleggingen              
DAEB vastgoed in exploitatie 1.1   1.470.496.289   1.386.692.873
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB 1.2   2.717.282   7.565.906
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 1.3   62.214.038   57.494.569
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB 1.4   4.761.098   3.670.651
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.5   11.801.382   10.795.847
      1.551.990.089   1.466.219.846
               
Materiële vaste activa              
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2   5.063.598   5.647.083
        5.063.598     5.647.083
               
Financiële vaste activa              
Deelnemingen in groepsmaatschappijen 3.1   1.144.038   1.039.058
Andere deelnemingen 3.2   1.129.566   538.225
Latente belastingvordering 3.3   1.561.187   1.175.294
Leningen u/g 3.4   166.023   175.624
Overige vorderingen 3.5   39.561   39.561
      4.040.375   2.967.762
               
VLOTTENDE ACTIVA              
Vorderingen en overlopende activa              
Huurdebiteuren 4.1   334.612   431.841
Overheidsinstellingen 4.2   0   822.787
Belastingen en premies sociale verzekeringen 4.3   3.712.650   9.634.950
Overige vorderingen 4.4   173.525   105.457
Overlopende activa 4.5   866.474   528.151
      5.087.261   11.523.186
               
Liquide middelen              
Rekening courant bank 5   3.802.997   2.447.976
      3.802.997   2.447.976
               
TOTAAL VAN ACTIVA     1.569.984.320   1.488.805.853
(in euro's) Toelichting   31 dec 2025   31 dec 2024
PASSIVA              
               
Eigen vermogen              
Overige reserve     164.142.630   143.484.704
Herwaarderingsreserve     976.262.321   845.074.824
Resultaat boekjaar     86.132.569   151.845.420
  6     1.226.537.520     1.140.404.948
               
Voorzieningen              
Voorzieningen voor onrendabele investeringen en herstructureringen 7.1   34.606.727   63.722.822
Overige voorzieningen 7.2   359.835   232.663
      34.966.562   63.955.485
               
Langlopende schulden              
Leningen overheid en kredietinstellingen 8.1   259.262.394   236.582.209
Waarborgsommen 8.2   77.454   65.378
Vooruitontvangen huur 8.3   4.983.852   4.976.203
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.4   9.963.196   9.301.895
Langlopende verplichting agio 8.5   3.861.012   3.983.002
      278.147.908   254.908.687
               
Kortlopende schulden              
Schulden aan kredietinstellingen 9.1   18.320.106   18.833.374
Schulden aan leveranciers 9.2   6.228.751   5.580.338
Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen 9.3   3.405.852   2.435.208
Overige schulden 9.4   0   144
Overlopende passiva 9.5   2.377.621   2.687.669
      30.332.330   29.536.733
               
TOTAAL VAN PASSIVA     1.569.984.320   1.488.805.853

Winst- en verliesrekening 2025

(in euro's) Toelichting   2025   2024
Huuropbrengsten 10.1   58.069.216   55.168.422  
Opbrengsten servicecontracten 10.2   2.985.713     2.278.390  
Lasten servicecontracten 10.3   -2.974.363     -2.418.080  
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 10.4   -3.245.192     -2.929.826  
Lasten onderhoudsactiviteiten 10.5   -22.324.027     -25.476.658  
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 10.6   -3.529.695     -3.283.566  
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille       28.981.652     23.338.682
               
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille     2.993.443     2.787.517  
Toegerekende kosten     -316.030     -270.778  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille     -2.291.538     -1.560.860  
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 11     385.875     955.879
               
Overige waardeverandering vastgoedportefeuille 12.1   -1.978.701     -12.145.868  
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille 12.2   70.626.018     145.067.506  
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille VoV 12.3   344.234     298.869  
Waardeverandering vastgoedportefeuille       68.991.551     133.220.507
               
Opbrengsten overige activiteiten 13   6.225     70.669  
Nettoresultaat overige activiteiten       6.225     70.669
               
Overige organisatiekosten 14     -1.162.318     -1.068.317
               
Leefbaarheid 15     -3.806.625     -3.196.025
               
Financiële baten en lasten              
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 16.1   1.283.892     1.158.790  
Andere rentelasten en soortgelijke kosten 16.2   -7.249.939     -6.996.984  
Financiële baten en lasten       -5.966.047     -5.838.194
               
Resultaat voor belastingen       87.430.313     147.483.201
               
Belastingen 17     -1.456.815     4.360.473
               
Resultaat deelnemingen 18     159.071     1.746
               
Resultaat na belastingen       86.132.569     151.845.420

Kasstroomoverzicht 2025

(in euro's)     2025   2024
Ontvangsten          
Huren          
Zelfstandige huurwoningen      53.144.427    50.012.552
Onzelfstandige wooneenheden      132.581    140.382
Intramuraal      1.305.364    1.243.909
Maatschappelijk onroerend goed      1.684.765    1.768.330
Bedrijfsmatig onroerend goed      566.213    891.949
Parkeervoorzieningen      955.286    903.813
Ontvangst vergoedingen      3.705.998    3.220.978
Renteontvangsten      15.431    24.229
Overige bedrijfsontvangsten      276.308    596.622
A      61.786.373    58.802.764
Uitgaven          
Personeelsuitgaven      7.628.461    7.394.090
Onderhoudsuitgaven      18.304.393    24.724.674
Overige bedrijfsuitgaven      12.868.945    7.728.853
Rentebetalingen      7.230.786    7.246.866
Sector specifieke heffingen      88.019    71.389
Vennootschapsbelasting      -4.171.962    5.229.213
B      41.948.642    52.395.085
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN (A -/- B)      19.837.731    6.407.679
Vastgoedbeleggingen - ingaande kasstroom          
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden      3.002.510    2.731.924
Verkoopontvangsten grond en overig       1.598
C      3.002.510    2.733.522
Vastgoedbeleggingen - uitgaande kasstroom          
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden      13.405.987    11.195.616
Uitgaven nieuwbouw koop, woon- en niet woongelegenheden          
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden      30.252.580    12.202.075
Uitgaven aankoop woongelegenheden en grond (inclusief VoV)       1.342.046
Uitgaven overige investeringen      4.522    44.307
D      43.663.089    24.784.044
Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen (C -/- D = E)      -40.660.579    -22.050.522
Financiële vaste activa - ingaande kasstroom          
Ontvangsten verbindingen en overige financiële activa     0   0
Uitgaven verbindingen en overige financiële activa     -537.250   -181.644
Saldo in- en uitgaande kasstroom financiële vaste activa (F)     -537.250   -181.644
KASSTROOM UIT INVESTERINGS ACTIVITEITEN (E + F)      -41.197.829    -22.232.166
Financieringsactiviteiten in, -en uitgaande kasstroom          
Opgenomen door WSW geborgde leningen     36.000.000   35.500.000
Opname roll over leningen     33.000.000   11.000.000
G     69.000.000   46.500.000
Aflossing door WSW geborgde leningen     14.696.802   16.352.065
Aflossing niet door WSW geborgde leningen     588.079   567.892
Aflossingen roll over leningen     31.000.000   16.000.000
H      46.284.881    32.919.957
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN (G -/- H)      22.715.119    13.580.043
TOTAAL KASSTROOM = MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN      1.355.021    -2.244.444
LIQUIDE MIDDELEN PER 1 JANUARI STICHTING      2.447.976    4.692.420
LIQUIDE MIDDELEN PER 31 DECEMBER      3.802.997    2.447.976

Algemene grondslagen voor jaarrekening

Algemeen

Stichting Woonpartners heeft de jaarrekening voor het jaar dat eindigt op 31 december 2025 opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaglegging. De jaarrekening is opgemaakt op 4 juni 2026.
Alle bedragen luiden in euro's, tenzij anders vermeld.

Activiteiten

Stichting Woonpartners gevestigd aan de Kasteel Traverse 1 te Helmond, KvK nummer 17076031, is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. De stichting stelt zich ten doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet. Het werkgebied van de toegelaten instelling betreft conform Artikel 3 van de statuten Helmond en Laarbeek.

Continuïteit van de activiteiten

De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting. In het kader van de fusie met Volksbelang is ook de financiële positie van de nieuw te vormen organisatie beoordeeld op basis van continuïteit van de nieuw te vormen organisatie.
De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling.

Minderheidsbelangen

De minderheidsbelangen in Woonwagens en Standplaatsen Beheer B.V. (25 %), Coöperatie Smart Finance (2,0%) en de Duurzame Energie De Eeuwsels B.V. (24,6%) zijn niet meegeconsolideerd aangezien Woonpartners geen overheersende zeggenschap heeft in deze belangen. Deze B.V.'s worden aangemerkt als verbonden partijen. Er hebben zich geen transacties met deze verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

VvE's

Woonpartners neemt deel in 20 verenigingen van eigenaren (VVE’s). In 19 VVE’s bezit Woonpartners de meerderheid van het stemrecht in de algemene vergadering van eigenaren. De totale omvang van het belang van Woonpartners in deze verenigingen is op de omvang van Woonpartners als geheel van een te verwaarlozen betekenis. Woonpartners past daarom de mogelijkheid toe om consolidatie achterwege te laten op basis van artikel 407 lid 1a BW2, titel 9.

Woonpartners verwerkt haar jaarlijkse bijdragen in de VVE’s op basis van de handreiking toepassing functionele indeling winst- en verliesrekening als last in het jaar waarin de bijdrage wordt verricht.

Groepsverhoudingen en consolidatie

Stichting Woonpartners heeft belangen in enkele deelnemingen waarin een beperkte mate van activiteiten plaatsvinden. Afzonderlijk en gezamenlijk zijn deze deelnemingen van te verwaarlozen betekenis. Er wordt voor zolang deze situatie zich voordoet gebruik gemaakt van de vrijstelling voor consolidatie overeenkomstig artikel 2:407 lid 1a BW.

Deelnemingen worden gewaardeerd op nettovermogenswaarde. Een overzicht van de gegevens, vereist op grond van de artikelen 2:379 en 2:414 BW, is hierna opgenomen: 

Naam Juridische vorm Deelnemenings-percentage Statutaire zetel Hoofdactiviteit
Stichting Woonpartners(hoofd van de groep) Stichting - Helmond Vastgoedexploitatie
Wijkontwikkelingsmaatschapij Helmond Binnenstad B.V. B.V. 100% Helmond Vastgoedexploitatie & Projectontwikkeling

Waarderingsgrondslagen voor jaarrekening

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

De jaarrekening van Stichting Woonpartners is opgesteld volgens de bepalingen van de Woningwet, het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV). In de woningwet wordt voorgeschreven Titel 9 Boek 2 BW toe te passen, behoudens enkele uitzonderingen van specifieke aard. Tevens is deze jaarrekening opgesteld volgens de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting.

Voorts is in artikel 35 lid 2 van de Woningwet bepaald dat overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur daaromtrent te geven voorschriften de onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden tegen de actuele waarde worden gewaardeerd. In artikel 31 lid 1 van het BTIV is bepaald dat de waardering plaatsvindt tegen de marktwaarde. In artikel 14 van de RTIV is bepaald dat deze waardering plaatsvindt overeenkomstig de methodiek opgenomen in bijlage 2 ('Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) bij deze regeling.

In artikel 35 lid 6 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven omtrent de inrichting van de jaarrekening. In artikel 15 lid 1 van RTIV is bepaald dat de jaarrekening een balans, een winst -en verliesrekening en een kasstroomoverzicht bevat die zijn ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in de op het verslagjaar betrekking hebbende bijlage 3 bij deze regeling ("dVi de Verantwoordingsinformatie verslagjaar 2016") gepubliceerd in de Staatscourant 2016 nr. 67521 d.d. 16 december 2016).

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten tenzij anders vermeld. Bijzondere waardeverminderingen. Op elke balansdatum wordt beoordeelt of een actief of een groep van activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Oordelen en schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed is geen exacte wetenschap en tevens betreft dit de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening van Woonpartners.

De marktwaarde is als volgt te definiëren:
Marktwaarde is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • Een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; 
  • Het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen

Stelselwijziging

In het verslagjaar hebben géén stelselwijzigingen plaatsgevonden.

Schattingswijzigingen

In het verslagjaar hebben géén schattingswijzigingen plaatsgevonden.

Financiële instrumenten

Onder de financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden, als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan. In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Indien het financiële instrument niet in de balans is opgenomen wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting op de 'Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen'.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. 
Financiële derivaten waarbij de onderliggende waarde niet beursgenoteerd is worden tegen de kostprijs opgenomen. Indien per balansdatum de reële waarde lager is dan de kostprijs dan wel negatief is, wordt het derivaat ten laste van de winst -en verliesrekening afgewaardeerd naar lagere reële waarde, tenzij kostprijshedge accounting wordt toegepast. Bij de bepaling van de lagere reële waarde wordt het effect van lopende rente buiten beschouwing gelaten. 

Afgescheiden embedded derivaten
Embedded derivaten worden afgescheiden van het basiscontract en afzonderlijk in de jaarrekening verwerkt conform de hiervoor beschreven grondslagen voor derivaten, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  •  er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract;
  • een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat en
  • het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van waardeveranderingen in het resultaat.

Hedge accounting
Stichting Woonpartners past géén hedge accounting toe.
Indien financiële derivaten echter voor hedge accounting in aanmerking komen en hedge accounting wordt toegepast is de verwerking van deze winst of dit verlies afhankelijk van de aard van de afdekking.

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening aan de DAEB tak en de niet-DAEB tak

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de toegelaten instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB tak of niet-DAEB tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet-DAEB activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet DAEB verhuureenheden. Hierbij is een algemene verdeelsleutel gehanteerd van 94% DAEB en 6% niet-DAEB, voor salaris gerelateerde posten is deze verdeling 97% DAEB en 3% niet-DAEB;
  • Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB tak op basis van het fiscale resultaat, met toerekening van de voordelen van de fiscale eenheid op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden gealloceerd naar de DAEB- of niet-DAEB tak op basis van de relatieve verdeling van het aantal verhuureenheden.

Classificatie leaseovereenkomsten vastgoedbeleggingen – groep als lessor

Stichting Woonpartners is operationele leaseovereenkomsten aangegaan waarbij vastgoed wordt verhuurd met verschillende looptijden en waarbij een vast bedrag per periode is afgesproken. De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. De classificatie van leaseovereenkomsten als financiële leasing of operationele leasing vergt een beoordeling van subjectieve elementen zoals de leaseperiode ten opzichte van de economische levensduur en een inschatting van de contante waarde van de minimale leasebetalingen ten opzichte van de reële waarde van het leaseobject. De leaseovereenkomsten van de groep bevatten een leaseperiode welke (waarschijnlijk) niet het belangrijkste deel van de economische levensduur omvat en waarvan de contante waarde van de minimale leasebetalingen lager is dan 90% van de reële waarde van het leaseobject. Derhalve zijn de leaseovereenkomsten als operationele leases geclassificeerd.

Klimaatgerelateerde zaken

Stichting Woonpartners houdt rekening met de invloed van klimaatverandering op schattingen en veronderstellingen, waar relevant. Bij deze beoordeling wordt een breed scala aan mogelijke gevolgen meegenomen. Hierbij worden zowel fysieke als transitierisico's meegenomen.
De klimaatgerelateerde risico’s kunnen een significante impact hebben op de waardering van bepaalde elementen in de jaarrekening. Stichting Woonpartners monitort relevante veranderingen en ontwikkelingen op dit gebied, zoals de Nationale Prestatieafspraken. Dit betreft onder andere de toenemende vereisten voor energie-efficiëntie van woningen. In de Nationale Prestatieafspraken is afgesproken dat woningen met een E-, F-, of G-label versneld moeten worden verduurzaamd en uiterlijk in 2028 zodanig hebben gerenoveerd dat ze een beter energielabel hebben (minimaal D). Daarnaast is er toenemende vraag vanuit huurders voor energiezuinige gebouwen. De elementen en overwegingen in de jaarrekening die het meest direct beïnvloed worden door klimaatgerelateerde zaken zijn de bepaling van reële waarde van vastgoedbeleggingen en voorziening onrendabele investeringen. Stichting Woonpartners heeft verondersteld dat de reële waarde momenteel niet blootgesteld is aan ernstige fysieke risico’s, maar heeft wel verondersteld dat tot zekere hoogte de invloed van transitierisico’s worden meegenomen in de waardering vastgoedbeleggingen en voorziening onrendabele investeringen. 

Macro-economische en geopolitieke onzekerheid

In voorgaande perioden was er sprake van aanzienlijke volatiliteit van de grondstoffenprijzen, hoge inflatie, stijgende rentes en toenemende energieprijzen die het huidige economische klimaat hebben beïnvloed. De onderwerpen vanuit een accounting perspectief waar Stichting Woonpartners rekening mee houdt zijn onder andere: bijzondere waardeverminderingen van activa, waardering van pensioenvoorzieningen, waardering van voorziening onrendabele investeringen, reële waarde bepalingen en toelichtingen.

Herwaardering vastgoedbeleggingen

Stichting Woonpartners waardeert de vastgoedbeleggingen tegen de reële waarde waarbij veranderingen in de reële waarde in de winst-en-verliesrekening worden verantwoord. De reële waarden van de vastgoedbeleggingen zijn bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). In sommige gevallen zijn de reële waarden van de vastgoedbeleggingen bepaald aan de hand van recente transacties met gelijksoortige kenmerken en locaties als het vastgoed van de groep. Stichting Woonpartners heeft onafhankelijke waarderingsexperts ingeschakeld voor het bepalen van de reële waarde. De waardering is het meest gevoelig voor veranderingen van de disconteringsvoet. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de reële waarde, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

Bijzondere waardeverminderingen

De groep beoordeelt op elke balansdatum of een actief of een groep van activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. De realiseerbare waarde is veelal gebaseerd op de hoogste van de bedrijfswaarde en marktwaarde van de kasstroom genererende eenheid per 31 december 2025, bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). De kasstroomprojecties bevatten aannames en schattingen van toekomstige verwachtingen. De realiseerbare waarde is gevoelig voor de disconteringsvoet, de verwachte toekomstige kasstromen en de groeivoet gehanteerd voor extrapolaties. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de bijzondere waardeverminderingen, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in ontwikkeling.

