
Woonpartners wil een zo concreet en transparant mogelijk inzicht geven in het (maatschappelijk) functioneren en presteren van de organisatie en haar middelen uitsluitend besteden in het belang van de volkshuisvesting.
7.1 Resultaat 2025
Het jaarresultaat na belastingen is eigenlijk geen juiste indicator voor onze financiële prestaties. We kunnen een onderscheid maken tussen resultaatposten waarop we wel kunnen sturen en resultaatposten waarop we niet of weinig kunnen sturen. We kunnen in beperkte mate sturen op belastingen, afschrijvingen, rente, afwaarderingen en marktwerking van het vastgoed in exploitatie (indirecte rendement). Een genormaliseerd jaarresultaat geeft een beter beeld en kan als volgt worden gepresenteerd: het resultaat voor belasting, rente, afschrijving en afwaarderingen, de zogenoemde ‘Earnings Before Interest, Tax, Depreciation and Amortisation’ (EBITDA). Voor Woonpartners ziet dit genormaliseerde resultaat er als volgt uit:
| Jaarresultaat herberekend | (x €1,-) | (x €1,-) |
|---|---|---|
| 2025 | 2024 | |
| Resultaat na Belastingen (A) | 86.132.569 | 151.845.420 |
| Correcties | ||
| Afschrijvingen materiële vaste activa ten dienste van | 761.223 | 746.710 |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -1.978.701 | -12.145.869 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen | 70.626.018 | 145.366.375 |
| Netto resultaat overige activiteiten | 6.225 | 70.669 |
| Resultaat financiële baten en lasten | -5.966.047 | -5.838.194 |
| Belastingen | -1.456.815 | 4.360.473 |
| Totaal correcties (B) | 61.991.903 | 132.560.164 |
| Herrekening jaarresultaat (A-B) | 24.140.666 | 19.285.256 |
Het herberekend jaarresultaat 2025 is gestegen van € 19,3 miljoen in 2024 naar € 24,1 miljoen in 2025. Hiervoor zijn een aantal redenen aan te geven. Hieronder lichten we de belangrijkste verschillen tussen de posten in de winst- en verliesrekening 2025 ten opzichte van 2024 toe:
- De huuropbrengsten zijn gestegen van € 55,2 miljoen naar € 58,1 miljoen. Per 1 juli zijn de huren met 4,3% verhoogd. Voor woningen met een energielabel E, F of G zijn de huren bevroren.
- De opbrengsten servicecontracten zijn gestegen van € 2,3 miljoen naar € 3,0 miljoen. Hiertegenover staat een stijging van de servicekosten van € 2,4 naar € 3,0 miljoen. Er is een licht positief resultaat op de servicekosten.
- De lasten onderhoudsactiviteiten zijn gedaald van € 25,5 miljoen naar € 22,3 miljoen. Het niet planmatig onderhoud daalt met 0,3 miljoen, het planmatig onderhoud daalt met 3,3 miljoen met name door een paar grote renovatieprojecten in 2024.
- De overige directe operationele lasten exploitatie bezit zijn met 0,3 miljoen gestegen door de stijging van de OZB-belasting.
- Het grootste verschil in het jaarresultaat 2025 ten opzichte van het jaarresultaat 2024 is het direct gevolg van de waardeverandering vastgoedportefeuille. Deze post is gedaald van € 133 miljoen positief naar 69 miljoen positief. De post bestaat uit: overige waardeverandering vastgoedportefeuille, niet gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille en de niet gerealiseerde waardestijging Verkoop onder Voorwaarden. Twee posten lichten we hierna nader toe.
- De overige waardeverandering vastgoedportefeuille was in 2024 een last van € 12 miljoen door onrendabele investeringen in nieuwbouw en renovaties. In 2025 is dit een negatief resultaat van € 2 miljoen. Wij verwijzen naar de toelichting onder 12.1 in de jaarrekening.
- De niet gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille daalt naar € 71 miljoen. Dit komt tot uitdrukking in de stijging van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie.
De marktwaarde in verhuurde staat wordt door veel factoren beïnvloed. Aanpassingen en validatie van het Handboek zorgen voor verschillen ten opzichte van de marktwaarde 2024. De stijging van de WOZ waarde en de markthuur zorgen in 2025 een positief effect terwijl de stijging van de instandhoudingskosten en de disconteringsvoet de marktwaarde negatief beïnvloeden.