Latente belastingvorderingen

De waardering van latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Stichting Woonpartners, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tot de hoogte waarop het waarschijnlijk is dat fiscale winst beschikbaar zal zijn voor de verrekening. Stichting Woonpartners betrekt in deze beoordeling het beschikbaar zijn van latente belastingverplichtingen ter saldering, de mogelijkheid van planning van fiscale resultaten en de hoogte van toekomstige fiscale winsten in combinatie met het tijdstip en/of periode waarin de latente belastingvorderingen worden gerealiseerd. De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien is voldaan aan de voorwaarden voor saldering in overeenstemming met de grondslagen ten aanzien van latente belastingen.

Stichting Woonpartners verwacht dat het waarschijnlijk is dat de toekomstige fiscale winsten onvoldoende zijn in de resterende beschikbare periode, waarbij eventuele tax planning is meegenomen. Deze fiscale verliezen mogen niet worden gebruikt om winsten elders te verrekenen en kunnen niet met latente belastingverplichtingen worden verrekend.
Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de hoogte van de latente belastingvorderingen, wordt verwezen naar de toelichting op de financiële vaste activa.

ACTIVA

1. Vastgoedbeleggingen

1.1/1.3 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
DAEB vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 juli door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Ultimo 2025 bedraagt deze grens € 900,07 (2024: € 879,66). De huurtoeslaggrens wordt bepaald bij het aangaan van de huurovereenkomst. Het niet-DAEB vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens en commercieel vastgoed.
Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerendgoed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijns-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen.

Grondslag waardering tegen actuele waarde gebaseerd op marktwaarde
Het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten. Na eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd op basis van actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde.
Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing. Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering tegen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (“Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”).


Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025). Stichting Woonpartners hanteert hierbij de basisversie.

Ieder jaar wordt na 1 juli het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full variant toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Uit het validatie rapport met betrekking tot de waarderingen ultimo 2024 blijkt dat de basisversie 2024 tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid uitgaande van een taxatie onzekerheid van + of - 10%. Uit het validatierapport blijkt echter eveneens dat de methodiek onder druk staat en er jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. Het validatie effect van 2025 is conform voorgaande jaren als mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening 2025 verwerkt.

Complexindeling
Het DAEB en niet-DAEB vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit sociaal en commercieel vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het sociaal vastgoed, respectievelijk aan het commerciële deel kan worden toegerekend.

Groot onderhoud 
In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en is voldaan aan de activeringscriteria op basis van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 zoals hieronder beschreven. De boekwaarde van het eerdere groot onderhoud wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en de resterende boekwaarde van het eerdere groot onderhoud wordt ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. 
Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie zijn in overeenstemming met de op 30 september 2019 gewijzigde Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 verwerkt. Hierop zijn de definities voor onderhoud en beheer zoals hierna beschreven van toepassing. Daarbij worden onderhoudsuitgaven verwerkt in het resultaat en uitgaven die kwalificeren als verbetering als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed. 

Onderscheid onderhoud en verbeteringen 
Het onderscheid tussen onderhoud en verbeteringen volgt de maatregelen die corporaties verrichten bij de werkzaamheden aan het vastgoed in exploitatie. Deze worden per maatregel beoordeeld. De categorie ‘verbetering’ zal worden behandeld als investeringsuitgaven. Onderhoudsuitgaven zijn kosten.

Onderhoud 
De werkzaamheden die naar hun aard dienen om een verhuurbare eenheid, dan wel complex – in vergelijking met de toestand waarin die zich bij stichting of latere verandering bevond – in bruikbare staat te herstellen en aldus de ingetreden achteruitgang op te heffen; dit ongeacht de omvang van de uitgaven. De onderhoudsuitgaven betreffen aldus de uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken mogen zijn (minimaal conditiescore 4 op bouwdeelniveau voor alle bouwdelen conform NEN2767 of vergelijkbaar op het moment dat het onderhoud wordt uitgevoerd).
In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw. 

Verbetering 
De werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan. De verbetering wordt als investering aangemerkt. 
De investeringen voor verbetering betreffen aldus de uitgaven met als doel het technisch of functioneel verbeteren van een verhuurbare eenheid, dan wel complex. De conceptuele kaders in de fiscale praktijkhandleiding dienen daarbij als uitvalbasis. Het betreffen (ook) uitgaven om een verhuurbare eenheid, dan wel complex naar een hoger niveau te brengen (de theoretische of markttechnische verdiencapaciteit vergrotend), bijvoorbeeld verduurzamen naar energieneutraal, aanpassingen in de plattegrond, verhogen uitrustingsniveau van onderdelen van de woning of toevoegen van niet reeds in het object aanwezige installaties zoals zonnepanelen.
Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:

  • het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak; 
  • de nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen; 
  • herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen; en 
  • een ingrijpende verbouwing (definitie zie hierna).


Ingrijpende verbouwing 
Er is sprake van een ‘ingrijpende verbouwing’ als een onroerende zaak technisch en economisch gezien hoogst verouderd is of als van een onroerende zaak een gedeelte bouwvallig is, welk gedeelte wordt afgebroken, en in het overblijvende gedeelte een groot aantal veranderingen en vernieuwingen wordt aangebracht. 
Een ingrijpende verbouwing betreft aldus een grondige renovatie van een verhuurbare eenheid, dan wel complex. De ingrijpende verbouwing is erop gericht dat bij de verhuurbare eenheid, dan wel het complex een hedendaagse kwaliteit tot stand komt waar dit in de bestaande situatie niet het geval was. Deze kwaliteit zal tot stand komen via een projectmatige aanpak. Stichting Woonpartners werkt voor het totaal een investeringsvoorstel uit, waaruit blijkt dat de prestaties van het complex positief worden beïnvloed (c.q. de waarde van het complex neemt toe na de ingreep). Het voorstel vloeit voort uit de vastgoedsturing (asset management) van stichting Woonpartners. Hierbij is het streven dat de lange termijn verhuurbaarheid van het betreffende object zodanig is dat in de komende jaren geen ingrijpende verplichtingen meer te verwachten zijn, anders dan planmatige cycli uit de meerjarenonderhoudsbegroting.
We beschouwen de ingrijpende verbouwing (renovatie) als een investering wanneer wordt voldaan aan de volgende criteria: 

  1. De energetische prestaties verbeteren wezenlijk (meerdere labelstappen) waardoor het bezit vanwege de ingrijpende verbouwing ook vanuit energetisch perspectief voor de langere termijn verhuurbaar is; 
  2. Gevelrenovatie of dakrenovatie (inclusief isolatie) maakt op een zodanige manier deel uit van de aanpak waardoor deze op een niveau vergelijkbaar met dat van nieuwgebouwde objecten wordt gebracht
  3. De werkzaamheden aan de onroerende zaak zijn mede gericht op het brengen dan wel houden van de kwaliteit van de badkamers, toiletten en keukens op het technische en functionele niveau dat in redelijkheid minimaal in nieuwgebouwde objecten mag worden verwacht
  4. Installatievoorzieningen van de verhuurbare eenheden, dan wel complexen zijn als gevolg van de werkzaamheden toekomstbestendig in de zin dat ze niet binnen tien jaar hoeven te worden aangepakt. De hiervoor genoemde criteria zijn limitatief, waarbij toegestaan wordt om met argumenten een ingrijpende verbouwing te beschouwen als aan 3 van de 4 criteria wordt voldaan. Wanneer dat zo is dan dient de corporatie te kunnen onderbouwen waarom redelijkerwijs niet aan het laatste criterium is voldaan, maar er toch sprake is van een ingrijpende verbouwing.

Bovenstaande betekent dat Stichting Woonpartners voor de aanpak een investeringsafweging heeft gemaakt en er redelijkerwijs geen sprake meer is van terugbrengen in oude of vergelijkbare staat van het vastgoed. Het complex voldoet na de aanpak aan de hedendaagse kwaliteitsstandaarden. Mocht niet aan bovenstaande criteria zijn voldaan, dan is er geen sprake van een ingrijpende verbouwing en geldt voor alle bouwdeelelementen de reguliere lijn zoals hierboven toegelicht onder het kopje Onderscheid onderhoud en verbeteringen. 

Stichting Woonpartners hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden en parkeergelegenheden.
Voor BOG, MOG en intramuraal zorgvastgoed hanteert stichting Woonpartners verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de (niet-)DAEB tak. Bij de waardering van dit vastgoed is een taxateur betrokken en zijn vrijheidsgraden van toepassing. Deze zijn nader uiteengezet in de toelichting op het vastgoed in exploitatie

In de basisversie wordt de waardering van het vastgoed bepaald op complexniveau. De daaraan gerelateerde herwaarderingsreserve wordt modelmatig op complexniveau bepaald, waardoor een onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves. Bij deze waardering van het vastgoed is geen taxateur betrokken. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de modelmatig bepaalde actuele waarde van het vastgoed in een bepaalde bandbreedte (+/- 10%) kan afwijken van de actuele waarde die met betrokkenheid van een taxateur (de full versie van het Handboek waarbij vrijheidsgraden van toepassing zijn) tot stand zou zijn gekomen.

1.2/1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB en niet-DAEB

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft complexen in aanbouw ten behoeve van toekomstige verhuurexploitatie. De complexen in aanbouw worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs dan wel tegen de lagere marktwaarde.

Ingenomen grondposities worden onder deze post verwerkt tegen marktwaarde. Rentetoerekening vindt plaats nadat ontwikkelactiviteiten zijn gestart.

1.5 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
De waarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden, die zijn gekwalificeerd als een financieringstransactie, worden gebaseerd op de geïndexeerde leegwaarde onder aftrek van de korting. De gehanteerde index is de prijsindex verkoopprijzen bestaande koopwoningen van het CBS.

De in het boekjaar teruggekochte VOV-woningen die de bestemming hebben gekregen te worden doorverkocht zonder voorwaarden en ultimo boekjaar nog niet zijn verkocht; deze woningen zijn geherclassificeerd naar “Voorraden” tegen verkrijgingsprijs, zijnde de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting op moment van afwikkeling van de terugkoopverplichting; de woningen zijn onder de “Voorraden” opgenomen als vastgoed bestemd voor verkoop en worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere verwachte opbrengstwaarde.

De in het boekjaar teruggekochte VOV-woningen die in hetzelfde boekjaar zijn doorverkocht zonder voorwaarden; herclassificatie vindt plaats met als kostprijs van de verkoop de getaxeerde leegwaarde waarde onder aftrek van de contractuele korting op moment van afwikkeling van de terugkoopverplichting; de opbrengstwaarde minus de kostprijs van deze woningen is in het resultaat verantwoord onder de post resultaat verkoop vastgoedportefeuille.

Indien een eerder onder voorwaarden verkochte onroerende zaak wordt teruggekocht ten behoeve van de eigen exploitatie, vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar onroerende zaken in exploitatie. De onroerende zaken in exploitatie worden gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van het handboek. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken bij terugkoop wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.

Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de leegwaarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden verantwoord in de winst -en verliesrekening over de periode waarin de wijziging zich voordoet, onder de categorie Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden. Daarnaast wordt ten laste van de overige reserves een herwaarderingsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve betreft het ongerealiseerde positieve verschil tussen de actuele waarde en de historische kostprijs.

2. Materiële vaste activa

2. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Onderhoud
Verbeteringen worden volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.

De afschrijvingstermijnen luiden als volgt:

Bedrijfsgebouwen Lineair 20 jaar
Terreinen géén afschrijvingen  
Installaties Lineair 10 jaar
Inventaris Lineair 2-10 jaar
Vervoermiddelen Lineair 5-6 jaar

3. Financiële vaste activa

3.1 Deelnemingen in groepsmaatschappijen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde, doch niet lager dan nihil. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Daarbij worden tevens andere langlopende belangen in aanmerking genomen die feitelijk moeten worden aangemerkt als onderdeel van de netto-investering in de deelneming. Wanneer Stichting Woonpartners geheel of ten dele instaat voor schulden van de desbetreffende deelneming, respectievelijk de feitelijke verplichting heeft de deelneming (voor haar aandeel) tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt een voorziening gevormd. Bij het bepalen van de omvang van deze voorziening wordt rekening gehouden met reeds op vorderingen op de deelneming in mindering gebrachte voorzieningen voor oninbaarheid.

3.2. Andere deelnemingen
Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs en indien van toepassing onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.


3.3 Latente belastingvorderingen en verplichtingen
Onder de financiële vaste activa zijn latente belastingvorderingen en verplichtingen opgenomen. Deze vorderingen en verplichtingen zijn met elkaar gesaldeerd. Indien en voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening.
Deze latente belastingvorderingen en verplichtingen zijn gewaardeerd tegen contante waarde waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto rente. De latente belastingvorderingen en verplichtingen hebben overwegend een langlopend karakter. De netto rente bestaat uit de voor Stichting Woonpartners geldende gewogen rentevoet voor langlopende leningen per 31 december 2024 (2,89%) onder aftrek van belasting op basis van het effectieve belastingtarief (25,8%). De latente belastingvordering en verplichting heeft betrekking op tijdelijke verschillen tussen waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering.

De latente belastingvorderingen en verplichtingen hebben betrekking op tijdelijke verschillen tussen waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering van het vastgoed in exploitatie. Voor deze tijdelijke verschillen in verband met het fiscale afschrijvingspotentieel en de complexen bestemd voor de verkoop is een latente belastingvordering in de balans opgenomen. Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie is sprake van een zeer lange periode tot het moment van afwikkeling van de latentie. Om deze reden is deze latentie op nihil gewaardeerd. De latente belastingvorderingen hebben daarnaast betrekking op de waardering van de langlopende schulden.

3.4 Leningen u/g
De verstrekte leningen (leningen u/g) worden bij eerste verwerking opgenomen tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk is aan nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

3.5 Overige vorderingen

De overige financiële vaste activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk is aan nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

4. Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.  

5. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden.
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

PASSIVA

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen

Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden in de geconsolideerde jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd, overeenkomstig de economische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

6. Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit Overige reserves, Herwaarderingsreserve en Resultaat boekjaar.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst-en verliesrekening onder de post 'niet gerealiseerde waardeveranderingen'.
Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd. Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is.
De herwaarderingsreserve wordt niet verminderd met latente belastingverplichtingen, indien sprake is van verschillen tussen commerciële en fiscale waardering. Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve wordt ten gunste van de overige reserves gebracht.

7. Voorzieningen

7.1 Voorziening onrendabele investering en herstructurering
In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”, hierbij gaan we uit van een goedgekeurd fase 4 document (investeringsbesluit). Deze werkwijze passen we toe met ingang van boekjaar 2025 op nieuw te nemen Investeringsbesluiten. Voor investeringen waar in 2024 of eerder al een onrendabele top was genomen, blijft deze onrendabele top gehandhaafd aangezien deze voldoet aan het criterium intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd.  Wel wordt deze geactualiseerd o.b.v. herziene marktwaarde en/of Stichtingskosten.
Er is sprake van extern gecommuniceerd wanneer uitingen namens de woningcorporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de woningcorporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Bij Woonpartners gaan we hierbij uit van een door RvC goedgekeurd investeringsbesluit.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen en herstructureringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus de aan deze investering toe te rekenen marktwaarde in verhuurde staat op basis van het Handboek modelmatig waarderen. Deze voorziening is tegen contante waarde opgenomen. 

In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake toekomstige investeringen in bestaande complexen (vastgoed in exploitatie) en nieuwbouwprojecten (vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie), waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de aan deze investeringsverplichtingen toe te rekenen (stijging van de) marktwaarde per balansdatum op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil en de vorming van de voorziening wordt in het resultaat verantwoord onder de post overige waardeveranderingen. 

7.2 Overige voorzieningen
Tenzij anders vermeld, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. Het effect van tijd en geld is niet materieel.

8. Langlopende schulden

8.1 Langlopende schulden
De langlopende leningen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectie-rentemethode.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt samen met de verschuldigde rentevergoeding zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de winst -en verliesrekening wordt verwerkt.

De aflossingsverplichting voor het komend jaar is opgenomen onder kortlopende schulden.

Stichting Woonpartners maakt géén gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. Wel is er sprake van een extendible lening met een embedded derivaat in het contract, deze heeft in 2017 een vaste rente gekregen en de waarde zal in de restant looptijd (tot 2027) lineair vrijvallen.

8.4 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Stichting Woonpartners heeft in het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden het woonproduct Slimmer Kopen. Woningen met dit label worden met een bepaalde korting op de marktwaarde verkocht. Als tegenprestatie voor die korting deelt Woonpartners in de (eventuele) toekomstige waardeontwikkeling.


Stichting Woonpartners heeft in het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden een terugkooprecht dat afhankelijk is van de waardeontwikkeling van de woningen. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

8.5 Langlopende verplichting agio
Bij de Vestiadeal en de activa/passiva transactie met Volksbelang zijn leningen overgenomen tegen reële waarde. Het verschil tussen de reële waarde en de nominale waarde is verwerkt als agio. Deze agio wordt als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. 

9. Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk is aan de nominale waarde.

GRONDSLAGEN VAN RESULTAATBEPALING IN DE JAARREKENING

Algemeen:
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst -en verliesrekening wordt zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling.

10.1 Huuropbrengsten

Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEB vastgoed als het niet-DAEB vastgoed. Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties.
De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van Woonpartners, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.

10.2 + 10.3 Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten, glasverzekering). 
Indien het resultaat van een prestatieverplichting aangaande het verlenen van een dienst betrouwbaar kan worden geschat en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is, wordt de opbrengst met betrekking tot die dienst verwerkt naar rato van de verrichte prestaties. Opbrengsten uit service contracten worden verwerkt naarmate het gebruik door de afnemer plaatsvindt, rekening houdend met de mate waarin de prestatieverplichting is vervuld. In eerste instantie worden de opbrengsten lineair over een periode verwerkt, waarbij jaarlijks een definitieve afrekening plaats op basis van de werkelijk afgenomen diensten over het jaar. De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid.  
Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.

10.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed;
  • kosten klanten contact center.

De systematiek van toerekening is toegelicht onder 'Toegerekende baten en lasten' na onderdeel 19 'resultaat deelnemingen' verderop in dit hoofdstuk.

10.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

Aan deze post worden de lasten toegerekend die betrekking hebben op de onderhoudslasten. Dit betreffen naast onderhoudslasten ook personeelslasten en overige bedrijfslasten. De systematiek van toerekening is toegelicht onder 'Toegerekende baten en lasten'. Onder onderhoudslasten worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. 

De werkelijke onderhoudskosten voor dagelijks- en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Met ingang van boekjaar 2020 verwerkt Stichting Woonpartners “Uitgaven na eerste verwerking van vastgoed in exploitatie” in overeenstemming met het op 30 september 2019 gewijzigde artikel 14a van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Zie toelichting en grondslagen bij rubriek Vastgoed in exploitatie. 

10.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Aan deze posten worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan:

  • onroerendezaakbelasting;
  • verzekeringskosten

De systematiek van toerekening is toegelicht onder 'Toegerekende baten en lasten'.

11. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

12. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De overige waardeveranderingen worden gevormd door de waardevermindering die is ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw en onderhoud.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
In deze post worden de ongerealiseerde waardeveranderingen van de vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden verantwoord die zijn ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden in het verslagjaar.

13. Netto resultaat overige activiteiten

Hieronder worden onder andere de inschrijfgelden van woningzoekenden, de opbrengsten van overige dienstverlening en incidentele opbrengsten verantwoord.

14. Overige organisatiekosten

Dit betreffen de kosten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden middels de systematiek toegelicht in 'Toerekening baten en lasten'.
De volkshuisvestelijke bijdragen worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening onder de ‘Overige organisatiekosten’.

15. Leefbaarheid

Leefbaarheid omvat gemaakte kosten voor fysieke ingrepen die de leefbaarheid in buurten en wijken bevorderen. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Deze post is inclusief toegerekende organisatie- en financieringskosten.

16. Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van die betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke tijd vergt om het actief gebruiksklaar of verkoopklaar te maken. De te activeren rente wordt berekend op basis van de verschuldigde rente over specifiek voor de vervaardiging opgenomen leningen en van de gewogen rentevoet van leningen die niet specifiek aan de vervaardiging van het actief zijn toe te rekenen, in verhouding tot de uitgaven en periode van vervaardiging.

17. Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst -en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Sinds 1 januari 2008 vallen de woningcorporaties integraal onder de vigerende belastingwetgeving. Eind 2008 is er overeenstemming bereikt tussen Aedes en de Belastingdienst betreffende de Vaststellingsovereenkomst 2 (VSO 2). Eind 2022 heeft de Belastingdienst de VSO2 eenzijdig opgezegd.

Stichting Woonpartners heeft op basis van de vigerende belastingwetgeving de fiscale positie ultimo 2025 en het fiscale resultaat 2025 bepaald.

18. Resultaat deelnemingen

Als resultaat van deelnemingen waarin invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid, wordt opgenomen het aan de woningcorporatie toekomende aandeel in het resultaat van deze deelnemingen. Dit resultaat wordt bepaald op basis van de bij Stichting Woonpartners geldende grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Bij deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, wordt het dividend als resultaat aangemerkt. Verwerking hiervan vindt plaats onder de financiële baten en lasten.

Toegerekende baten en lasten
Om tot de functionele indeling van de winst -en verliesrekening te komen wordt gebruikgemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van het aantal FTE's dat zich met de betreffende activiteit bezig houdt. De overige organisatiekosten zijn waar mogelijk rechtstreeks toegewezen aan een activiteit.

 
Afschrijvingen materiële vaste activa ten dienste van exploitatie
De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt.
De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend middels de systematiek toegelicht in 'Toerekening baten en lasten'.

Lonen, salarissen en sociale lasten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers. De lonen, salarissen en sociale lasten worden aan de verschillende activiteiten toegerekend middels de systematiek toegelicht in 'Toerekening baten en lasten'.

Pensioenlasten
Voor de grondslagen wordt verwezen naar de paragraaf voorziening pensioenen. De pensioenlasten worden aan de verschillende activiteiten toegerekend middels de systematiek toegelicht in 'Toerekening baten en lasten'.

GRONDSLAGEN VOOR HET KASSTROOMOVERZICHT

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

Winstbelastingen, betaalde interest en ontvangen interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappijen wordt opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs.

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.

Financiële instrumenten

Per balansdatum heeft Stichting Woonpartners géén losstaande derivatencontracten meer in portefeuille. Wel heeft Stichting Woonpartners te maken met een embedded derivaat (extendible lening), welke verderop zal worden toegelicht. Op dit moment zijn er géén voornemens derivaten aan te trekken. Er is dan ook per balansdatum géén reden om een liquiditeitsbuffer aan te houden, wat Stichting Woonpartners dan ook niet zal doen. Bij eventuele toekomstige derivatencontracten zal dat uiteraard weer wel gedaan worden. Dit om eventuele liquiditeitsverplichtingen ten gevolge van dalende rente in de markt te kunnen voldoen.

Algemeen
De belangrijkste financiële risico’s waaraan de groep onderhevig is zijn het marktrisico, het renterisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het financiële beleid van Stichting Woonpartners is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. Stichting Woonpartners maakt op dit moment géén gebruik van financiële rente instrumenten. Stichting Woonpartners zal met eventuele financiële derivaten in de toekomst geen speculatieve posities innemen.

Interne organisatie
In het treasurystatuut zijn de randvoorwaarden vastgelegd waarbinnen Stichting Woonpartners mag handelen. Aandachtspunten in dit statuut zijn onder andere regels inzake bevoegdheden, interne controle, verantwoording. Tevens wordt jaarlijks een treasuryjaarplan opgesteld, waarin de voornemens van Stichting Woonpartners uiteen worden gezet. Een samenvatting van dit plan is onderdeel van de jaarlijkse begroting, welke formeel wordt goedgekeurd door de Raad van Commissarissen. Hiermee wordt een mandaat bekrachtigd waarbinnen de Algemeen Directeur-Bestuurder  kan opereren. De activiteiten op het gebied van treasury worden bewaakt door de Treasurycommissie, welke ongeveer zes maal per jaar bij elkaar komt. Deze commissie wordt gevormd door manager bedrijfsvoering, 2 adviseurs planning & control en een onafhankelijk extern deskundige welke ondersteunt en zorgt voor waarborging van interne professionaliteit. De Treasurycommissie waarborgt onder andere dat er binnen de interne organisatie voldoende aandacht is voor de inzet en beheer van financiële instrumenten. Tenslotte adviseert de Treasurycommissie de bestuurder tot te nemen acties op treasury gebied.

Liquiditeitsrisico
Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van Stichting Woonpartners en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. Investeringen worden alleen dan aangegaan wanneer zeker is dat hiervoor financiële middelen beschikbaar zijn. Daarnaast heeft Stichting Woonpartners op verschillende manieren gewaarborgd dat zij altijd aan haar verplichtingen kan voldoen, waaronder aantrekken van langlopende leningen twee leningen met een variabele hoofdsom (ieder groot € 7.500.000), welke respectievelijk maandelijks en wekelijks mogelijkheid tot storting/aflossing bieden. Stichting Woonpartners volgt de beschikbaarheid van liquiditeit op de voet, dit is een vast agendapunt bij de bijeenkomsten van de Treasurycommissie. Hierbij wordt in ieder geval telkens voor de komende zes maanden gekeken of liquiditeit is gewaarborgd. Tevens wordt de vervalkalender van de leningportefeuille constant gemonitord.

Doelstellingen risicobeheer
In het treasurystatuut van Stichting Woonpartners staan de kaders benoemd omtrent het beheersen van risico's. Belangrijke aspecten hierbij zijn functiescheiding, risicobeheersing en risicospreiding. De financiële instrumenten dienen te voldoen aan de kaders genoemd in een aanvullende toelichting op het treasurystatuut. In het vigerende statuut is het gebruik van afschermende instrumenten toegestaan ter beheersing van het renterisico op zekere kasstromen en de instrumenten zijn defensief van aard.

De volgende eisen worden gesteld ten aanzien van het gebruik van derivaten:

  • De leden van de Treasurycommissie dienen voldoende kennis van zaken te hebben;
  • Derivaten mogen slechts gebruikt worden om bepaalde risico’s, zoals beleggings-, rente- en financieringsrisico’s af te dekken;
  • Ten alle tijden worden de richtlijnen en wetgeving gevolgd, welke betrekking hebben op het gebruik en aanschaf van derivaten;
  • Derivaten moeten voldoen aan de richtlijnen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en de Autoriteit Woningcorporaties;
  • Slechts een beperkt aantal soorten derivaten is toegestaan, dit zijn forward fixeren, CAP/Floor/Collar, Interest Rate Swap (IRS), Swaption;
  • Financiële derivaten mogen uitsluitend in euro's worden aangetrokken en van financiële instellingen met minimaal een A rating of daarmee vergelijkbare rating;
  • Derivaten mogen uitsluitend ter hedging van leningen met variabele hoofdsom worden afgesloten, die voor of tegelijk met het moment van afsluiten van het derivaat worden afgesloten. De looptijd mag maximaal 10 jaren bedragen;
  • Voor het gebruik van derivaten dient te allen tijde en direct (voordat het contract aangegaan wordt) goedkeuring te worden gevraagd aan het bestuur inclusief een motivatie, waarom een derivaat wordt gebruikt;
  • Derivaten mogen géén toezichtsbelemmerende clausules bevatten.

Hedge strategie
Het risico van wijzigingen in de rente afdekken met derivaten.

Type hedge
Kostprijshedge accounting op basis van individuele leningen. Kostprijshedge accounting wordt toegepast op basis van de aansluiting van de kritische kenmerken van de instrumenten met de financieringen. Deze kenmerken zijn terug te vinden in de originele contracten.

Hedge instrumenten
Stichting Woonpartners maakt op dit moment géén gebruik van rentederivaten. Tot voor kort werden rentederivaten gebruikt om de variabiliteit van de toekomstige kasstromen gerelateerd aan rentebetalingen van leningen af te dekken. Per balansdatum heeft Stichting Woonpartners twee leningen met een variabele hoofdsom in portefeuille, hieraan is echter géén hedge instrument gekoppeld. 

Accounting
Het hedging instrument en de hedged items onderliggend aan de af te dekken rentebetalingen worden, indien van toepassing, tegen kostprijs op de balans opgenomen en gewaardeerd. Hedge ineffectiviteit wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Per balansdatum heeft Stichting Woonpartners hier niet mee te maken met uitzondering van de extendible lening.

Marktrisico
Stichting Woonpartners beheerst het marktrisico door spreiding aan te brengen in de portefeuille en limieten in te stellen. De gehele leningenportefeuille is zodanig samengesteld dat bij veranderende interne en externe omstandigheden adequaat opgetreden kan worden. Verder dient iedere transactie bij te dragen aan een evenwichtige leningenportefeuille en wordt marktconformiteit van nieuwe contracten gecontroleerd.

Valutarisico
Stichting Woonpartners voert alleen transacties in euro's (€) uit en loopt geen valutarisico.

Renterisico
Stichting Woonpartners loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Stichting Woonpartners risico ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Stichting Woonpartners risico's over de marktwaarde. Voor vorderingen worden geen financiële derivaten ter dekking van het renterisico afgesloten.

Kredietrisico
Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating). Dit is opgenomen in het treasurystatuut en wordt periodiek gemonitord in de Treasurycommissie.

Extendible lening (embedded derivaat)
Begin 2017 was nog sprake van een embedded derivaat welke zat besloten in een bestaand leningencontract. Het embedded derivaat betrof een extendible swaption waarbij Stichting Woonpartners een rente-optie heeft verkocht aan de bank. De rente-optie is in maart 2017 door de bank geëffectueerd waarbij de bank heeft gekozen de rente voor de resterende looptijd van het contract vast te zetten op 3,9%. De resterende looptijd betreft nog 2 jaren (tot 2027). 

Het gepassiveerde verschil tussen de nominale waarde en de reële waarde van de lening zal over de resterende looptijd worden geamortiseerd (vrijval in het resultaat). Eind 2025 spreken we hier nog over een bedrag van € 503.000.

Toelichting balans en winst- en verliesrekening 2025

Toelichting op de onderscheiden posten van de balans

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 DAEB vastgoed in exploitatie

Een overzicht van de vastgoedbeleggingen is onderstaand opgenomen:

      DAEB vastgoed in exploitatie
Stand per 1 januari 2025      
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs     457.716.202
Cumulatieve herwaarderingen     942.209.085
Cumulatieve waardeveranderingen     -13.232.414
Boekwaarde per 1 januari 2025     1.386.692.873
       
Mutaties      
Investeringen      
- oplevering nieuwbouw     13.256.852
- aankopen     345.000
- uitgaven verbeteringen     18.603.770
Desinvesteringen     -3.633.871
Herwaarderingen      
- overboeking onrendabele investeringen nieuwbouw + renovatie     -1.564.258
- op- en afwaarderingen     -1.907.080
- niet gerealiseerde waardeveranderingen     75.647.185
- waardeverandering verbeterinvesteringen     -18.603.770
Herclassificatie/herkwalificatie      1.711.907 
Overboekingen      -52.319 
Totaal mutaties 2025     83.803.416
       
Stand per 31 december 2025      
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs     490.824.861
Cumulatieve herwaarderingen     996.427.499
Cumulatieve waardeveranderingen     -16.756.071
Boekwaarde per 31 december 2025     1.470.496.289

Woonpartners waardeert het DAEB vastgoed op basis van marktwaarde in verhuurde staat.
De waarde ultimo 2025 bedraagt € 1.470.496.289 (2024: € 1.386.692.873).
De waardeverandering verbeteringsinvesteringen betreft een afwaardering van gedane investeringen die niet of niet inzichtelijk leiden tot een toename van de marktwaarde. De afname van de herwaardering is onderdeel van de totale herwaardering, maar wordt door deze afboeking afzonderlijk toegelicht.
De regel 'overboeking onrendabele investeringen nieuwbouw + renovatie' heeft betrekking op de activering van kosten inzake nieuwbouw,- en renovatieprojecten die gedurende het boekjaar zijn opgeleverd.

1.2 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB

Een overzicht van de vastgoedbeleggingen is onderstaand opgenomen:

          Investeringen bestaand bezit DAEB   Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB nieuwbouw   Totaal
Stand per 1 januari 2025                  
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs          2.074.037     13.264.861     15.338.898 
Cumulatieve herwaarderingen            
Cumulatieve waardeveranderingen          -2.074.037     -5.698.955     -7.772.992 
Boekwaarde per 1 januari 2025            7.565.906     7.565.906 
                   
Mutaties                  
Investeringen                  
- uitgaven nieuwbouw            9.988.492     9.988.492 
- uitgaven verbeteringen          32.300.363       32.300.363 
Overige waardeveranderingen          -14.190.466     -208.825     -14.399.291 
Overboekingen          -18.109.897     -14.628.291     -32.738.188 
Totaal mutaties 2025            -4.848.624     -4.848.624 
                   
Stand per 31 december 2025                  
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs          16.264.503     8.625.062     24.889.565 
Cumulatieve herwaarderingen            
Cumulatieve waardeveranderingen          -16.264.503     -5.907.780     -22.172.283 
Boekwaarde per 31 december 2025            2.717.282     2.717.282 

De regel 'overboekingen' heeft betrekking op de activering van kosten inzake projecten die gedurende het boekjaar zijn opgeleverd. 

1.3 niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Een overzicht van de niet-DAEB vastgoed is onderstaand opgenomen:

Stand per 1 januari 2025          
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs          33.942.508 
Cumulatieve herwaarderingen          28.389.365 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen          -4.837.304 
Boekwaarde per 1 januari 2025         57.494.569
           
Mutaties          
Investeringen          
- oplevering nieuwbouw          4.711.205 
- uitgaven verbeteringen         257.340
Desinvesteringen          -334.932 
Herwaarderingen          
- overboeking onrendabele investeringen nieuwbouw + renovatie        -370.171 
- waardeverandering verbeterinvesteringen         -257.340
- afwaarderingen         137.182
- niet gerealiseerde waardeveranderingen         2.235.772
Herclassificatie/herkwalificatie          -1.711.907 
Overboekingen         52.320
Totaal mutaties 2025          4.719.469 
           
Stand per 31 december 2025          
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs          36.864.214 
Cumulatieve herwaarderingen          30.367.797 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen          -5.017.973 
Boekwaarde per 31 december 2025          62.214.038 

Woonpartners waardeert het niet-DAEB vastgoed op basis van marktwaarde in verhuurde staat. De waarde ultimo 2025 bedraagt € 62.214.038 (2024: € 57.494.569).