7.2 Ontwikkeling/realiseerbaarheid waarde onroerende zaken in exploitatie
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat
De totale marktwaarde van de vastgoedportefeuille in exploitatie is in 2025 met € 89 miljoen gegroeid naar een waarde van € 1,5 miljard. Dit betreft een waardegroei van 6%. In 2024 was sprake van een stijging van 13%.
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de beleidswaarde
De beleidswaarde daalt in 2025 met bijna € 57 miljoen (5,8%) ten opzichte van 2024. Voor een groot gedeelte wordt dit veroorzaakt door het inrekenen van extra onderhoudskosten voor een langere periode.
In 2024 is een nieuwe manier voor het berekenen van de beleidswaarde geïntroduceerd. Deze houdt nog steeds componenten van de oude methodiek maar kent ook een aantal grote wijzigingen. De beleidswaarde wordt zelfstandig bepaald en is niet langer een afgeleide van de marktwaarde in verhuurde staat. In deze nieuwe methode zijn onderstaande veranderingen opgenomen:
- Het aanpassen van de disconteringsvoet naar een niveau dat beter past bij de sociale verhuurder.
- In plaats van 15 jaar looptijd met een eindwaarde wordt de looptijd gesteld op 60 jaar zonder eindwaarde.
- De onderhoudsnorm die standaard voor de gehele levensduur geldt, wordt vervangen door onderhoud op basis van de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB), met jaarlijks variërende onderhoudslasten.
- Indien er sprake is van een harde verplichting worden noodzakelijke investeringen in de beleidswaarde opgenomen. Deze kunnen voortvloeien uit wetgeving maar ook uit landelijke afspraken. Op dit moment speelt het uitfaseren van E-, F-, en G-labels.
Deze nieuwe systematiek zorgt voor meer stabiliteit in de hoogte van de beleidswaarde. De nieuwe beleidswaarde met de herijkte grenswaarden vergroot de voorspelbaarheid van de vermogenspositie van woningcorporaties.
Vanaf het verslagjaar 2026 wordt de waardering van het vastgoed gebaseerd op de beleidswaarde in plaats van de marktwaarde in verhuurde staat. Voor de ratio’s loan to value en solvabiliteit heeft dit geen effect omdat deze al gebaseerd zijn op de beleidswaarde.
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaard en de realiseerbaarheid van de marktwaarde.
- Woonpartners is door de overgang naar de marktwaarde in verhuurde staat in 2016 niet rijker geworden. Dit zou alleen het geval zijn als we kiezen voor een marktconforme exploitatie van de huurwoningen. Omdat we blijven uitgaan van onze volkshuisvestelijke (maatschappelijke) uitgangspunten, zoals een lagere huur dan de markthuur, zullen we de marktwaarde in verhuurde staat nooit realiseren. We willen dit ook niet realiseren, omdat een betaalbare huur, de beschikbaarheid van huurwoningen en een goede kwaliteit van onze dienstverlening voor ons voorop staan.
Per 31 december 2025 is in totaal bijna € 1 miljard (2024: € 973 miljoen) aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen inbegrepen uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van ons beleid. Een belangrijk deel van de marktwaarde in verhuurde staat wordt niet gerealiseerd, omdat er een volkshuisvestelijke bestemming rust op het vastgoed en omdat we bij de marktwaarde in verhuurde staat rekening houden met marktconforme beheerskosten en organisatiekosten. Daarmee komen we tot de beleidswaarde van ons vastgoed. De beleidswaarde is een betere weerspiegeling van de waarde van ons bezit die we kunnen realiseren met ons maatschappelijk beleid. De beleidswaarde sluit beter aan bij ons beleid en is bedoeld om inzicht te geven in de verdiencapaciteit van ons bezit.
De volkshuisvestelijke bestemming komt tot uitdrukking in de beschikbaarheid en de betaalbaarheid.
- Beschikbaarheid: We willen onze bestaande voorraad primair inzetten voor verhuur en niet voor verkoop.
- Betaalbaarheid: de woningen die we aanbieden, moeten betaalbaar zijn en blijven voor de specifieke doelgroepen die we bedienen. We willen geen markthuur vragen, maar een huur die past bij onze doelgroep.