1.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB

Een overzicht van de niet-DAEB vastgoed is onderstaand opgenomen:

              Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB nieuwbouw
Stand per 1 januari 2025              
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs              4.939.567 
Cumulatieve herwaarderingen             0
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen              -1.268.916 
Boekwaarde per 1 januari 2025             3.670.651
               
Mutaties              
Investeringen              
- uitgaven nieuwbouw              4.532.736 
Overige waardeveranderingen              1.268.916 
- overboekingen              -4.711.205 
Totaal mutaties 2025              5.801.652 
               
Stand per 31 december 2025              
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs              4.761.098 
Cumulatieve herwaarderingen            
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen            
Boekwaarde per 31 december 2025              4.761.098 
               

De waardeverandering verbeteringsinvesteringen betreft een afwaardering van gedane investeringen die niet of niet inzichtelijk leiden tot een toename van de marktwaarde. De afname van de herwaardering is onderdeel van de totale herwaardering, maar wordt door deze afboeking afzonderlijk toegelicht.

Toegepaste waarderingsgrondslag
Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ die als bijlage is opgenomen bij de RTIV.
Bij het bepalen van de marktwaarde is voor woningen, parkeergelegenheden en extramurale zorg de basisversie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de basisversie van het waarderingshandboek is gehanteerd, is de marktwaarde niet gebaseerd op een waardering door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur.

De uitkomsten van het handboek zijn op landelijk niveau getoetst. Woonpartners heeft zelfstandig een aanvullende analyse van haar uitkomsten onder de basisversie gemaakt (waaronder de regionale leegwaarde ontwikkeling) en is van mening dat de waardering via de basis variant een goed beeld geeft van de marktwaarde in verhuurde staat van Woonpartners en die binnen de algemeen acceptabele bandbreedtes blijft van de full-versie (afwijking betreft minder dan 10%).

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Bij het bepalen van de marktwaarde is voor bedrijfsonroerend goed (BOG), maatschappelijk onroerend goed (MOG) en intramurale zorg de full-versie van het waarderingshandboek gehanteerd.

Voor de waardering ten behoeve van de jaarrekening 2025 is een volledige taxatie uitgevoerd van het bedrijfsonroerend goed en het maatschappelijk goed en intramuraal zorgvastgoed ten bedrage van € 33.932.970 (2024: € 33.327.000). De taxaties zijn uitgevoerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige taxateur.

Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Woonpartners en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit Woningcorporaties.

Waarderingscomplex
Een waarderingscomplex is een samenstelling van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet DAEB vastgoed. Stichting Woonpartners heeft op basis van bovenstaande criteria in totaal 299 waarderingscomplexen geïdentificeerd.

Stichting Woonpartners heeft per 31 december 2025, verdeeld naar categorie, de volgende aantallen onroerende zaken (gewaardeerd volgens de basisversie of full-versie van het waarderingshandboek):

Categorie onroerende zaken Aantal onroerende zaken per 31 december 2025 (volgens basisversie handboek)   Aantal onroerende zaken per 31 december 2025 (volgens full-versie handboek)   Totaal
Stichting Woonpartners                  
Woongelegenheden (incl. extramuraal zorgvastgoed)  7.725       7.725 
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed    85     85 
Parkeergelegenheden  1.569       1.569 
Intramuraal zorgvastgoed    104     104 
Totaal aantal eenheden Stichting Woonpartners  9.294     189     9.483 

Relevante veronderstellingen
Disconteringsvoet
De volgende spreiding van de disconteringsvoet is gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

2025

Categorie onroerende zaken Spreiding disconteringsvoet (basisversie handboek)   Spreiding disconteringsvoet
(full-versie handboek)
Woongelegenheden 4,94% - 8,94%   n.v.t.
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed n.v.t.   6,05% - 10,10%
Parkeergelegenheden 8,26% - 8,35%   n.v.t.
Intramuraal vastgoed n.v.t.   5,75% - 8,85%

2024

Categorie onroerende zaken Spreiding disconteringsvoet (basisversie handboek)   Spreiding disconteringsvoet
(full-versie handboek)
Woongelegenheden 4,86% - 8,62%   n.v.t.
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed n.v.t.   6,05% - 10,10%
Parkeergelegenheden 7,94% - 8,03%   n.v.t.
Intramuraal vastgoed n.v.t.   5,85% - 8,70%

Methoden
De marktwaarde in verhuurde staat is bepaald op basis van de Discounted Cash Flow (DCF) methode en is per categorie vastgoed als volgt:

Categorie onroerende zaken Methoden
Woongelegenheden De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteer scenario of uitpond scenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed Doorexploiteerscenario
Parkeergelegenheden De hoogste waarde van de twee scenario's (doorexploiteer scenario of uitpond scenario) leidt tot de marktwaarde van het waarderingscomplex
Intramuraal zorgvastgoed Doorexploiteerscenario

Relevante veronderstellingen
Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is voor Stichting Woonpartners rekening gehouden met de volgende (spreiding van) relevante veronderstellingen:

  Woongelegen-heden   Bedrijfsmatig en maatschap-pelijk onroerend goed   Parkeergelegen-heden   Intramuraal vastgoed
Mutatiekans (minimum - maximum) 4,00% - 41,48%   n.v.t.   0% - 20,88%   n.v.t.
Ingerekende mutatiekans (gemiddeld) 6,99%   n.v.t.   8,30%   n.v.t.
Mogelijkheid tot verkoop 100%   100%   100%   100%
Achterstallig onderhoud n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
Erfpacht n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
Beklemmingen n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.

Bij het berekenen van de marktwaarde via de basisversie worden de variabelen conform het waarderingshandboek gehanteerd.
Bij het toepassen van de full-versie is sprake van een aantal vrijheidsgraden. In onderstaand overzicht is per vrijheidsgraad toegelicht waarom wordt afgeweken van de basisversie van het handboek.

Onderdeel Toelichting
Schematische vrijheid De taxateur heeft hiervan gebruik gemaakt voor de mutatiekans en het bepalen van de looptijd bij herziening (LBH). Uitgangspunt is nu de gangbare LBH bij het desbetreffende vastgoed. Voorgaande jaren was uitgegaan van de LBH zoals deze in het contract van de huidige huurder was opgenomen.
Markthuur (stijging) De markthuur is ingeschat door taxateur op basis van referentietransacties (market evidence), onder andere de NVM-database. Dit geeft een betere weergave van en sluit beter aan bij de werkelijke situatie dan de modelmatig bepaalde markthuur. Ditzelfde is van toepassing op de markthuurstijging.
Exit yield De Exit Yield is in diverse gevallen ingeschat door taxateur op basis van market evidence, aangezien dit een betere weergave geeft van de werkelijke situatie dan de modelmatig bepaalde Exit Yield.
Leegwaarde (stijging) Niet van toepassing.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is ingeschat door de taxateur op basis van nagebootste beleggingstransacties, aangezien dit een betere weergave geeft van de werkelijke situatie dan de modelmatig bepaalde disconteringsvoet.
(Achterstallig) Onderhoud Niet afgeweken van de basisversie.
Technische splitsingskosten Niet afgeweken van de basisversie.
Mutatie- en verkoopkans De taxateur heeft deze vrijheidsgraad toegepast bij alle complexen. Na expiratie van het huurcontract is een mutatiekans van 100% ingerekend.
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing.
Erfpacht Niet van toepassing.
Exploitatiescenario Niet van toepassing, inherent aan BOG / MOG / Intramurale zorg is het uitsluitend doorrekenen van het doorexploiteerscenario.

Schattingen

Bij de bepaling van de reële waarde van het vastgoed in exploitatie zijn door zowel de interne als externe taxateurs aannames en schattingen gehanteerd van de toekomstige marktontwikkelingen. Afwijkingen van de werkelijke marktontwikkelingen, ten opzichte van deze ramingen, kunnen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening. 

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

      Effect op reële waarde
Parameter Gehanteerd in reële waarde Mogelijke afwijking in €   in % van de reële waarde  
Disconteringsvoet 5,59%   -0,5%-punt   € 264,0 mln hoger   17,22%  
Disconteringsvoet 5,59%   +0,5%-punt   € 183,8 mln lager   -11,99%  
Mutatiekans div.   -1%-punt   € 23,2 mln lager   -1,52%  
Mutatiekans div.   +1%-punt   € 38,0 mln hoger   2,48%  

Toekomstige regelgeving

In 2026 zullen er wijzigingen in de Woningwet, het Btiv en in de Rtiv plaats vinden die regelen dat toegelaten instellingen met ingang van boekjaar 2026 hun vastgoed in de jaarrekening tegen beleidswaarde moeten waarderen (in plaats van huidige waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat). Dit betreft een stelselwijziging en zal daarmee een materieel effect hebben op de jaarrekening 2026. Naast een impact op het vastgoed in exploitatie en het eigen vermogen zal deze stelselwijziging naar verwachting ook leiden tot grotere onrendabele toppen en een significant lagere zichtbare solvabiliteit. De invloed op de ratio’s zal naar verwachting beperkt zijn aangezien de LTV en solvabiliteit tenslotte al bepaald werden op basis van de beleidswaarde.

Beleidswaarde

Vertrekpunt voor de bepaling van de beleidswaarde is de huidige marktwaarde in verhuurde staat conform het handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Om te komen tot de beleidswaarde is de DCF berekening van de marktwaarde voor woongelegenheden aangepast op 5 stappen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave.

De beleidswaarde is als volgt opgebouwd:

x € 1.000 2025 2025 2024 2024
Marktwaarde verhuurde staat     1.532.710     1.444.187
Beschikbaarheid (doorexploiteren) -134   -8.264  
Betaalbaarheid (huren) -572.261   -448.714  
Kwaliteit (onderhoud) -238.508   -212.731  
Beheer (beheerkosten) 23.677   28.769  
Disconteringsvoet 171.493     170.408  
subtotaal     -615.733       -470.532
         
Beleidswaarde   916.977   973.655

Op grond van artikel 15 lid 5 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vermeldt Stichting Woonpartners de beleidswaarde in de toelichting van de jaarrekening. De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Stichting Woonpartners en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie;
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie;
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten (zowel kortcyclisch als langcyclisch) en ingrijpende verbouwingen, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van Stichting Woonpartners en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. De onderhoudsnorm is bepaald voor de lange termijn horizon van de meerjarenonderhoudsbegroting. Hiermee is een termijn gehanteerd van 60 jaar zonder eindwaarde. Het kan dus zijn dat de onderhoudsnorm ten behoeve van de beleidswaarde door de lange horizon afwijkt van het onderhoudsniveau in de winst en verliesrekening van enig jaar. Indien er sprake is van een harde verplichting worden noodzakeljke investeringen in de beleidswaarde opgenomen. Zoals bijvoorbeeld het uitffaseren van E-,F-, en G-labels;
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur-en beheeractiviteiten van Stichting Woonpartners en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' in de resultatenrekening;
  5. De sociale disconteringsvoet wordt losgekoppeld van de disconteringsvoet van de marktwaarde en jaarlijks voorgeschreven in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen in hoofdstuk 7.

Stichting Woonpartners heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

Uitgangspunt voor: 2025 2024
Disconteringsvoet - DAEB 4,22%   4,17%  
Disconteringsvoet - niet DAEB 4,76%   4,70%  
Streefhuur per maand € 696 per woning € 670 per woning
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.938 per woning € 3.682 per woning

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op beleidswaarde: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op beleidswaarde
Streefhuur per maand + € 25   € 49,0 mln hoger
Streefhuur per maand € -25   € 51,0 mln lager
Lasten onderhoud per jaar + € 100   € 30,4 mln lager
Lasten onderhoud per jaar € -100   € 29,9 mln hoger
Lasten beheer per jaar + € 50   € 15,2 mln lager
Lasten beheer per jaar € -50   € 15,0 mln hoger
Disconteringsvoet + 1%-punt   € 166,1 mln lager
Disconteringsvoet - 1%-punt   € 235,1 mln hoger

Indeling in kasstroomgenererende eenheden

De kasstroomgenererende eenheden zijn bepaald in overeenstemming met het strategisch voorraadbeleid van Stichting Woonpartners. De indeling van het strategische voorraadbeleid is gebaseerd op de indeling van productmarktcombinaties, geografische ligging, woningtype en levensduurinschatting.

In de post DAEB vastgoed in exploitatie zijn 7.695 (2024: 7.661) verhuureenheden opgenomen. De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen van deze verhuureenheden bedraagt € 1.669.471.000.
In de post niet-DAEB in exploitatie zijn 1.788 (2024: 1.788) verhuureenheden opgenomen. De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen van deze verhuureenheden bedraagt € 73.540.000.

1.5 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

          31.12.2025       31.12.2024
          Slimmer kopen       Slimmer kopen
                   
Stand per 1 januari          10.795.847         10.296.939 
                   
Niet gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille VoV        1.005.535         873.022 
Terugkopen boekjaar                -374.114 
Correcties              
Saldo mutaties          1.005.535         498.908 
                   
Totaal onroerende zaken verkocht onder voorwaarden per balans        11.801.382         10.795.847 
          31.12.2025       31.12.2024
Aantal verhuureenheden 1 januari          52         54 
Teruggekocht en vrij verkocht                -2 
Teruggekocht en in exploitatie genomen               0
Aantal verhuureenheden 31 december          52         52 

Bij de contracten gebaseerd op het “Slimmer Kopen”-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen tussen 0% en 25%. Daarnaast heeft Woonpartners een terugkooprecht. Het aandeel van Woonpartners is tweemaal de verleende korting. De actuele waarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de geschatte taxatiewaarde op het moment van verkoop.Vanaf 2019 is de "Prijsindex verkoopprijzen bestaande koopwoningen regio Noord Brabant 2015=100" van het CBS gebruikt. Deze tabel is stopgezet per 6 juni 2024, en is opgevolgd door "Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen, prijsindex 2020 = 100, regio".

In 2025 zijn er géén 'slimmer kopen' contracten afgekocht, er is dus géén waardeverandering afgerekend.

2. Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Een overzicht van de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie is hierna opgenomen:

  Kantoor gebouwen (incl. grond)   Inventaris   Vervoer middelen   Totaal
Stand per 1 januari 2025              
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 8.059.743   5.493.075   168.839    13.721.657 
Cumulatieve herwaarderingen 0   0   0   0
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen -4.068.534    -3.908.314    -97.726    -8.074.574 
Boekwaarde per 1 januari 2025 3.991.209   1.584.761   71.113    5.647.083 
               
Mutaties              
Investeringen 0   177.738   0   177.738
Afschrijvingen -206.753   -531.960   -22.510   -761.223
Totaal mutaties 2025 -206.753   -354.222   -22.510    -583.485 
               
Stand per 31 december 2025              
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs 8.059.743   5.670.813   168.839    13.899.395 
Cumulatieve herwaarderingen 0   0   0   0
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen -4.275.287   -4.440.274   -120.236    -8.835.797 
Boekwaarde per 31 december 2025 3.784.456   1.230.539   48.603    5.063.598 

Onder de post inventaris is automatisering opgenomen met een boekwaarde van € 1.212.495 (2024: € 1.531.611).

De afschrijvingstermijnen luiden als volgt (eventueel rekening houdend met restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering):

Bedrijfsgebouwen     Lineair   20 jaar
Terreinen     géén afschrijvingen    
Installaties     Lineair   10 jaar
Inventaris     Lineair   2 - 10 jaar
Vervoermiddelen     Lineair   6 jaar

3. Financiële vaste activa

3.1 + 3.2 Deelnemingen

          31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari          1.577.283        1.392.287
Boekwaarde Woonpartners Holding B.V. op basis van carry over accounting               0
                   
Mutaties:                  
Aandeel resultaat waarin wordt deelgenomen          159.071        184.996
Kapitaalstorting          537.250        0
Totaal deelnemingen per balans         2.273.604       1.577.283

Het verloop van de individuele andere deelnemingen is als volgt:

          Wijkontwikkelings maatschappij Helmond Binnenstad B.V.
Boekwaarde per 1 januari          1.039.058 
Boekwaarde Woonpartners Holding B.V. op basis van carry-over accounting        
Mutaties:          
Aflossing agio        
Afwaardering deelneming        
Resultaat boekjaar          104.980 
           
Boekwaarde per 31 december          1.144.038 

De WOM (Wijkontwikkelingsmaatschappij Helmond Binnenstad B.V.) voert activiteiten uit ten behoeve van stedelijke herstructurering en meer in het bijzonder het uitvoering geven aan het herstructureringsplan 3e fase herontwikkeling binnenstad Helmond. Deze deelneming wordt gewaardeerd tegen de nettovermogenswaarde. Woonpartners is enig aandeelhouder. 

De WOM op 31 december 2025 € 1,1 miljoen aan liquide middelen beschikbaar. Deze liquide middelen zijn in zijn geheel vrij ter beschikking voor de WOM. 

      Dede B.V.   Woonwagens en Standplaatsen Beheer B.V.   Coöp Smart Finance   Totaal
Boekwaarde per 1 januari      21.121     506.947     10.157     538.225 
                   
Mutaties:                  
Kapitaalstorting        537.250       537.250 
Resultaat      450     53.046     595     54.091 
                   
Boekwaarde per 31 december      21.571     1.097.243     10.752     1.129.566 

De deelneming in Duurzame Energie de Eeuwsels BV (Dede) betreft een deelneming van Woonpartners samen met Bergopwaarts en Savant. Het aandeel van Woonpartners bedraagt 24,6%. Deze BV exploiteert een Warmte/Koude installatie die onder andere aan de Brede School levert.
Woonpartners neemt deel in Woonwagens- en Standplaatsen beheer voor 25% samen met de andere helmondse corporaties. Op basis van de meerjarenbegroting werd voor deze BV een tekort voorzien. In overleg met de Autoriteit Wonen hebben de corporaties een extra kapitaalsstorting gedaan. Deze is verantwoord onder de post Herwaardering. Ook in 2025 is een extra storting gedaan. Hierin is het resultaat tot en met boekjaar 2024 verwerkt. 

De Coöp Smart Finance heeft als doel het verlenen van ondersteuning in de financieringslasten van starters bij de aanschaf van woningen door de leden ontwikkeld/gebouwd door middel van het verstrekken van rentekorting. Hierin is het resultaat tot en met boekjaar 2024 verwerkt.

3.3 Latente belastingvordering

          31.12.2025       31.12.2024
Latentie disagio leningen         120.786       156.192
Latentie verkoopportefeuille         29.200       40.148
Latentie afschrijvingspotentieel         1.411.201       978.954
          1.561.187       1.175.294

De latentie per 31-12-2025 is als volgt opgebouwd:

  Grondslag   Nominale waarde   Looptijd   Kortlopend
Latentie disagio leningen 468.857   120.965   28 jaar   38.045
Latentie verkoopportefeuille 126.452   32.625   10 jaar   3.196
Latentie afschrijvingspotentieel 6.307.085   1.627.228   45 jaar   212.782

De belastinglatenties zijn contant gemaakt tegen een rentepercentage van 2,07%. Dit percentage is berekend op basis van het gemiddelde rentepercentage van de leningen en het geldende VPB tarief.

Er is sprake van een (tijdelijk) verschil tussen de waardering van de activa op jaarrekeninggrondslagen (marktwaarde in verhuurde staat (ultimo 2025: € 1.532.710.327) en de fiscale waardering  (ultimo 2025: € 1.002.196.230). Op basis van realiseerbaarheid is het deel dat betrekking heeft op verkoop en afschrijvingen tot waardering gebracht in de latentie. Voor het overige verschil (€ 529 miljoen) betrekking hebbende op vastgoed in exploitatie is geen latentie gevormd. Dit deel van de latentie over het vastgoed zal namelijk niet tot afwikkeling komen binnen een afzienbare termijn. Ook voor het verschil van € 4,4 miljoen tussen de jaarrekeningsgrondslag voor de activa in ontwikkeling en de fiscale waardering hiervan is geen latentie gevormd omdat de realisatie van deze verschillen binnen afzienbare tijd  onzeker is. We verwachten dat het saldo aan fiscaal niet aftrekbare rente (€ 17,7 miljoen) vanwege de onzekerheid over de toekomstige fiscale winstgevendheid niet tot afwikkeling zal komen in afzienbare tijd.

Het verdeling van de post latente belastingvordering(en) is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Actieve belastinglatentie per balans         1.561.187       1.175.294
Passieve belastinglatentie per balans         0       0
Totaal latente belastingvorderingen per balans         1.561.187       1.175.294

3.4 Leningen u/g

Het betreft de volgende categorieën leningen:

          31.12.2025       31.12.2024
Hoofdsom leningen 1 januari          175.624         184.856 
Af: aflossingen          -9.601         -9.232 
Totaal leningen u/g per balans          166.023         175.624 

Het betreft twee leningen aan Woonwagens en Standplaatsen Beheer B.V. met een rentepercentage van 4% met een looptijd tot 2038. Deze leningen worden per 1 januari 2026 omgezet naar eigen vermogen.

3.5 Overige vorderingen

          31.12.2025       31.12.2024
Overige vorderingen         39.561       39.561
Totaal overige vorderingen per balans         39.561       39.561

Het verloop van de post startersrenteregeling is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Stand begin boekjaar         39.561       39.561
Stand einde boekjaar         39.561       39.561

Stichting Woonpartners is deelnemer aan de Startersrenteregeling. De startersrenteregeling bevat de verstrekte lening van Stichting Woonpartners aan Social Finance NV. Bij deze regeling ontvangt een koper 20,0% korting op de maandelijkse hypotheeklasten. Stichting Woonpartners waardeert de bijdrage die zij in het kader van deze regeling betaalt tegen de oorspronkelijk verstrekte lening op het moment van overdracht. Vanaf 1 juli 2016 worden geen nieuwe regelingen meer aangeboden. In 2024 is géén regeling beëindigd. Eind 2024 waren er nog twee regelingen actief. 

4. Vorderingen en overlopende activa

      31.12.2025       31.12.2024    
      Totaal   > 1 jaar   Totaal   > 1 jaar
Huurdebiteuren     334.612   0    431.841    0
Overheidsinstellingen     0   0   822.787   0
Belastingen en premies sociale verzekeringen     3.712.650   0    9.634.950    0
Overige vorderingen     173.525   0    105.457    0
Overlopende activa     866.474   0    528.151    0
Totaal vorderingen per balans     5.087.261   0    11.523.186    0

4.1 Huurdebiteuren

Het saldo huurdebiteuren kan als volgt worden gespecificeerd.

          31.12.2025       31.12.2024
Huurdebiteuren         632.495       652.030
Af: voorziening wegens oninbaarheid         -297.883       -220.189
Totaal huurdebiteuren per balans         334.612       431.841

Er is een voorziening getroffen voor alle huurcontractgebonden vorderingen waarvoor een schuldregeling is afgesproken of voor vorderingen > € 2.500. 

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari         528.962       625.681
Dotatie ten laste van de exploitatie         267.656       104.621
Afgeboekte oninbare posten         -123.069       -201.340
Boekwaarde per 31 december         673.549       528.962
                   
Verantwoord onder:                  
Huurdebiteuren (zittende huurders)         297.883       220.189
Huurdebiteuren (vertrokken huurders)         347.429       280.873
Overige vorderingen (niet huurcontract gebonden, opgenomen onder overlopende activa)         28.236       27.900
          673.548       528.962

De post huurdebiteuren omvat de huurachterstand van actieve contracten (inclusief betalingsregelingen).
In 2024 en 2025 is een voorziening getroffen voor alle vorderingen die een schuldregeling hebben of die een vordering > € 2.500 hebben. 

4.2 Overheidsinstellingen

De vordering op overheidsinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

          31.12.2025       31.12.2024
Vorderingen op Gemeenten         0       822.787
Totaal gemeenten per balans         0       822.787

4.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

          31.12.2025       31.12.2024
Omzetbelasting         21.187       0
Pro rata         71.183       0
VPB         3.620.280       9.634.950
Totaal belastingen         3.712.650       9.634.950

4.4 Overige vorderingen

Het saldo overige vorderingen kan als volgt worden gespecificeerd:

          31.12.2025       31.12.2024
Overige niet huurcontractgebonden vorderingen         118.575       74.626
Overige debiteuren         54.950       30.831
        173.525       105.457

De post overige niet huurcontractgebonden vorderingen is als volgt samengesteld.

          31.12.2025       31.12.2024
Overige niet huurcontractgebonden vorderingen         174.018       170.130
Voorziening overige niet huurcontractgebonden vorderingen         -55.443       -95.504
          118.575       74.626

De post overige debiteuren is als volgt samengesteld:

          31.12.2025       31.12.2024
Vertrokken huurders         402.380       311.704
Voorziening vertrokken huurders         -347.430       -280.873
Totaal overige debiteuren per balans         54.950       30.831

In 2025 is een voorziening getroffen voor alle niet huurcontractgebonden vorderingen die een schuldregeling hebben of die een vordering > € 2.500 hebben.

4.5 Overlopende activa

Het saldo overlopende activa kan als volgt worden gespecificeerd:

          31.12.2025       31.12.2024
Overlopende activa         866.474       528.151
          866.474       528.151

De overlopende activa bestaan in 2025 voornamelijk uit vooruitontvangen facturen inzake kosten voor automatisering, abonnementen, huisvesting en verzekeringen  welke betrekking hebben op boekjaar 2026. Er is ook nog een te ontvangen bedragen inzake subsidie buurtbeheerders opgenomen welke betrekking heeft op boekjaar 2025. Tenslotte is er een bedrag opgenomen voor de afrekening van de renovatie van de Prontoflats. 

5. Liquide middelen

          31.12.2025       31.12.2024
Rekening courant banken         3.802.997       2.447.976
          3.802.997       2.447.976

De liquide middelen staan in zijn geheel ter vrije beschikking van Stichting Woonpartners.

Passiva

6. Eigen vermogen

De toegelaten instelling vermeldt bij het eigen vermogen in de toelichting de passages die zijn opgenomen in de statuten van de toegelaten instelling ten aanzien van de bestemming van het eigen vermogen.

Het eigen vermogen is onder te verdelen in overige reserves en een herwaarderingsreserve.

          31.12.2025       31.12.2024
De resultaatbestemming wordt als volgt verdeeld:                  
Ten gunste/ten laste van de overige reserves          26.105.188         17.475.144 
Ten gunste/ten laste van de herwaarderingsreserve*          60.027.381         134.370.276 
           86.132.569         151.845.420 

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Stand per 1 januari         160.959.848       121.807.701
Realisatie herwaardering         3.182.782       21.677.002
Onttrekking herwaardering         -60.027.381       -134.370.276
Resultaat boekjaar         86.132.569       151.845.420
Correctie         0       1
Stand per 31 december (na resultaatbestemming)         190.247.818       160.959.848
                   
Resultaat boekjaar         26.105.188       17.475.144
Stand per 31 december (voor resultaatbestemming)         164.142.630       143.484.704

De stand van de overige reserve zoals hierboven gepresenteerd betreft de stand ná resultaatbestemming. Het resultaat ten gunste van de overige reserves bedraagt in 2025 € 26.105.1884 positief, over 2024 was dit € 17.475.144 positief.

In de statuten van Stichting Woonpartners is geen nadere bepaling omtrent de bestemming van het resultaat opgenomen.

Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ad € 86.523.285 positief als volgt te bestemmen:

  • Het gerealiseerde positieve resultaat over het boekjaar 2025 ad € 26.105.188 toe te voegen aan de overige reserves.
  • Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 60.027.381 (bestaande uit € 59.021.847 niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoed in exploitatie en       € 1.005.534 niet-gerealiseerde waardeveranderingen onroerende zaken verkocht onder voorwaarden) ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen. 

De resultaatbestemming is nog niet in de jaarrekening verwerkt met uitzondering van het niet-gerealiseerde resultaat ten gunste van de herwaarderingsreserve.

Het verloop van de herwaarderingsreserves is als volgt:

      Herwaarde-ringsreserve DAEB vastgoed in exploitatie   Herwaarde-ringsreserve niet-DAEB vastgoed in exploitatie   Herwaarde-ringsreserve onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   Totaal
Stand per 1 januari 2025     942.209.084   28.389.365   8.846.651   979.445.100
Realisatie uit hoofde van verkoop     -1.663.330   -228.869   0   -1.892.199
Realisatie uit hoofde van sloop     -1.222.843   -67.737   0   -1.290.580
Toename uit hoofde van stijging van de marktwaarde     57.043.415   1.978.432   1.005.534   60.027.381
Stand per 31 december 2025 (na resultaatbestemming)      996.366.326     30.071.191     9.852.185     1.036.289.702 
                   
Resultaat boekjaar      57.043.415     1.978.432     1.005.534     60.027.381 
Stand per 31 december 2025 (voor resultaatbestemming)      939.322.911     28.092.759     8.846.651     976.262.321 

De stand van de herwaarderingsreserve zoals hierboven gepresenteerd betreft de stand na resultaatbestemming.
Het resultaat ten gunste van de herwaarderingsreserve bedroeg in 2025 € 60.027.381 en in 2024 € 134.370.276.
De herwaarderingsreserve vóór resultaatbestemming bedraagt € 976.262.318

De waardering voor dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten gelden ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving. 

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Stichting Woonpartners. De mogelijkheden voor Stichting Woonpartners om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van Stichting Woonpartners is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar zelf niet in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Stichting Woonpartners.

Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd. Het bestuur van Stichting Woonpartners heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt circa € 616 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:

x € 1.000

Marktwaarde verhuurde staat     1.532.710
Beschikbaarheid (doorexploiteren) -134  
Betaalbaarheid (huren) -572.261  
Kwaliteit (onderhoud) -238.508  
Beheer (beheerkosten) 23.677  
Disconteringsvoet 171.493  
subtotaal     -615.733  
     
Beleidswaarde   916.977

Dit impliceert dat circa 48% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Resultaat boekjaar

          31.12.2025       31.12.2024
Resultaat boekjaar         86.132.569       151.845.420
          86.132.569       151.845.420

Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024

De jaarrekening 2024 is vastgesteld in de vergadering van de Raad van Commissarissen gehouden op 05-06-2025. De vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025

Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat ten bedrage van € 86.132.569 voor een deel ten gunste van de overige reserves te brengen (€ 26.105.188) en voor een deel ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen (€ 60.027.381). Vooruitlopend op de resultaatbestemming is de toevoeging aan de herwaarderingsreserve onttrokken vanuit de overige reserves. Dit voorstel is vooruitlopend op het besluit reeds in de verloopstaten verwerkt, in de balans is het resultaat nog niet toegerekend.

7. Voorzieningen

7.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

          31.12.2025       31.12.2024
De post onrendabele investering nieuwbouw per 31 december bestaat uit de volgende projecten:                  
Onrendabele investeringen nieuwbouw          24.030.987         20.157.475 
Onrendabele investering renovatie          10.575.740         43.565.347 
           34.606.727         63.722.822 

Van deze voorzieningen is de verwachting dat 2 nieuwbouwprojecten (Zuidrand en Keyserinnedael) en 3 renovatieprojecten (Broekwal, Vinkenlaan en Pronto) in 2026 zullen worden opgeleverd. Het kortlopende deel van de voorziening is daarmee € 2.123.000 voor nieuwbouw en € 10.576.000 voor renovatie, het restant is langlopend daar de oplevering pas na 2026 wordt verwacht.

Het verloop is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari          20.157.475         8.064.887 
Verantwoord onder vastgoedbeleggingen bestemd voor eigen exploitatie 1 januari          6.967.872         5.663.038 
Mutaties in het boekjaar:                  
- Dotatie (+) boekjaar          8.061.436         19.771.336 
- Vrijval (-) boekjaar          -3.313.587         -4.328.328 
- Oplevering          -1.934.429         -2.045.586 
Verantwoord onder vastgoedbeleggingen bestemd voor eigen exploitatie 31 december          -5.907.780         -6.967.872 
Boekwaarde per 31 december          24.030.987         20.157.475 
Voorziening renovatie         31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari          43.565.347         44.199.785 
Verantwoord onder vastgoedbeleggingen bestemd voor eigen exploitatie 1 januari          2.074.037         28.069.058 
Mutaties in het boekjaar:                  
- Toevoeging (+) boekjaar          539.071         8.867.847 
- Vrijval (-) boekjaar          -5.964.141         -7.538.667 
- Oplevering          -13.374.071         -27.958.639 
Verantwoord onder vastgoedbeleggingen bestemd voor eigen exploitatie 31 december          -16.264.503         -2.074.037 
Boekwaarde per 31 december          10.575.740         43.565.347 

Er hebben diverse  toevoegingen inzake nieuwbouw plaatsgevonden groot € 8.061.000. Deze omvatten de projecten Zuidrand (€ 2.361.000), Ensemble (€ 739.000), Floriskwartier (€ 3.592.000), Ons Francien (€ 770.000), De Goede Herder (€ 541.000) en diverse andere projecten zorgen gezamenlijk nog voor een toevoeging van € 58.000.

Anderzijds zijn er ook voorzieningen vrijgevallen voor totaal € 3.314.000. Deze omvatten de projecten Keyserinnedael (€ 1.629.000), Beisterveldse Broek West (€ 640.000)  Zuidrand niet-DAEB (€ 979.000) en diverse andere projecten zorgen gezamenlijk nog voor een vrijval van € 66.000.

In 2025 is een nieuwbouwproject in de verhuur genomen, het betreft project Winkelplein West. Deze voorziening is benut (-/- € 1.934.000).

De totale afwaardering (totaal -/- € 5.908.000) verantwoord onder de vastgoedbeleggingen, bestaat uit de projecten Zuidrand DAEB (-/- € 1.229.000), Keyserinnedael (-/- € 1.006.000), Ensemble (-/- € 1.603.000), Floriskwartier (-/- € 1.533.000) en diverse overige projecten (-/- € 537.000).

Voor de grote projecten verbetering hebben er diverse toevoegingen / onttrekking plaatsgevonden. Per saldo heeft in 2025 een onttrekking van € 5.425.000 plaats gevonden. Deze omvat:

  • enerzijds een toevoeging (totaal € 539.000) voor de projecten Verduurzamingstrein (€ 527.000) en Zuid Koninginnewal (€ 12.000);
  • anderzijds een onttrekking (totaal -/- € 5.964.000) van de projecten Pronto (€ 5.438.000)  en Energieprojecten (€ 526.000).

In 2025 is een deel van het project Pronto opgeleverd, het betreft betreft flats 1 t/m 4. De voorziening voor deze opgeleverde flats is vrijgevallen. Voor de resterende flats is een nieuwe voorziening bepaald in de jaarrekening. 

De totale afwaardering (totaal -/- € 16.265.000) verantwoord onder de vastgoedbeleggingen, de werkelijke uitgaven bestaat uit de projecten Verduurzamingstrein (-/- € 679.000), Energieprojecten (-/- € 256.000), de Prontoflats (-/- € 15.318.000) en Zuid Koninginnewal (€ 12.000).

7.2 Overige voorzieningen

          31.12.2025       31.12.2024
Voorziening loopbaanontwikkeling (ILOB)         230.335       232.663
Voorziening sociaal plan         129.500       0
Totaal voorziening         359.835       232.663

Het verloop van de voorziening loopbaanontwikkeling (ILOB) is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari         232.663       231.650
Dotaties         21.946       13.702
Uitgaven         -24.274       -12.689
Totaal voorziening loopbaanontwikkeling per balans         230.335       232.663

Voor de voorziening loopbaanontwikkeling (ILOB) is het tijdseffect niet materieel. Deze voorziening is overeenkomstig voorgaand jaar gewaardeerd tegen nominale waarde.