De marktconforme beheerskosten en organisatiekosten komen tot uitdrukking in de kwaliteit en het beheer:
- Kwaliteit: ten opzichte van de voor de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, maakt Woonpartners extra kosten voor onderhoud. Deze kosten vinden wij zeker gerechtvaardigd doordat ze onze huurders meerwaarde opleveren. De huurders zijn gebaat bij een goed onderhouden woning.
- Beheer: De kosten die Woonpartners maakt voor beheer en een goede dienstverlening aan onze huurders liggen lager dan de marktconforme beheerskosten.
In de beleidswaarde wordt een "sociale" disconteringsvoet gehanteerd die lager is dan de disconteringsvoet die in de marktwaardering gebruikt wordt om de kasstromen contact te maken.
Woonpartners heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van ons bezit in exploitatie van € 1,5 miljard en de beleidswaarde van € 917 miljoen van ons bezit. De schatting bedraagt ongeveer € 616 miljoen.
Resultaten Woonpartners
Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde bestaat uit de onderstaande onderdelen.
De afslag voor Betaalbaarheid neemt in 2025 toe. De stijging van de markthuur is een belangrijke oorzaak van de stijging van de marktwaarde. Hierdoor neemt het gat tussen de markthuur (marktwaarde in verhuurde staat) en de streefhuur (beleidswaarde) toe.
| (bedragen x €1.000) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | %mvs | 2024 | %mvs | Verschil | |
| Marktwaarde in verhuurde staat | 1.532.710 | 1.444.187 | |||
| Beschikbaarheid | -134 | 0,0% | -8.264 | -0,6% | 0,6% |
| Betaalbaarheid | -572.261 | -37,3% | -448.714 | -31,1% | -6,3% |
| Kwaliteit | -238.508 | -15,6% | -212.731 | -14,7% | -0,8% |
| Beheer | 23.677 | 1,5% | 28.769 | 2,0% | -0,4% |
| Disconteringsvoet | 171.493 | 11,2% | 170.408 | 11,8% | -0,6% |
| subtotaal | -615.733 | -40,2% | -470.532 | -32,6% | -7,6% |
| Beleidswaarde | 916.977 | 59,8% | 973.655 | 67,4% | |
7.3Toezichthouders
We hebben met verschillende toezichthouders te maken:
- De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt namens de minister toezicht. De ILT heeft het toezicht ondergebracht bij de Autoriteit Wonen (AW). De AW beoordeelt de financiële positie van de corporatie en de verbindingen. Bij deze beoordeling komen o.a. de solvabiliteit en de liquiditeit aan de orde. Woonpartners voldoet ruim aan de normen van de AW.
- Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) beoordeelt of een corporatie aan haar rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen. Het WSW hanteert een risicobeheersingsmodelmodel dat is gebaseerd op het model dat Standard & Poors gebruikt. Dit model is aangepast voor de sociale huursector in Nederland. Met dit model geeft het WSW een oordeel over de risicoclassificatie van de betreffende corporatie. Het WSW geeft ons het risicoprofiel Gemiddeld tot Laag.
Oordeelsvorming over de levensvatbaarheid en financierbaarheid van de corporatie
Onze levensvatbaarheid wordt gevolgd door de financiële ratio's die onze externe toezichthouders, AW en WSW, hebben vastgesteld.
We hebben de financiële ratio’s op basis van de jaarrekening afgezet tegen de normen van de AW en WSW. We blijven ruim boven de normen van de AW en het WSW. We zijn een gezonde levensvatbare en financierbare corporatie. Doordat we voldoen aan de normen hebben we altijd toegang tot de geld- en kapitaalmarkt tegen gunstige voorwaarden
| Norm Autoriteit Woningcorporaties | Woonpartners jaarrekening 2025 | |||
|---|---|---|---|---|
| min. | max. | |||
| ICR | 1,4 | 3,63 | ||
| LTV (op basis van beleidswaarde) | 70% | 30% | ||
| Solvabiliteit op basis van beleidswaarde | 30% | 64,0% | ||
| Dekkingsratio (op basis van marktwaarde in verhuurde staat) | 70% | 18% | ||
| Onderpandratio WSW | 70% | 19% | ||
ICR (Interest Coverage Ratio)
Geeft inzicht in de liquiditeit van de corporatie. Het kengetal geeft aan in welke mate de rentelasten worden gedekt vanuit het resultaat op operationele activiteiten.
LTV (Loan To Value)
Geeft de verhouding weer tussen de leningenportefeuille en de waarde van het vastgoed (op basis van de beleidswaarde).
Solvabiliteit;
Geeft de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen weer. Het eigen vermogen is gebaseerd op de beleidswaarde.
Dekkingsratio
Geeft de verhouding van de marktwaarde van de totale schuld en de waarde van het totale bezit op basis van de marktwaarde in verhuurde staat weer.
Onderpandratio
Geeft de verhouding van de marktwaarde van de geborgde schuld en de waarde van het bij het WSW in onderpand gegeven bezit weer (tegen marktwaarde in verhuurde staat).
In het kader van de fusie is ook de levensvatbaarheid na de fusie onderzocht. Daaruit is gebleken dat de gecombineerde ratio's van de fusie organisatie laten zien dat de nieuwe organisatie ook levensvatbaar is en daarmee niet tot een ander beeld leiden dat hierboven is geschetst. Dit beeld is bevestigd door de goedkeuring van de fusie door onze toezichthouders.
Verwachte impact van de volkshuisvestelijke bedrijfsdoelstelling en de investeringen in duurzaamheid op de toekomstige vermogensontwikkeling
In 2025 is het ondernemingsplan 2025-2030 “Samen is onze kracht” vastgesteld. Woonpartners werkt kostenbewust, investeert gericht in duurzaamheid en uitbreiding van de woningvoorraad en bewaakt de financiële stabiliteit. Betaalbaarheid voor bewoners staat centraal en er wordt continu gezocht naar een verantwoorde balans tussen ambities en financiële mogelijkheden. Dit alles om een leefbare, duurzame en betaalbare woonomgeving te realiseren voor zowel huidige als toekomstige bewoners.
In 2026 wordt het portefeuilleplan aangepast waarin de plannen verder worden uitgewerkt.
7.4 Het bewaken van de kasstromen
Wij bewaken onze liquiditeit zorgvuldig. Dit doen we door de inkomende en uitgaande kasstromen voortdurend te bewaken en bij te stellen indien nodig. We maken onderscheid tussen kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.
Bedragen x €1.000
| Kasstroomoverzicht | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 19.838 | 6.408 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -41.198 | -22.232 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 22.715 | 13.580 |
| Toename/ afname liquide middelen | 1.355 | -2.244 |
De operationele kasstroom zijn gestegen van € 6,4 miljoen naar € 19,8 miljoen. De huurinkomsten zijn € 2,8 miljoen gestegen. De onderhoudsuitgaven zijn met € 6,4 miljoen gedaald. Tenslotte hebben we per saldo € 9,4 miljoen minder betaald aan vennootschapsbelasting, doordat we in 2025 teruggaven hebben gehad over voorgaande jaren.
Bij de kasstroom uit investeringsactiviteiten zien we een stijging van € 19,0 mln ten opzichte van 2024. Deze stijging zit met name in de investeringen voor verbeteringen (€ 18,0 miljoen meer). Met name het renovatieproject Prontoflats brengt hoge kosten met zich mee.
De kasstroom uit financieringsactiviteiten is door de toename van de investeringskasstromen ook hoger dan in 2024.
7.5 Financiële benchmark
In de Aedes benchmark worden de bedrijfslasten van Woonpartners afgezet tegen de bedrijfslasten van andere corporaties. Op die manier worden prestaties van verschillende corporaties vergeleken. In 2025 is er op het onderdeel bedrijfslasten een A behaald. Deze score is gebaseerd op de “Geharmoniseerde, beïnvloedbare netto bedrijfslasten (GBNB)”. In 2024 was de score op het onderdeel bedrijfslasten ook een A.
7.6. Financiële derivaten en Extendible lening
Financiële derivaten
Woonpartners is heel terughoudend met het aantrekken van Financiële derivaten. We voldoen altijd aan de op dat moment geldende regels en het eventueel aantrekken van financiële derivaten is altijd gericht op het beperken van opwaartse renterisico’s. Het gebruik van gestructureerde derivaten en het schrijven van rentederivaten is uitgesloten. Woonpartners heeft op dit moment geen derivaten. Gezien onze leningenportefeuille en het renterisico van de huidige portefeuille is de verwachting dat we in de toekomst terughoudend blijven met het afsluiten van derivaten. Omdat we geen derivaten hebben, hoeft Woonpartners geen liquiditeitsbuffer aan te houden.
Extendible lening
In de leningenportefeuille zit één extendible lening: een langlopende lening in combinatie met een verkochte swaption. Daarbij had ABN-AMRO het recht om in 2017 te kiezen voor een vaste rente (3,9%) of een variabele rente (3 maand euribor). ABN-AMRO heeft de keuze gemaakt voor de vaste rente van 3,9%. De restant looptijd vanaf 2025 is nog 2 jaar. Wij zijn van mening dat het hierin opgesloten (embedded) derivaat apart gewaardeerd moet worden. Woonpartners heeft de waarde van het opgesloten derivaat op de balans onder langlopende schulden gepresenteerd. Het verschil tussen de nominale en de reële waarde van de lening wordt over de resterende looptijd tot en met 2027 geamortiseerd. Deze mutatie is in het resultaat 2025 verwerkt.
Een swaption is een optie op een Rente Swap.
7.7 Financieel meerjarenbeleid
Bij het opstellen van de begroting 2026 brachten we een nieuw meerjarenperspectief in beeld. In dit meerjarenperspectief zijn onze ambities op het gebied van investeringen, transformatie en energetische maatregelen en asbestsanering verwerkt. Deze komen uit de portefeuilleplan en het ondernemingsplan van Woonpartners. De cijfers zijn gebaseerd op de gezamenlijke activiteiten van Woonpartners en Volksbelang na fusie.
De meerjarenbegroting 2026 t/m 2030 laat de volgende ontwikkeling zien:
(x€1
| Begroot 2026 | Begroot 2027 | Begroot 2028 | Begroot 2029 | Begroot 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | |||||
| Huuropbrengsten | 81.233 | 86.390 | 91.243 | 100.457 | 106.534 |
| Opbrengsten servicecontracten | 3.921 | 4.070 | 4.226 | 4.350 | 4.474 |
| Nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille | 566 | 487 | 1.014 | 838 | 1.060 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 15 | 15 | 15 | 14 | 14 |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 85.735 | 90.962 | 96.498 | 105.659 | 112.082 |
| BEDRIJFSLASTEN | |||||
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 915 | 960 | 629 | 533 | 537 |
| Ov. waardeveranderingen materiële vaste activa en vastg.portefeuille | 34.314 | 48.123 | 28.481 | 16.955 | 33.955 |
| Lonen en salarissen | 8.005 | 7.013 | 7.065 | 7.584 | 7.961 |
| Sociale lasten / pensioenlasten | 2.270 | 2.551 | 2.648 | 2.751 | 2.879 |
| Onderhoudslasten | 24.238 | 26.320 | 22.748 | 25.539 | 28.419 |
| Overige bedrijfslasten | 17.593 | 16.896 | 17.001 | 18.360 | 19.122 |
| Totaal bedrijfslasten | 87.335 | 101.863 | 78.572 | 71.722 | 92.873 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 1.600- | 10.901- | 17.926 | 33.937 | 19.209 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 43.928 | 43.837 | 45.113 | 48.888 | 51.303 |
| Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 1.968 | 2.600 | 4.523 | 1.659 | 1.330 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | 14.407 | 17.747 | 21.947 | 25.430 | 27.369 |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 29.889 | 17.789 | 45.615 | 59.054 | 44.473 |
| Belasting resultaat uit gewone bedrijfsvoering | 4.460 | 2.892 | 6.654 | 10.664 | 11.310 |
| Resultaat uit deelnemingen | - | - | - | - | - |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 25.429 | 14.897 | 38.961 | 48.390 | 33.163 |
De hierboven gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de begroting 2026 na de fusie met Volksbelang. Met ingang van 2026 wordt gerapporteerd o.b.v. beleidswaarde. Dit heeft geen effect op de kasstromen (operationeel, investering en financieringskasstromen) en daarmee op de financiële continuïteit van Woonpartners. Uit de meerjarenbegroting blijkt dat Woonpartners een financieel gezonde corporatie is met gezonde ambities die financieel haalbaar zijn. Bij de begroting is ook getoetst of we voldoen aan de financiële ratio’s zoals de toezichthouders die hanteren. Woonpartners blijft ruim binnen de grenzen van de toezichthouders.
Investeringen
In de meerjarenbegroting 2026-2030 zijn voor een bedrag van €510 miljoen aan investeringskasstromen opgenomen. Het grootste deel daarvan is bestemd voor nieuwbouw (€ 370 miljoen). Voor renovatie en verduurzaming is € 140 miljoen opgenomen)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
7.8Stichting Woonpartners en haar verbindingen

Woonpartners participeert in een beperkt aantal verbindingen. De belangrijkste is de WOM Helmond Binnenstad bv. Woonpartners maakt geregeld de afweging of ze de activiteiten in de verbindingen zal voortzetten of zal afstoten. In 2026 zullen de activiteiten in de WOM Helmond Binnenstad bv worden beëindigd.
De directeur-bestuurder vormt het eenhoofdige bestuur van WOM Helmond Binnenstad bv. De activiteiten in de andere bv’s zijn zeer beperkt, gezien de omvang en samenstelling van het bezit. Er is geen personeel in dienst en er worden geen vergoedingen aan de bestuurder en leden RvC verstrekt.
Coöperatie Smart Finance
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| 29-11-2007 (Coöperatie Smart Finance BA) | Het verlenen van ondersteuning in de financieringslasten van particuliere kopers van woningen. | Woonpartners heeft een bijdrage van € 15.000 gestort. Reden van oprichting: deelname van 3 partijen in het product Startersrenteregeling. Naast stichting Woonpartners zijn dit de corporaties Trudo uit Eindhoven en Casade uit Waalwijk. Het betreft een coöperatie met beperkte aansprakelijkheid (beperkt tot de bijdrage). |
| 17-12-2007 (Social Finance nv) | Uitvoering geven aan de Starters Rente Regeling ®. Deze is van toepassing bij verkoopprojecten met door of namens Woonpartners ontwikkelde koopwoningen. | Risico: zeer laag (beperkt tot bijdrage, er zijn geen garanties verstrekt) |
Woonwagens en Standplaatsen Beheer bv
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| 19-06-2006 | Beheer en exploitatie van de in Helmond gelegen sub kampen met de bijbehorende standplaatsen en woonwagens. Elk van de 4 Helmondse woningcorporaties participeert voor 25% in deze Beheer bv. | Woonpartners heeft € 4.500 aan aandelenkapitaal gestort. In 2015 heeft Woonpartners een agiostorting gedaan van € 240.000 en in 2023,. 2024 en 2025 zijn er agiostortingen gedaan van respectievelijk € 52.000, € 183.250 en € 537.250. Woonpartners heeft een lening verstrekt van € 287.500. Schuldrest per 31-12-2025: € 166.023. Deze schuld wordt per 1-1-2026 omgezet naar eigen vermogen. Risico: beperkt (aandelenkapitaal en lening, er zijn geen garanties verstrekt). Na de fusie met Volksbelang bezit Woonpartners 50% van het aandelenkapitaal. Met de andere twee aandelhouders is afgesproken dat het stemaandeel van alle drie de aandeelhouders 1/3 wordt. |
WOM Helmond Binnenstad bv
Woonpartners heeft in 2007 een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Helmond en Woningbouwvereniging Volksbelang gesloten om de wijk Weverspoort te herstructureren. Hierbij werden zo’n 400 woningen gesloopt om plaats te maken voor ongeveer 400 nieuwe woningen. Vanwege fiscale overwegingen heeft Woonpartners besloten om dit onder te brengen in de WOM Helmond Binnenstad bv.
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| 20-12-2007 | Ontwikkelen en realiseren van vervangende nieuwbouw (koop en huur) in het herstructureringsgebied Binnenstad. Stichting Woonpartners is 100% eigenaar. | Er zijn geen garanties verstrekt. Het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2025: € 1.144.041 |
Vereniging van Eigenaars
Woonpartners maakt deel uit van VvE’s. Deze verbindingen ontstaan van rechtswege. Deze VvE’s zijn te verdelen in 2 categorieën:
- VvE’s m.b.t. complexen waarin koop- en huurwoningen zitten.
- VvE’s m.b.t. complexen waarbij de commerciële plintruimtes eigendom zijn van een derde partij.
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| Diverse | Het beheer over de verenigingen van eigenaars en de daarmee samenhangende werkzaamheden. | De financiële deelname van de stichting bestaat uit bijdrages die zij doet aan de VvE’s. Deze bestaan uit exploitatie-uitgaven en dotaties aan onderhoudsvoorzieningen. |