Het verloop van de overige voorziening is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari         0       0
Dotaties         129.500       0
Totaal overige voorziening per balans         129.500       0

De dotatie overige voorziening betreft de ontstane verplichting uit het Sociaal Plan dat in het kader van de fusie tussen Woonpartners en Volksbelang in 2025 is vastgesteld.

8. Langlopende schulden

8.1 Schulden/leningen kredietinstellingen

Het verloop van de post schulden/leningen kredietinstellingen voor leningen van Stichting Woonpartners en haar groepsmaatschappijen is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
Boekwaarde per 1 januari          236.582.209         223.427.297 
Kortlopende deel van de langlopende schulden 1 januari          15.172.253         15.175.267 
Leningenportefeuille per 1 januari          251.754.462         238.602.564 
                   
Bij: nieuwe leningen/opnames          36.000.000         35.500.000 
                   
Vrijval embedded derivaat          -431.236         -431.236 
Aflossingen boekjaar          -13.172.253         -21.916.866 
                   
Leningenportefeuille per 31 december          274.150.973         251.754.462 
Kortlopende deel van de langlopende schulden 31 december          -14.888.579         -15.172.253 
           259.262.394         236.582.209 

Van de totale leningenportefeuille heeft € 268.902.000 betrekking op geborgde leningen, € 4.746.000 op ongeborgde leningen en € 503.000 op de embedded derivaat.

De marktwaarde van de leningen is de waarde van de leningen waarbij de toekomstige rente- en aflossingverplichtingen contant zijn gemaakt tegen actuele rente tarieven. Ultimo 2025 bedraagt de marktwaarde van de leningen € 262.670.000. De rentecurve welke gebruikt wordt voor het bepalen van de marktwaarde per jaareinde is de Europese Interest Rate Swap (IRS). Hierbij wordt géén opslag of afslag gehanteerd. 

In 2025 heeft de embedded derivaat in de portefeuille een vrijval van € 431.236. Op 1 maart 2017 heeft de ABN AMRO
gebruik gemaakt van de optie om de rente contractueel vast te zetten op 3,9%. De marktwaarde van lening met peildatum 31-12-2016 zal tot het einde van de looptijd (1-3-2027) lineair vrijvallen.

Rente en kasstroomrisico

Hierna is de leningenportefeuille uitgesplitst naar rentepercentage, renteherziening periode en naar resterende looptijd.

Rentepercentages
Roll over 5.000.000
0% - 1% 47.000.000
1% - 2% 26.765.821
2% - 3% 60.500.000
3% - 4% 89.282.044
4% - 5% 45.100.000
   
Stand derivaat 503.108
Aflossing komend boekjaar -14.888.579
  259.262.394
Renteherziening periode
0 tot 3 maanden 5.000.000
van 3 tot 6 maanden 0
van 6 maanden tot 1 jaar 10.600.000
van 1 tot 5 jaar 60.590.683
van 5 tot 10 jaar 33.691.361
>10 jaar 163.765.821
   
Stand derivaat 503.108
Aflossing komend boekjaar -14.888.579
  259.262.394
Resterende looptijd
< 1 jaar  14.100.000 
van 1 tot 5 jaar  62.090.683 
van 5 tot 10 jaar 33.691.361
van 10 tot 15 jaar 31.975.731
van 15 tot 20 jaar 5.000.000
> 20 jaar 126.790.090
   
Stand derivaat 503.108
Aflossing komend boekjaar -14.888.579
  259.262.394

De bij de toelichting op de kortlopende schulden vermelde zekerheden voor de schulden aan kredietinstellingen (vestiging pandrecht op debiteuren, vorderingen en voorraden) zijn ook op de langlopende leningen verstrekt door kredietinstellingen van toepassing.

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van € 14.888.579 zijn niet begrepen in de hierboven genoemde bedragen, maar opgenomen onder de kortlopende schulden.

WSW geborgde leningen
De gemiddelde gewogen rentevoet van de leningenportefeuille per 31 december 2025 is 2,79% (31.12.2024: 2,89%). De gemiddelde resterende looptijd is 21,4 jaren (31.12.2024: 22,81 jaren).

In de leningenportefeuille van Stichting Woonpartners zit één extendible lening met hoofdsom € 12.500.000. In 2017 had de ABN AMRO het recht om te kiezen voor óf een vast rente (3,90%) óf voor een variabele rente (3 maands euribor). ABN AMRO heeft gekozen voor de optie om de rente vast te zetten op 3,90% voor de restant looptijd (vanaf 2017 is dit tien jaren). Eind december 2013 heeft de Raad voor de Jaarverslaglegging (RJ), in haar RJ Uiting 2013-15, Richtlijn 290 Financiële instrumenten (2013) uitgebracht. Conform de Richtlijn voor de Jaarverslaglegging moet bekeken worden of de in de extendible lening opgesloten derivaat ("embedded") apart gewaardeerd moet worden. Stichting Woonpartners is van mening dat dit voor dit embedded derivaat het geval is. De marktwaarde van dit derivaat bedroeg per 31-12-2016 € 4.312.360 negatief. Deze verplichting valt in de restant looptijd van de lening lineair vrij. De stand per 31-12-2025 bedraagt € 503.000.

8.2 Waarborgsommen

          31.12.2025       31.12.2024
Waarborgsommen         69.461       59.574
Rente waarborgsommen         7.993       5.804
          77.454       65.378

De waarborgsommen hebben enkel nog betrekking op commerciële verhuur in de stichting.

8.3 Vooruitontvangen huur

          31.12.2025       31.12.2024
          4.983.852       4.976.203

De vooruitontvangen huren hebben betrekking op de huur voor Brede School Helmond-Noord (€ 4.417.000), deze is voor 50 jaar vooruitontvangen. Met betrekking tot de schoolwoningen van de Bundertjes (Harmoniestraat) is de huur voor 20 jaar cq. 40 jaar vooruitontvangen (€ 526.000). Aan deze bedragen wordt rente toegerekend en er valt een gedeelte vrij dat als huur verantwoord wordt.

De mutatie in 2025 heeft betrekking op de vrijval van een deel van de huur inzake de Brede school en de schoolwoningen van de Bundertjes (-/- € 249.000). Aan de andere kant heeft er per saldo een rente egalisatie plaatsgevonden (+/+ € 258.000).

8.4 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De samenstelling is als volgt:

          31.12.2025       31.12.2024
1 januari                  
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht          6.419.625         6.613.028 
Vermeerderingen/verminderingen          2.882.270         2.446.623 
Boekwaarde per 1 januari          9.301.895         9.059.651 
                   
Mutaties                  
Herwaarderingen          661.301         574.153 
Terugkopen          -         -331.909 
Saldo mutaties          661.301         242.244 
                   
31 december                  
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht          6.419.625         6.419.625 
Vermeerderingen/verminderingen          3.543.571         2.882.270 
     9.963.196         9.301.895 

De terugkoopverplichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks geïndexeerd.Vanaf 2019 is de "Prijsindex verkoopprijzen bestaande koopwoningen regio Noord Brabant 2015=100" van het CBS gebruikt. Deze tabel is stopgezet per 6 juni 2024, en is opgevolgd door "Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen, prijsindex 2020 = 100, regio".

Er zijn in 2025 en 2024 onder een VOV-regeling geen nieuwe woningen overgedragen aan derden. Als gevolg van een gemiddelde waardestijging van de overgedragen onroerende zaken van 9,3% (2024: 8,8%), stijgt waardering van het VOV-bezit met € 1.087.640.

8.5 Langlopende verplichting agio

          31.12.2025       31.12.2024
Langlopende verplichting agio         3.861.012       3.983.002
Totaal langlopende verplichting agio         3.861.012       3.983.002

Bij de Vestiadeal en de activa/passiva transactie met Volksbelang (in 2022) zijn leningen overgenomen tegen reële waarde. Het verschil tussen de reële waarde en de nominale waarde is verwerkt als agio. Deze agio wordt als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt (zie 17.3 Rentelasten en soortgelijke kosten) en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. De stand eind 2025 is respectievelijk € 3.842.000 voor de Vestia lening en € 19.000 voor de leningen die zijn overgenomen van Volksbelang. Deze post is onderdeel van de langlopende schulden.

9. Kortlopende schulden

          31.12.2025       31.12.2024
9.1 Schulden aan kredietinstellingen          18.320.106         18.833.374 
9.2 Schulden aan leveranciers          6.228.751         5.580.338 
9.3 ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen          3.405.852         2.435.208 
9.4 Overige schulden          -         144 
9.5 Overlopende passiva          2.377.621         2.687.669 
           30.332.330         29.536.733 

9.1 Schulden aan kredietinstellingen

          31.12.2025       31.12.2024
Aflossingen leningen volgend boekjaar                  
                   
Aflossingsverplichting komend boekjaar (kortlopende deel langlopende schulden)         14.889.530       15.175.267
Nog niet vervallen rente van geldleningen         3.308.587       3.314.212
Nog niet vervallen rente agio         121.989       343.895
          18.320.106       18.833.374

Als zekerheid voor de schulden aan kredietinstellingen is een volmacht aan het WSW verstrekt om hypotheek of pandrecht te vestigen.
Het kortlopend deel van de langlopende schulden heeft betrekking op aflossingsverplichting komend boekjaar. 
Bij de Vestiadeal en de activa/passiva transactie met Volksbelang zijn in 2022 leningen overgenomen tegen reële waarde. Het verschil tussen de reële waarde en de nominale waarde is verwerkt als agio. Deze agio wordt als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld.

9.2 Schulden aan leveranciers

          31.12.2025       31.12.2024
Crediteuren         6.228.751       5.580.338
          6.228.751       5.580.338

9.3 Schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekeringen

          31.12.2025       31.12.2024
Loonheffing en premies sociale verzekeringen         285.337       253.354
Omzetbelasting         3.120.515       2.181.854
          3.405.852       2.435.208

9.4 Overige schulden

          31.12.2025       31.12.2024
Overige schulden         0       144
          0       144

9.5 Overlopende passiva

          31.12.2025       31.12.2024
Vooruitontvangen huur         1.341.658       1.281.057
Opgebouwde vakantiedagen         363.382       325.096
Diverse nog te betalen posten         672.581       1.081.516
          2.377.621       2.687.669

De post diverse nog te betalen posten in 2025 bestaat onder ander uit nog te ontvangen facturen, nog af te rekenen servicekosten middels de servicekostenafrekening en nog te betalen rente met betrekking tot de Brede School. 

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Garanties en borgstelling

Per 31 december 2025 zijn door Stichting Woonpartners geen garanties en borgstellingen verstrekt.

Fiscale eenheid

Voor de BTW en VPB is een fiscale eenheid gevormd. De fiscale eenheid omvat per jaareinde de volgende rechtspersonen:

  • Stichting Woonpartners
  • Wijkontwikkelingsmaatschappij Helmond Binnenstad B.V.

Entiteiten die behoren tot de fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor belastingschulden van de gehele fiscale eenheid.

Overig

Huurverplichtingen
Het jaarlijks bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerende zaken is nihil.

Erfpachtverplichtingen 
De jaarlijkse erfpachtverplichting voor terreinen volgens canon is nihil.

Wet Ketenaansprakelijkheid
Door gebruik te maken van aannemers en onderaannemers is de wet Ketenaansprakelijkheid van toepassing. Gedurende het boekjaar heeft géén aansprakelijkheidsstelling jegens stichting Woonpartners plaatsgevonden. 

Aangegane verplichtingen
Voor de volgende werkzaamheden zijn met derden langlopende contracten aangegaan:

  • nieuwbouw- en (groot)onderhoudsprojecten totaal circa € 117,3 miljoen, hiervan is inmiddels € 30,7 miljoen gerealiseerd;
  • licenties voor automatiseringssoft- en hardware totaal circa € 1.021.000 met een gemiddelde (resterende) looptijd van 4 jaren;

Pensioenverplichtingen
'Vanaf 1 januari 2026 werkt Stichting Pensioenfonds voor Woningcorporaties (SPW) volgens nieuwe pensioenregels. Ook het pensioen dat tot en met 31 december 2025 is opgebouwd valt onder deze nieuwe regeling. Het SPW bereidt zich voor op de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp), waarbij de volgende zaken van belang zijn betreffende buffers en compensatie:

  • Transitie-FTK (financieel toetsingskader) en buffers: uit de Actuariële en Bedrijfstechnische Nota (abtn) van SPW blijkt dat het fonds in 2024 en 2025 géén gebruik gemaakt heeft van het versoepelde transitie-FTK;
  • Hoge dekkingsgraad: de dekkingsgraad van het SPW was per 31 december 2025 zeer hoog (143,1%), met een extra buffer van 1,1%. In het nieuwe stelsel wordt de dekkingsgraad niet meer gebruikt. Om te zorgen dat de overgang naar het nieuwe stelsel soepel verloopt heeft het SPW de dekkingsgraad vooraf beschermd om te voorkomen dat deze vlak voor de overstap nog sterk zou dalen;
  • Buffer in het nieuwe stelsel: ook in het nieuwe stelsel behoudt SPW een collectieve buffer (solidariteitsreserve) om pensioenen te beschermen.

WSW-volmacht
Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven. Voor de door WSW geborgde leningen geldt wel dat Woonpartners een onherroepelijke volmacht aan het WSW heeft afgegeven. Hierdoor kan het WSW bij eventuele niet-nakoming van haar betalingsverplichtingen tot een bedrag van € 672 miljoen direct hypotheekrecht vestigen zonder dat hiertoe de  goedkeuring nodig is van het bestuur of de RvC van Woonpartners.


Obligolening
Stichting Woonpartners heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken.

De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2024. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als het WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en Stichting Woonpartners niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door Stichting Woonpartners.

Subsidie nieuwbouw
Inzake nieuwbouwproject Zuidrand verwacht Stichting Woonpartners nog een subsidie, welke nog formeel moeten worden goedgekeurd door

Openstaande facturen Jansen Huybregts
In 2024 is een mediation traject opgestart met Jansen Huybregts inzake renovatieproject Planetenbuurt. Stichting Woonpartners heeft betalingen aan deze partij achtergehouden in afwachting van de afwikkeling van dit traject. De afwikkeling van het leveranciersgeschil met Jansen Huybregts betreft nadere informatie over een al vóór balansdatum bestaande verplichting (RJ 160). De vaststellingsovereenkomst is op 24 april 2026 getekend. De uiteindelijke vrijval van een deel van die verplichting wordt conform RJ 252 in het resultaat 2026 verwerkt.

Toelichting op de onderscheiden posten van de winst- en verliesrekening

10. Nettoresultaat exploitatie vastgoedportefeuille

10.1 Huuropbrengsten

    2025     2024
Huuropbrengsten DAEB vastgoed in exploitatie          
Woningen en woongebouwen   54.162.901     50.977.921
Onroerende zaken, niet zijnde woningen   1.608.286     2.164.874
    55.771.187     53.142.795
Af: huurderving wegens leegstand   -478.139     -611.794
Af: huurderving wegens oninbaarheid   -287.137     -235.016
Subtotaal huuropbrengsten DAEB vastgoed in exploitatie   55.005.911     52.295.985
           
Huuropbrengsten niet-DAEB vastgoed in exploitatie          
Woningen en woongebouwen   1.760.579     1.635.784
Onroerende zaken, niet zijnde woningen   1.416.141     1.371.104
    3.176.720     3.006.888
Af: huurderving wegens leegstand   -95.769     -126.493
Af: huurderving wegens oninbaarheid   -17.646     -7.958
Subtotaal huuropbrengsten niet-DAEB vastgoed in exploitatie   3.063.305     2.872.437
           
Totaal huuropbrengsten   58.069.216     55.168.422

Hierna is een overzicht opgenomen van de huuropbrengsten die in de verschillende gemeenten zijn behaald:

Helmond   57.437.900     54.566.302
Laarbeek   631.316     602.120
Totaal huuropbrengsten   58.069.216     55.168.422

10.2 Opbrengsten servicecontracten

    2025     2024
Overige goederen, leveringen en diensten   3.052.039     2.364.741
Af: Vergoedingsderving   -66.326     -86.351
  2.985.713     2.278.390

De vergoedingen bestaan uit de bijdragen van bewoners in de diverse servicefondsen. Het betreffen bijdragen voor onder andere stookkosten, verlichting achterompaden, gemeenschappelijk energieverbruik, schoonmaak en onderhoud gemeenschappelijke ruimten, ramen wassen, onderhoud groenvoorzieningen, verwarming gemeenschappelijke ruimten, water, warmtepomp en servicekaart. De exploitatie is kostendekkend, eventuele overschotten/tekorten worden met de huurders verrekend. Uitzonderingen op deze verrekening zijn het glas- en rioolfonds en de servicekaart. Eventuele voorschotten/tekorten hierop komen voor rekening van Stichting Woonpartners en betreft de vergoedingsderving.

De vergoedingen voor het glas- en rioolfonds betreffen de bijdragen die de bewoners betalen voor het fonds dat voorziet in glasschades en rioolverstoppingen.

10.3 Lasten servicecontracten

    2025     2024
Overige goederen, leveringen en diensten   -2.974.363     -2.418.080
Totaal lasten servicecontracten   -2.974.363     -2.418.080

10.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

    2025     2024
Toegerekende personeelskosten   -1.981.572     -1.968.080
Toegerekende organisatiekosten   -1.062.352     -751.681
Toegerekende afschrijving   -201.267     -210.065
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten   -3.245.192     -2.929.826

Hieronder presenteren we de kosten voor personeel op basis van het categoriale model winst -en verliesrekening. Hierin is inzichtelijk gemaakt waar deze kosten uiteindelijk in het functionele model terecht komen:

Lonen en salarissen   4.468.977     4.432.796
Sociale lasten   1.007.481     951.177
Pensioenlasten   721.493     662.886
Tijdelijk personeel   581.947     429.640
Overige personeelskosten   512.129     391.067
Totale personeelskosten   7.292.027     6.867.566
           
Af: toegerekende personeelskosten lasten verhuur en beheer   -1.981.572     -1.968.080
Af: toegerekende personeelskosten verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   -164.881     -150.898
Af: toegerekende personeelskosten lasten onderhoudsactviteiten   -2.922.706     -2.803.432
Af: toegerekende personeelskosten leefbaarheid   -1.797.175     -1.564.454
Af: toegerekende personeelskosten overige organisatiekosten   -425.693     -380.702
    0     0

Het aantal werkzame werknemers, berekend op fulltimebasis bedroeg 80,97 (2024: 80,61). Hierna een uitsplitsing van de fte's (medewerkers met een arbeidsovereenkomst) naar afdeling. Dit aantal is inclusief de doorberekende fte's. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam.
De organisatiekosten zijn toegerekend op basis van een kostenverdeelstaat, op basis van het aantal fte (2024: idem).

    2025     2024
Directie    1,00      1,00 
Managementteam    4,00       4,00 
Bestuurssecretaris    0,89       0,89 
Concerncontrol    0,72       0,72 
Concernstaf    1,56      1,56 
           
WONEN          
Wonen    2,44      3,33 
Team welkom    11,56       10,00 
Team thuis    11,69       11,08 
           
VASTGOED          
Vastgoed    8,67      8,67 
           
Team vastgoedbeheer    15,89       16,67 
           
BEDRIJFSVOERING          
Teamleider Financiën/P&C    1,00      1,00 
Team I&A    3,00      3,00 
Team P&C    5,31       4,78 
Team financiën & interne zaken (staf)    13,25       13,92 
           
Totaal FTE's per 31 december    80,97       80,61 

De functie van Directeur-Bestuurder is ingevuld met een vast dienstverband.

10.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

    2025     2024
Onderhoudslasten (cyclisch)   -13.089.189     -16.395.718
Onderhoudslasten (niet cyclisch)   -4.548.957     -4.819.467
Toegerekende personeelskosten   -2.922.706     -2.803.432
Toegerekende organisatiekosten   -1.458.763     -1.158.469
Toegerekende afschrijving   -304.413     -299.572
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten   -22.324.027     -25.476.658

De onderhoudskosten (cyclisch en niet cyclisch) zijn te verdelen in:

Planmatig onderhoud (cyclisch)   -12.766.266     -15.691.774
Overig onderhoud (cyclisch)   -322.923     -703.944
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten (cyclisch)   -13.089.189     -16.395.718
           
Mutatieonderhoud (niet cyclisch)   -1.503.146     -1.825.268
Klachtenonderhoud (niet cyclisch)   -3.045.811     -2.994.199
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten (niet cyclisch)   -4.548.957     -4.819.467

Onder klachtenonderhoud verstaan we het dagelijks onderhoud aan woningen, nadat een huurder een reparatieverzoek heeft ingediend. 

Woonpartners verstaat onder mutatieonderhoud het dagelijks onderhoud aan een leeggekomen woning om deze weer in goede staat te kunnen verhuren aan een nieuwe huurder.

Planmatig onderhoud
heeft betrekking op alle onderhoudsprojecten die planmatig of projectmatig worden voorbereid en uitgevoerd.

10.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

    2025     2024
Onroerend zaak belasting en waterschapsbelasting   -2.827.136     -2.528.767
Verzekeringen   -419.117     -348.197
Contributie Aedes   -68.954     -67.219
Dotatie VvE   -200.777     -191.046
Overige   -13.711     -148.337
Totaal overige directe operationele lasten exploitatie bezit   -3.529.695     -3.283.566

11. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

    2025     2024
DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie          
Opbrengst verkopen bestaand bezit    2.993.443       2.625.471 
Af: direct toerekenbare kosten    -54.150       -41.489 
Af: boekwaarde    -2.291.538       -1.560.860 
Totaal verkoopresultaat onroerende zaken bestaand bezit DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie  647.755       1.023.122 
           
Resultaat verkoop teruggekochte VoV woningen   0      204.250 
Af: direct toegerekende kosten   0     0
Af: boekwaarde   0      -42.204 
Verkoopresultaat teruggekochte VoV woningen   0      162.046 
           
Mutatie terugkoopverplichting VoV      
           
Subtotaal    647.755       1.185.168 
           
Af: toegerekende organisatiekosten    -80.252       -62.284 
Af: toegerekende personeelskosten    -164.881       -150.898 
Af: toegerekende afschrijving    -16.747       -16.106 
           
Totaal netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   385.875     955.879

12. Waardeverandering vastgoedportefeuille

12.1 Overige waardeverandering vastgoedportefeuille

    2025     2024
Overige waardeverandering materiële vaste activa, vastgoedportefeuille   -1.978.701     -12.145.868
    -1.978.701     -12.145.868

In 2025 bestaat de post overige waarderverandering met name uit de mutatie op voorzieningen, deze heeft met name te maken met:

  • Nieuw te vormen voorziening voor nieuwbouwproject Floriskwartier (€ 3,6 mln);
  • Mutaties in bestaande voorzieningen voor grote renovaties zorgen voor per saldo een onttrekking van 5,4 mln, voornamelijk voor het project Prontoflats (-/- € 5,4 mln).
  • De mutaties op reeds bestaande voorzieningen voor nieuwbouwprojecten op basis van werkelijke kosten in 2025 of gewijzigde plannen of parameters zorgen gezamelijk nog voor een dotatie van  € 1,8 mln. De grootste projecten hierbij zijn Ensemble (+/+ € 0,8 mln), Ons Francien (-/- € 0,8), Zuidrand (+/+ € 1,4 mln) en Beisterveldse Broek West (-/- 0,6 mln);

In 2024 heeft de mutatie voorziening met name te maken met:

  • Nieuw te vormen voorziening voor een grote renovatie te weten de verduurzamingstrein (€ 7,7 mln);
  • Mutaties in bestaande voorzieningen voor grote renovaties zorgen voor per saldo een onttrekking van 1,8 mln, voornamelijk voor de project Prontoflats (+/+ € 1,2 mln) en energieprojecten 2024 (-/- € 3,8 mln);
  • Oplevering renovatieprojecten Planetenbuurt, Straakven, Adelaarplein en energieprojecten zorgen voor een onttrekking op de voorziening (-/- € 9,3 mln); 
  • De mutaties op reeds bestaande voorzieningen voor nieuwbouwprojecten op basis van werkelijke kosten in 2024 of gewijzigde plannen of parameters zorgen gezamelijk nog voor een dotatie van  € 15,5 mln. De grootste projecten hierbij zijn Ensemble (+/+ € 17,2 mln), Keyserinnedael (+/+ € 1,7 mln), Oud Moskou (-/- € 1.032) en ons Francien (-/- € 2,6 mln);

12.2 + 12.3 Niet gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille

    2025     2024
Waardemutatie vastgoed in exploitatie DAEB   87.114.175     177.178.637
Waardemutatie vastgoed in exploitatie niet-DAEB   2.372.954     5.743.504
Afwaardering verbeterinvesteringen DAEB   -18.603.770     -37.781.101
Afwaardering verbeterinvesteringen niet-DAEB   -257.340     -73.534
Mutatie vastgoedbelegging VoV   1.005.535     873.022
Mutaties verplichting VoV   -661.302     -574.153
    70.970.252     145.366.375

13. Nettoresultaat overige activiteiten

Opbrengsten overige activiteiten   2025     2024
Overige bedrijfsopbrengsten   6.225     70.669
    6.225     70.669

14. Overige organisatiekosten

    2025     2024
Heffing Autoriteit Woningcorporaties   -88.019     -71.389
Jaarverslaglegging en control directe kosten (o.a. taxatiekosten)   -214.737     -235.522
Obligoverplichting   -69.264     -75.514
Personeelsvereniging en ondernemingsraad directe kosten   -5.080     -7.344
Governance en bestuur directe kosten   -109.091     -100.073
Toegerekende personeelskosten   -425.693     -380.702
Toegerekende organisatiekosten   -207.196     -157.138
Toegerekende afschrijving   -43.237     -40.635
    -1.162.318     -1.068.317

15. Leefbaarheid

    2025     2024
Kosten leefbaarheid   -876.767     -753.878
Toegerekende personeelskosten   -1.797.175     -1.564.454
Toegerekende organisatiekosten   -937.125     -697.360
Toegerekende afschrijving   -195.558     -180.332
Totaal leefbaarheid   -3.806.625     -3.196.025

Honorarium externe accountant en de accountantorganisatie

2025

  EY accountants B.V.
Controle van de jaarrekening 184.425
Controle dVi 18.212
  202.637

EY accountants B.V. heeft in 2025 reeds een voorschot van € 141.000 in rekening gebracht (inclusief BTW) voor de controle van de jaarrekening 2025 en € 62.000 voor de controle van de jaarrekening 2024. 

2024

  EY accountants B.V.
Controle van de jaarrekening 199.449
Controle dVi 17.197
  216.646

Bovenstaande weergave van de kosten is gebaseerd op de werkelijk gefactureerde bedragen in respectievelijk 2025 en 2024.

16. Financiële baten en lasten

16.1 Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

    2025     2024
Rente banken, leningen u/g en overige   21.506     13.486
Waardering extendible lening   431.236     431.236
Rente op overige vorderingen   831.150     714.068
Totaal andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   1.283.892     1.158.790

Volgens richtlijn RJ 290 moet een extendible lening worden gewaardeerd en het resultaat worden verwerkt in de jaarrekening. Deze richtlijn heeft betrekking op financiële instrumenten en meer in het bijzonder de waardering van derivaten die in leningen zitten opgesloten (embedded derivaten), zoals bij een extendible lening. Deze derivaten zijn niet direct zichtbaar in een leningscontract maar hebben wel een soortgelijke werking als een losse derivaat. Per 1 maart 2017 is de embedded derivaat contractueel vervallen. De marktwaarde per eind 2016 zal gedurende de restant looptijd van de lening (10 jaren) lineair vrijvallen.

Bij de activa-passiva transactie met Volksbelang is de marktwaarde van het vastgoed en de leningen bepaald per 1 september 2021. De transactie is per 29 april 2022 geëffectueerd. Deze afboeking van agio heeft betrekking op de tussenliggende periode als gevolg van tussentijdse rente ontwikkelingen, aflossingen en rentebetalingen.

Rente op overige vorderingen in 2025 heeft voornamelijk te maken met rentetoerekening aan nieuwbouwprojecten en renovatieprojecten, welke jaarlijks plaatsvindt (€ 827.000). In 2025 is rente toegerekend aan de projecten Winkelplein West, Zuidrand, Keyserinnedael, Prontoflats en Broekwal. 

16.2 Andere rentelasten en soortgelijke kosten

    2025     2024
Rente leningen   -7.278.162     -7.145.314
Disagio leningen   -48.359     -44.206
Rente overige schulden   -265.063     -260.743
Rente waarborgsommen   -2.252     -1.716
Agio rente leningen   343.897     454.995
    -7.249.939     -6.996.984

De rentelasten op de leningenportefeuille zijn € 133.000 hoger dan in 2024. Dit wordt veroorzaakt door:

  • In 2025 zijn vier nieuwe leningen aangetrokken met een gezamenlijke rentelast van € 374.000;
  • Drie leningen welke in 2024 reeds werden aangetrokken hebben in 2025 een heel jaar rentelasten en zorgt daarmee voor een stijging van € 385.000;
  • In 2025 hebben we minder (volledig) gebruik gemaakt van de leningen met variabele hoofdsom, waardoor de rentelasten van deze leningen € 149.000 lager is dan in 2024;
  • Daarentegen zijn drie leningen contractueel afgelost in 2024 en 2025, waardoor de rente in 2025 € 452.000 lager is;
  • Mutaties in de annuïtaire leningen zorgen tevens voor een daling van € 20.000 in de rentelasten;
  • Tenslotte zorgen diverse kleine mutaties gezamenijk nog voor een daling in de rentekosten van € 5.000.

Het disagio betreft een vergoeding die we aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) ieder kwartaal betalen. Deze wordt berekend over het actuele schuldrestant van de leningportefeuille op dat moment. 

In de rente overige schulden wordt de rente egalisatie van de Brede School Helmond-Noord en bijbehorende sporthal verantwoord. Jaarlijks wordt aan dit complex rente toegerekend, omdat de rente vooruitontvangen is.

Bij de Vestiadeal en de activa/passiva transactie met Volksbelang zijn leningen overgenomen tegen reële waarde. Het verschil tussen de reële waarde en de nominale waarde is verwerkt als agio. Deze agio wordt als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. In 2025 gaat het hier om een bedrag van € 344.000, wat wordt verrekend met de rentelasten.

17. Belastingen

De post belastingen is als volgt samengesteld:

    2025     2024
Belasting afgeleid van het resultaat   -1.842.708     4.818.219
Dotatie voorziening voor latente belastingen   385.893     -457.746
    -1.456.815     4.360.473
           
Het bedrag aan belasting is als volgt uit te splitsen:          
Vennootschapsbelasting 2020   0     -24.139
Vennootschapsbelasting 2021   0     0
Vennootschapsbelasting 2022   0     4.108.774
Vennootschapsbelasting 2023   -1.712     3.532.685
Vennootschapsbelasting 2024   19.964     -2.799.101
Vennootschapsbelasting 2025   -1.860.960     0
Dotatie/vrijval belastinglatentie   385.893     -457.746
    -1.456.815     4.360.473

Voor de jaren tot en met 2022 is een definitieve aanslag opgelegd. Woonpartners heeft nog een bezwaar lopen over het verwerken van de zonnepanelen. Dit bezwaar heeft betrekking op de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022. Dit bezwaar is door de Belastingdienst aangehouden. Woonpartners heeft beroep aangetekend over de toepassing van de renteaftrekbeperking 15b Wet Vpb. Dit heeft betrekking op de jaren 2020, 2021 en 2022. De aangifte van 2024 is eind 2025 ingediend.  De vennootschapsbelasting 2025 betreft de fiscale positie gebaseerd op jaarrekening 2025.

Aansluiting commercieel en fiscaal resultaat:

Toekomstige fiscale winsten kunnen beperkt worden gecompenseerd met in het verleden geleden fiscale verliezen. De effectieve belastingdruk is -2,96% en kan als volgt worden gespecificeerd:     

    2025   2024
Commercieel resultaat voor vennootschapsbelasting   87.589.384    147.484.947 
Af:        
Fiscale afschrijving   -1.565.207    -1.167.224 
Correctie overige waardeverandering materiële vaste activa   1.978.701    12.145.869 
Correctie rentebaten/lasten   2.891.393    -801.247 
         
Bij:        
Correctie opbrengst verkopen   -707.485    634.698 
Correctie onderhoud   -12.115.070    -5.280.688 
Correctie leefbaarheid   126.277   
Correctie overige bedrijfskosten   -15.118    -12.974 
Correctie salarissen en overige kosten   126.975    19.067 
Resultaat deelneming   -54.091   
Fiscale vrijval disagio leningen o/g    
Correctie waardeveranderingen   -70.970.252    -142.101.157 
Fiscale waardering MVA IE > 30%    
Fiscale activering kosten op projecten    
Subsidies en boetes   -19.769    -19.350 
         
Belastbaar bedrag   7.265.738    10.901.941 
         
Belastingbedrag 19% tot € 200.000   38.000    38.000 
Belastingbedrag 25,8% over > € 200.000   1.822.960    2.761.101 
Totaal   1.860.960    2.799.101 

Aansluiting van de effectieve belastingdruk (ETR)

Het verschil tussen de effectieve belastingdruk (“ETR”) van -1,66%  en de nominale vpb druk van 25,8% wordt met name veroorzaakt door de post niet gerealiseerde waardeveranderingen.

Effectieve belastingdruk 2025     Vpb 25,8% %
Resultaat voor belastingen    87.589.384     
Nominale belastingdruk      22.598.061  25,80%
         
Beperkt aftrekbare kosten (forfait)    19.055   4.916  0,01%
Investeringsaftrek    -19.769   -5.100  -0,01%
Correctie actute VPB voorgaande jaren    -70.744   -18.252  -0,02%
Impacht van contante (her)waardering latenties    -80.322.932   -21.122.810  -24,12%
Totale belastingdruk    7.194.994   1.456.814  1,66%

18. Resultaat deelnemingen

    2025   2024
Woonpartners Holding B.V.   0   0
Wijkontwikkelingsmaatschappij Helmond Binnenstad B.V.   104.980   3.890
Resultaat Woonwagens en Standplaatsen Beheer B.V.   595   3.559
Resultaat Dede B.V.   450   -5.842
Resultaat Coöperatie Smart Finance   53.046   139
    159.071   1.746

Overige toelichtingen

WNT-verantwoording 2025 Stichting Woonpartners

De WNT is van toepassing op Stichting Woonpartners. Het voor Stichting Woonpartners toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 206.000, het bezoldigingsmaximum voor de Woningcorporaties, klasse F.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbestrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.


Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2025

Bedragen x € 1

  B. Sievers
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/ 01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? Ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 182.531
Beloningen betaalbaar op termijn 22.480
Subtotaal 205.011
   
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 206.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Bezoldiging 205.011
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

Gegevens 2024

  B. Sievers
Functiegegevens Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/ 01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking? Ja
   
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 171.857
Beloningen betaalbaar op termijn  
Subtotaal 194.050
   
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 195.000
   
Bezoldiging 194.050

2. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2025

  H.M.L Loozen A.M.H. Vankan A.A.J. van Heumen
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/ 01 t/m 31/12 01/ 01 t/m 31/12 01/ 01 t/m 31/12
Bezoldiging      
Bezoldiging 24.720 16.480 16.480
       
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 30.900 20.600 20.600
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 24.720 16.480 16.480
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2024

  H.M.L Loozen A.M.H. Vankan A.A.J. van Heumen
Functiegegevens Lid   Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/ 01 t/m 16/5 01/ 01 t/m 31/12 01/ 01 t/m 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 5.733 15.600 15.600
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 7.299 19.500 19.500

Gegevens 2024

  H.M.L Loozen
Functiegegevens Voorzitter
Aanvang en einde functievervulling in 2024 17/05 t/m 31/12
   
Bezoldiging  
Bezoldiging 14.274
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 18.301

Gegevens 2025

  B. Venhuizen T. Schelle
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/ 01 t/m 31/12 01/ 01 t/m 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 16.480 16.480
     
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 20.600 20.600
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 16.480 16.480
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2024

  B. Venhuizen T. Schelle
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 26/9 t/m 31/12 27/11 t/m 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 4.112 1.484
Individueel toepasbare bezoldigingsmaximum 5.168 1.865
Gegevens 2024    

De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij andere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan vanaf 1 januari 2018).

Balans DAEB / niet-DAEB per 31 december 2025

Uitgangspunten en grondslagen voor toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB tak en de niet-DAEB tak.

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB -en niet-DAEB tak geclassificeerd naar DAEB -en niet-DAEB vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB tak of niet-DAEB tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten en lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB -of niet-DAEB activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB tak toegerekend. Waar mogelijk zijn deze posten op VHE-niveau bepaald. 
  • Wanneer dit mogelijk is zijn de posten op VHE-niveau toegedeeld. Als dit niet mogelijk is dan gebeurt dit op complexniveau.
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het (gewogen) aandeel DAEB verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB verhuureenheden wanneer sprake is van algemene kosten en balansposten. Deze verdeelsleutel is 94% DAEB, 6% niet-DAEB. Voor salaris gerelateerde kosten is deze verdeelsleutel 97% DAEB, 3% niet-DAEB.
  • Vorderingen, verplichtingen, baten en lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB of niet-DAEB tak op basis van het fiscale resultaat. Latente belastingen voor compensabele verliezen worden opgenomen in de tak waar sprake is van compensabele verliezen. Latente posities uit hoofde van waarderingsverschillen tussen commercieel en fiscaal worden gealloceerd naar de DAEB of niet-DAEB tak op basis van de relatieve verdeling van het aantal verhuureenheden indien het niet mogelijk is deze direct toe te kennen.

Enkelvoudige balans per 31-12-2025

(Voor resultaatbestemming)

ACTIVA

      DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Vastgoedbeleggingen            
DAEB vastgoed in exploitatie 1.1    1.470.496.289  0 0  1.470.496.289 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie DAEB 1.2    2.717.282  0 0  2.717.282 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 1.3   0  62.214.038  0  62.214.038 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie niet-DAEB 1.4   0  4.761.098  0  4.761.098 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.5    10.812.820   988.562  0  11.801.382 
       1.484.026.391   67.963.698  0  1.551.990.089 
             
Materiële vaste activa            
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2    5.063.598  0 0  5.063.598 
       5.063.598  0 0  5.063.598 
             
Financiële vaste activa            
Deelnemingen in groepsmaatschappijen 3.1   0  1.144.038  0  1.144.038 
Andere deelnemingen 3.2   0  1.129.566  0  1.129.566 
Deelneming niet-DAEB      73.006.625  0  -73.006.625  0
Latente belastingvordering 3.3    1.033.936   527.251  0  1.561.187 
Leningen u/g 3.4   0  166.023  0  166.023 
Lening niet-DAEB      5.798.995  0  -5.798.995  0
Overige langlopende vorderingen 3.5   0  39.561  0  39.561 
       79.839.556   3.006.439   -78.805.620   4.040.375 
             
Vorderingen en overlopende activa            
Huurdebiteuren 4.1    314.535   20.077  0  334.612 
Overheidsinstellingen 4.2   0 0 0
Belastingen en premies sociale verzekeringen 4.3    3.489.891   222.759  0  3.712.650 
Overige vorderingen 4.4    147.068   26.457  0  173.525 
Overlopende activa 4.5    855.424   11.050  0  866.474 
RC DAEB     0 8.840.498 -8.840.498 0
       4.806.918   9.120.841  -8.840.498  5.087.261 
             
Liquide middelen            
Rekening courant bank 5    3.574.817   228.180  0  3.802.997 
       3.574.817   228.180  0  3.802.997 
             
             
TOTAAL ACTIVA      1.577.311.280   80.319.158   -87.646.118   1.569.984.320 

PASSIVA

      DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Groepsvermogen            
Overige reserve 6    192.776.104   40.058.077   -68.691.551   164.142.630 
Herwaarderingsreserve     947.628.847 28.633.474    976.262.321 
Resultaat boekjaar      86.132.569   4.315.074   -4.315.074   86.132.569 
      1.226.537.520 73.006.625 -73.006.625 1.226.537.520
             
Voorzieningen            
Voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw 7.1    34.606.727  0 34.606.727
Overige voorzieningen 7.2    334.646   25.189  0 359.835
       34.941.373   25.189  0  34.966.562 
             
Langlopende schulden            
Leningen overheid en kredietinstellingen 8.1   259.262.394 0 0 259.262.394
Lening niet-DAEB     0 5.798.995 -5.798.995 0
Waarborgsommen 8.2   0 77.454 0 77.454
Vooruitontvangen huur 8.3   4.983.852 0 0 4.983.852
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.4   9.221.780 741.416 0 9.963.196
Langlopende verplichting agio 8.5   3.861.012 0 0 3.861.012
             
       277.329.038   6.617.865   -5.798.995   278.147.908 
             
Kortlopende schulden            
Schulden aan kredietinstellingen 9.1    18.320.106  0 0  18.320.106 
Schulden aan leveranciers 9.2    5.855.026  373.725 0  6.228.751 
Belastingen en premies sociale verzekeringen 9.3    3.201.501   204.351  0  3.405.852 
Overige schulden 9.4   0 0
Overlopende passiva 9.5    2.286.218  91.403 0  2.377.621 
RC niet-DAEB     8.840.498 0 -8.840.498 0
       38.503.349   669.479   -8.840.498   30.332.330 
             
TOTAAL PASSIVA      1.577.311.280   80.319.158   -87.646.118   1.569.984.320 

Door de uitsplitsing naar DAEB en niet-DAEB kan het zijn dat posten van de actief naar de passief zijde van de balans verschuiven. Hierdoor kan het balanstotaal afwijken van de in de enkelvoudige balans gepresenteerde totalen.

Winst- en verliesrekening DAEB / niet-DAEB 2025

      DAEB Niet-DAEB Eliminaties Totaal
Huuropbrengsten 10.1    54.919.773   3.149.443  0  58.069.216 
Opbrengsten servicecontracten 10.2    2.792.446   193.267  0  2.985.713 
Lasten servicecontracten 10.3    -2.670.336   -304.027  0  -2.974.363 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 10.4    -3.109.927   -135.265  0  -3.245.192 
Lasten onderhoudsactiviteiten 10.5    -20.674.534   -1.649.493  0  -22.324.027 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 10.6    -3.350.986   -178.709  0  -3.529.695 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille      27.906.436   1.075.216  0  28.981.652 
             
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille      2.648.035   2.123.798   -1.778.390  2.993.443
Toegerekende organisatiekosten      -299.717   -16.313  0 -316.030
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille      -2.040.344   -1.963.101   1.711.907  -2.291.538
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 11    307.974   144.384   -66.483   385.875 
             
Overige waardeverandering vastgoedportefeuille 12.1    -2.752.373   707.189   66.483   -1.978.701 
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille 12.2    68.510.404   2.115.614  0  70.626.018 
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille VoV 12.3    297.988   46.246  0  344.234 
Waardeverandering vastgoedportefeuille      66.056.019   2.869.049   66.483   68.991.551 
             
Opbrengsten overige activiteiten 13    5.776   449  0  6.225 
Nettoresultaat overige activiteiten      5.776   449  0  6.225 
             
Overige organisatiekosten 14    -1.117.643   -44.675  0  -1.162.318 
             
Leefbaarheid 15    -3.806.625  0  -3.806.625 
             
Financiële baten en lasten            
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 16.1    1.208.690   75.202   1.283.892 
Rentebaten DAEB / niet-DAEB      106.122   298.904   -405.026 
Andere rentelasten en soortgelijke kosten 16.2    -7.248.432   -1.507   -7.249.939 
Rentelasten DAEB / niet-DAEB      -298.904   -106.122   405.026 
Financiële baten en lasten      -6.232.524   266.477   -5.966.047 
             
Resultaat voor belastingen      83.119.413   4.310.900  0  87.430.313 
             
Belastingen 17    -1.301.918   -154.897   -1.456.815 
Resultaat deelneming 18    159.071   159.071 
Resultaat deelneming niet-DAEB      4.315.074   -4.315.074 
             
Resultaat na belastingen      86.132.569   4.315.074   -4.315.074   86.132.569 

Kasstroomoverzicht DAEB / niet-DAEB 2025

      DAEB niet-DAEB Eliminaties Totaal
Ontvangsten            
Huren            
Zelfstandige huurwoningen      51.701.473   1.442.954  0  53.144.427 
Onzelfstandige wooneenheden      105.445   27.136  0  132.581 
Intramuraal      1.058.062   247.302  0  1.305.364 
Maatschappelijk onroerend goed      1.674.797   9.968  0  1.684.765 
Bedrijfsmatig onroerend goed      129.871   436.342  0  566.213 
Parkeervoorzieningen      4.740   950.546  0  955.286 
Ontvangst vergoedingen      3.217.957   488.041  0  3.705.998 
Renteontvangsten      9.540   5.891  0  15.431 
Rente DAEB / niet-DAEB      106.122   298.904   -405.026 
Overige bedrijfsontvangsten      260.501   15.807  0  276.308 
A      58.268.509   3.922.891   -405.026   61.786.373 
Uitgaven            
Personeelsuitgaven      7.045.972   582.489  0  7.628.461 
Onderhoudsuitgaven      17.045.896   1.258.497  0  18.304.393 
Overige bedrijfsuitgaven      12.330.818   538.127  0  12.868.945 
Rentebetalingen      7.230.508  278 0  7.230.786 
Rente DAEB / niet-DAEB      298.904   106.122   -405.026 
Sector specifieke heffingen      85.316   2.703  0  88.019 
Vennootschapsbelasting      -3.931.243   -240.719  0  -4.171.962 
B      40.106.170   2.247.498   -405.026   41.948.642 
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN (A -/- B)      18.162.339   1.675.393  0  19.837.731 
Vastgoedbeleggingen - ingaande kasstroom            
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden      2.649.220   353.290   3.002.510 
Interne verkopen DAEB / niet-DAEB      1.778.390   -1.778.390  0
Verkoopontvangsten grond en overig     0 0 0 0
C      2.649.220   2.131.679   -1.778.390   3.002.510 
Uitgaven nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden      9.631.585   3.774.402  0  13.405.987 
Uitgaven woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden      29.921.318   331.262  0  30.252.580 
Uitgaven aankoop woongelegenheden (inclusief VoV)     0 0 0 0
Interne aankopen DAEB / niet-DAEB      1.778.390    -1.778.390
Uitgaven overige investeringen      4.522  0 0  4.522 
D      41.335.814   4.105.664  -1.778.390  43.663.089 
Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen (C -/- D = E)      -38.686.594   -1.973.985  0  -40.660.579 
Financiële vaste activa - ingaande kasstroom            
Uitgaven verbindingen en overige financiële activa     -537250 0  -537.250 
Saldo in- en uitgaande kasstroom financiële vaste activa (F)     -537250 0  -537.250 
KASSTROOM UIT INVESTERINGS ACTIVITEITEN (E + F)      -39.223.844   -1.973.985  0  -41.197.829 
Opgenomen door WSW geborgde leningen      36.000.000  0 0  36.000.000 
Opname roll over leningen      33.000.000  0 0  33.000.000 
Ontvangen aflossing interne lening DAEB / niet-DAEB     0 0 0 0
G      69.000.000  0 0  69.000.000 
Aflossing door WSW geborgde leningen      14.696.802  0 0  14.696.802 
Aflossing niet door WSW geborgde leningen      588.079  0 0  588.079 
Aflossing roll over leningen      31.000.000  0 0  31.000.000 
Aflossing interne lening DAEB / niet-DAEB     0 0 0 0
H      46.284.881  0  46.284.881 
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN (G -/- H)      22.715.119  0  22.715.119 
TOTAAL KASSTROOM = MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN      1.653.614   -298.592  0  1.355.021 
LIQUIDE MIDDELEN PER 1 JANUARI      -6.919.294   9.367.270  0  2.447.976 
LIQUIDE MIDDELEN PER 31 DECEMBER      -5.265.680   9.068.678  0  3.802.997 
             
Waarvan verantwoord onder de liquide middelen      3.574.817   228.180  0  3.802.997 
Waarvan verantwoord onder kortlopende schulden (-/-) / activa (RC niet-Daeb Daeb)     -8.840.498 8.840.498 0 0

Gebeurtenissen na balansdatum

Fusie

Per 1 januari 2026 heeft de Stichting Woonpartners een juridische fusie gerealiseerd met Woningstichting Volksbelang Helmond waarbij Stichting Woonpartners als verkrijgende rechtspersoon is aangewezen en Woningstichting Volksbelang Helmond is opgehouden te bestaan. De fusie is tot stand gekomen overeenkomstig de bepalingen van Boek 2 Titel 7 BW en is uitgevoerd als een samensmelting van belangen (pooling of interests) conform de Richtlijn voor de Jaarverslaggeving RJ 216.3. Bij toepassing van de “pooling of interests”-methode worden de activa en passiva van de gevoegde rechtspersonen conform RJ 216.607 tegen hun bestaande boekwaarde opgenomen. De activa en passiva van de gevoegde rechtspersonen, alsmede hun baten en lasten over het boekjaar waarin de voeging wordt gerealiseerd en over ter vergelijking toegevoegde voorgaande boekjaren, worden op grond van RJ 216.303 in de jaarrekening van de gecombineerde entiteit opgenomen als ware de voeging vanaf het begin van die boekjaren reeds een feit, dus per 1 januari 2026. 

De fusie heeft plaatsgevonden na balansdatum van deze jaarrekening (31 december 2025) en betreft daarom een gebeurtenis die geen nadere aanpassing van de in deze jaarrekening opgenomen cijfers vereist. De financiële gevolgen van de fusie zullen worden verwerkt in de jaarrekening over 2026, conform de daarvoor geldende verslaggevingsregels.

Met de fusie beogen partijen hun gezamenlijke volkshuisvestelijke positie te versterken, de investeringscapaciteit te vergroten en efficiënter invulling te geven aan de maatschappelijke opgave in het werkgebied. Door de fusie gaan alle activa en passiva, rechten en verplichtingen, evenals alle lopende projecten en contractuele verplichtingen van Woningstichting Volksbelang Helmond van rechtswege over op Stichting Woonpartners.

De fusie heeft geen impact op de continuïteitsveronderstelling van de stichting. Zie hiervoor de continuïteitspargraaf.

Conversie primair systeem

In juli 2025 is Woonpartners gestart met de integratie van het primaire systeem van Volksbelang, dit ter voorbereiding op de fusie die per 1 januari 2026 is gerealiseerd. Het primaire systeem van Woonpartners, Tobias365, is na de fusie het leidend systeem. Het primaire systeem van Volksbelang, Viewpoint van Itris, verdwijnt na de fusie als systeem waarin geregistreerd wordt. Het systeem is nog wel beschikbaar voor raadpleging.

De conversie heeft plaats gevonden met ondersteuning van twee externe partijen, te weten Orgfit en Aareon. Deze laatste is de leverancier van Tobias365. De definitieve conversie, die in januari 2026 heeft plaats gevonden, is vooraf gegaan aan een proefconversie. De bevindingen uit beide conversies zijn gedocumenteerd in een conversiedossier. De conversie heeft geen invloed gehad op de financiële cijfers uit 2025. Beide corporaties stellen nog afzonderlijk hun jaarrekening op.

Verklaring van bestuur

Het bestuur verklaart dat Stichting Woonpartners gedurende het verslagjaar uitsluitend werkzaam is geweest op het gebied van de volkshuisvesting en dat alle uitgaven ook in het belang van de volkshuisvesting zijn gedaan.

Helmond, 4-6-2026


De bestuurder,

Bas Sievers
Directeur-bestuurder

Vaststelling en goedkeuring

Helmond, 4-6-2026

De bestuurder,

Bas Sievers

Directeur-bestuurder

Na kennis te hebben genomen van de bevindingen van de accountant ondertekent de Raad van Commissarissen de jaarrekening van Stichting Woonpartners over het boekjaar 2025 en besluit deze vast te stellen.


Helmond, 4-6-2026

Raad van Commissarissen,

De heer H.M. Loozen
Voorzitter

De heer A.A.J. van Heumen
Lid

De heer T.G.F. Schelle
Lid

De heer B. Venhuizen
Lid

Overige gegevens

Statutaire bepaling inzake resultaat

In de statuten van Stichting Woonpartners is geen nadere bepaling omtrent de bestemming van het resultaat opgenomen.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant