
Woonpartners wil een zo concreet en transparant mogelijk inzicht geven in het (maatschappelijk) functioneren en presteren van de organisatie en haar middelen uitsluitend besteden in het belang van de volkshuisvesting.
7.1 Resultaat 2024
Het jaarresultaat na belastingen is eigenlijk geen juiste indicator voor onze financiële prestaties. We kunnen een onderscheid maken tussen resultaatposten waarop we wel kunnen sturen en resultaatposten waarop we niet of weinig kunnen sturen. We kunnen in beperkte mate sturen op belastingen, afschrijvingen, rente, afwaarderingen en marktwerking van het vastgoed in exploitatie (indirecte rendement). Een genormaliseerd jaarresultaat geeft een beter beeld en kan als volgt worden gepresenteerd: het resultaat voor belasting, rente, afschrijving en afwaarderingen, de zogenoemde ‘Earnings Before Interest, Tax, Depreciation and Amortisation’ (EBITDA). Voor Woonpartners ziet dit genormaliseerde resultaat er als volgt uit:
| Jaarresultaat herberekend | (x €1.000) | (x €1.000) |
|---|---|---|
| 2024 | 2023 | |
| Resultaat na Belastingen (A) | 151,845,420 | -36.200.001 |
| Correcties | ||
| Afschrijvingen materiële vaste activa ten dienste van | 746.710 | 687.222 |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -12.145.869 | -60.383.528 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen | 145.366.375 | 13.688.932 |
| Netto resultaat overige activiteiten | 70.669 | 30.019 |
| Resultaat financiële baten en lasten | -5.838.194 | -6.008.730 |
| Belastingen | 4.360.473 | -4.466.158 |
| Totaal correcties (B) | 132.560.164 | -56.452.243 |
| Herrekening jaarresultaat (A-B) | 19.285.256 | 20.252.242 |
Het herberekend jaarresultaat 2024 is gedaald van € 20,3 miljoen in 2023 naar € 19,3 miljoen in 2024. Hiervoor zijn een aantal redenen aan te geven. Hieronder lichten we de belangrijkste verschillen tussen de posten in de winst- en verliesrekening 2024 ten opzichte van 2023 toe:
- De huuropbrengsten zijn gestegen van € 52,8 miljoen naar € 55,2 miljoen. Per 1 juli zijn de huren van de meeste woningen met 5,3% verhoogd. Voor woningen met een energielabel E, F of G zijn de huren bevroren.
- De opbrengsten servicecontracten zijn gedaald van € 3,2 miljoen naar € 2,3 miljoen. Hiertegenover staat een daling van de servicekosten van € 3,5 naar € 2,4 miljoen. Er is een negatief resultaat op de servicekosten omdat Woonpartners ervoor gekozen heeft een aantal kosten niet aan de huurders door te belasten.
- De lasten onderhoudsactiviteiten zijn gestegen van € 21,7 miljoen naar € 25,5 miljoen. Het niet planmatig onderhoud stijgt met 0,7 miljoen, het planmatig onderhoud met 3,1 miljoen met name door een paar grote renovatieprojecten.
- De overige directe operationele lasten exploitatie bezit zijn met 0,3 miljoen gestegen door de stijging van de OZB-belasting.
- Het grootste verschil in het jaarresultaat 2024 ten opzichte van het jaarresultaat 2023 is het direct gevolg van de waardeverandering vastgoedportefeuille. Deze post is gestegen van € 47 miljoen negatief naar 133 miljoen positief. De post bestaat uit: overige waardeverandering vastgoedportefeuille, niet gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille en de niet gerealiseerde waardestijging Verkoop onder Voorwaarden. Twee posten lichten we hierna nader toe.
- De overige waardeverandering vastgoedportefeuille was in 2023 een last van € 60 miljoen door onrendabele investeringen in nieuwbouw en renovaties. In 2024 is dit een positief resultaat van € 6,5 miljoen door het terugdraaien van een correctie over 2023. Wij verwijzen naar de toelichting onder 12.1 in de jaarrekening.
- De niet gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille stijgt naar € 127 miljoen. Dit komt tot uitdrukking in de stijging van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie.
De marktwaarde in verhuurde staat wordt door veel factoren beïnvloed. Aanpassingen en validatie van het Handboek zorgen voor verschillen ten opzichte van de marktwaarde 2023. In 2024 wordt de grootste wijziging veroorzaakt door validatie van de disconteringsvoet, deze daalt ten opzichte van 2023. Dit heeft een positief effect van € 147 miljoen. Overige zaken die van invloed zijn op de marktwaarde in verhuurde staat zijn de stijging van de contract-, markt- en maximaal redelijke huur en de WOZ waarde.
7.2 Ontwikkeling/realiseerbaarheid waarde onroerende zaken in exploitatie
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat
De totale marktwaarde van de vastgoedportefeuille in exploitatie is in 2024 met € 165 miljoen gegroeid naar een waarde van € 1,4 miljard. Dit betreft een waardegroei van bijna 13%. In 2023 was sprake van een beperkte stijging van slechts 2,9% door daling van de verkoopprijzen aan het einde van het jaar. In 2024 zijn de verkoopprijzen weer gaan stijgen. De krapte op de woningmarkt en de licht dalende hypotheekrente hebben een stijgend effect op de marktwaarde.
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is in 2024 gestegen met € 176 miljoen tot een waarde van € 974 miljoen. Dit betekent een waardegroei met bijna 22 % en stijgt dus harder dan de marktwaarde in verhuurde staat. Tot 2024 was de beleidswaarde afgeleid van de marktwaarde in verhuurde staat. In 2024 is sprake van een nieuwe bepaling van de beleidswaarde , ook wel Beleidswaarde 2.0 genoemd.
Beleidswaarde 2.0 - algemeen
De beleidswaarde 2.0 houdt nog steeds componenten van de oude methodiek maar kent ook een aantal grote wijzigingen. In deze nieuwe methode zijn onderstaande veranderingen opgenomen:
- Het aanpassen van de disconteringsvoet naar een niveau dat beter past bij de sociale verhuurder.
- In plaats van 15 jaar looptijd met een eindwaarde wordt de looptijd gesteld op 60 jaar zonder eindwaarde.
- De onderhoudsnorm die standaard voor de gehele levensduur geldt, wordt vervangen door onderhoud op basis van de meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB), met jaarlijks variërende onderhoudslasten.
- Indien er sprake is van een harde verplichting worden noodzakelijke investeringen in de beleidswaarde opgenomen. Deze kunnen voortvloeien uit wetgeving maar ook uit landelijke afspraken. Op dit moment speelt het uitfaseren van E-, F-, en G-labels.
Deze nieuwe systematiek zorgt voor meer stabiliteit in de hoogte van de beleidswaarde. De nieuwe beleidswaarde met de herijkte grenswaarden vergroot de voorspelbaarheid van de vermogenspositie van woningcorporaties.
De financiële ruimte voor de corporatiesector verandert niet wezenlijk door de aanpassingen van de beleidswaarde en de grenswaarden. Voor individuele corporaties kan wel de vermogenspositie veranderen. Naar aanleiding van de aanpassingen stijgt de beleidswaarde. De Aw / WSW hebben daarop de grenswaarden ook aangepast.
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaard en de realiseerbaarheid van de marktwaarde.
Woonpartners is door de overgang naar de marktwaarde in verhuurde staat in 2016 niet rijker geworden. Dit zou alleen het geval zijn als we kiezen voor een marktconforme exploitatie van de huurwoningen. Omdat we blijven uitgaan van onze volkshuisvestelijke (maatschappelijke) uitgangspunten, zoals een lagere huur dan de markthuur, zullen we de marktwaarde in verhuurde staat nooit realiseren. We willen dit ook niet realiseren, omdat een betaalbare huur, de beschikbaarheid van huurwoningen en een goede kwaliteit van onze dienstverlening voor ons voorop staan.
Per 31 december 2024 is in totaal € 973 miljoen (2023: € 866 miljoen) aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen inbegrepen uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van ons beleid. Een belangrijk deel van de marktwaarde in verhuurde staat wordt niet gerealiseerd, omdat er een volkshuisvestelijke bestemming rust op het vastgoed en omdat we bij de marktwaarde in verhuurde staat rekening houden met marktconforme beheerskosten en organisatiekosten. Daarmee komen we tot de beleidswaarde van ons vastgoed. De beleidswaarde is een betere weerspiegeling van de waarde van ons bezit die we kunnen realiseren met ons maatschappelijk beleid. De beleidswaarde sluit beter aan bij ons beleid en is bedoeld om inzicht te geven in de verdiencapaciteit van ons bezit.
De volkshuisvestelijke bestemming komt tot uitdrukking in de beschikbaarheid en de betaalbaarheid.
- Beschikbaarheid: omdat we voldoende huurwoningen aan willen blijven bieden aan onze doelgroepen, verkopen wij slechts beperkt woningen. We willen onze bestaande voorraad sociale huurwoningen op peil houden.
- Betaalbaarheid: de woningen die we aanbieden, moeten betaalbaar zijn en blijven voor de specifieke doelgroepen die we bedienen. We willen de in de markt maximaal haalbare huur niet aan onze huurders vragen.
De marktconforme beheerskosten en organisatiekosten komen tot uitdrukking in de kwaliteit en het beheer:
- Kwaliteit: ten opzichte van de voor de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, maakt Woonpartners extra kosten voor onderhoud. Deze kosten vinden wij zeker gerechtvaardigd doordat ze onze huurders meerwaarde opleveren. De huurders zijn gebaat bij een goed onderhouden woning.
- Beheer: Woonpartners maakt extra kosten voor het beheer, en voor goede dienstverlening aan onze huurders.
Woonpartners heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van ons bezit in exploitatie van € 1,4 miljard en de beleidswaarde van € 974 miljoen van ons bezit. De schatting bedraagt ongeveer € 470 miljoen.
Resultaten Woonpartners
Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde bestaat uit de onderstaande onderdelen. Hierbij moet worden opgemerkt dat in 2023 gerekend is met de beleidswaarde 1.0 en in 2024 met de beleidswaarde 2.0.:
| (bedagen x €1.000) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | %mvs | 2023 | %mvs | Verschil | |
| Marktwaarde in verhuurde staat | 1.444.187,00 | 1.278.872,00 | |||
| Beschikbaarheid | -8264 | -0,6% | 239.530 | 18,7% | -19,3% |
| Betaalbaarheid | -448714 | -31,1% | -498.123 | -39,0% | 7,9% |
| Kwaliteit | -212731 | -14,7% | -257.125 | -20,1% | 5,4% |
| Beheer | 28769 | 2,0% | 34.459 | 2,7% | -0,7% |
| Disconteringsvoet | 170408 | 11,8% | 0 | 0,0% | 11,8% |
| subtotaal | -470532 | -32,6% | -481.259 | -37,6% | 5,0% |
| Beleidswaarde | 973655 | 67,4% | 797.613 | 62,4% | |
7.3 Toezichthouders
We hebben met verschillende toezichthouders te maken:
- De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt namens de minister toezicht. De ILT heeft het toezicht ondergebracht bij de Autoriteit Wonen (AW). De AW beoordeelt de financiële positie van de corporatie en de verbindingen. Bij deze beoordeling komen o.a. de solvabiliteit en de liquiditeit aan de orde. Woonpartners voldoet ruim aan de normen van de AW.Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) beoordeelt of een corporatie aan haar rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen. Het WSW hanteert een risicobeheersingsmodelmodel dat is gebaseerd op het model dat Standard & Poors gebruikt. Dit model is aangepast voor de sociale huursector in Nederland. Met dit model geeft het WSW een oordeel over de risicoclassificatie van de betreffende corporatie. Woonpartners komt uit op het op één na laagste risicoprofiel. In 2024 heeft WSW de regeling voor borgstellingsvergoeding gewijzigd. Er wordt voortaan één tarief gehanteerd waar dit voorheen afhankelijk was van het risicoprofiel van de betreffende corporatie.
Oordeelsvorming over de levensvatbaarheid en financierbaarheid van de corporatie
In 2024 hebben AW en WSW gezamenlijk besloten om de normen voor de LTV en Solvabiliteit aan te passen. Dit is een gevolg geweest van de introductie van de nieuwe beleidswaarde (zie voor beleidswaarde verder in dit verslag).
We hebben de financiële ratio’s op basis van de jaarrekening afgezet tegen de normen van de AW en WSW, ook zijn ze getoetst aan de interne (zwaardere) normen. Woonpartners hanteert zwaardere interne normen voor de ICR en de LTV. We blijven ruim boven de normen van de AW en het WSW. We zijn een gezonde levensvatbare en financierbare corporatie. Doordat we voldoen aan de normen hebben we altijd toegang tot de geld- en kapitaalmarkt tegen gunstige voorwaarden.
| Norm Autoriteit Woningcorporaties | Norm Woonpartners | Woonpartners jaarrekening 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| min. | max. | min. | max. | min. | max. | |
| ICR | 1,4 | 1,7 | 1,9 | |||
| LTV (op basis van beleidswaarde) | 70% | 74% | 26% | |||
| Solvabiliteit op basis van beleidswaarde | 30% | n.v.t. | 66,0% | |||
| Dekkingsratio (op basis van marktwaarde in verhuurde staat) | 70% | n.v.t. | 20% | |||
| Onderpandratio WSW | 70% | n.v.t. | 21% | |||
- ICR (Interest Coverage Ratio) - Geeft inzicht in de liquiditeit van de corporatie. Het kengetal geeft aan in welke mate de rentelasten worden gedekt vanuit het resultaat op operationele activiteiten.
- LTV (Loan To Value) - Geeft de verhouding weer tussen de leningenportefeuille en de waarde van het vastgoed (op basis van de beleidswaarde).
- Solvabiliteit - Geeft de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen weer. Het eigen vermogen is gebaseerd op de beleidswaarde.
- Dekkingsratio - Geeft de verhouding van de marktwaarde van de totale schuld en de waarde van het totale bezit op basis van de marktwaarde in verhuurde staat weer.
- Onderpandratio - Geeft de verhouding van de marktwaarde van de geborgde schuld en de waarde van het bij het WSW in onderpand gegeven bezit weer (tegen marktwaarde in verhuurde staat).
Verwachte impact van de volkshuisvestelijke bedrijfsdoelstelling en de investeringen in duurzaamheid op de toekomstige vermogensontwikkeling
We hebben een ondernemingsplan 2020-2024 met daarin een stevige versnelling in ambitie. Deze ambitie komt tot uitdrukking in grote investeringen in nieuwbouw, duurzaamheidsmaatregelen en renovaties die plaatsvinden. Verder hebben we oog voor de betaalbaarheid van onze woningen. Onze doelstelling is om voldoende financiële ruimte te hebben, zodat we kunnen blijven inspelen op onze volkshuisvestelijke- en duurzaamheidsopgaven in Helmond. Het uitgangspunt is dat we altijd blijven voldoen aan de eisen van de AW en WSW. In 2024 zijn we gestart met het schrijven van het nieuwe ondernemingsplan 2025-2030.
7.4 Het bewaken van de kasstromen
Wij bewaken onze liquiditeit zorgvuldig. Dit doen we door de inkomende en uitgaande kasstromen voortdurend te bewaken en bij te stellen indien nodig. We maken onderscheid tussen kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.
Bedragen x €1.000
| Kasstroomoverzicht | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 6.408 | 8.542 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -22.232 | -43.414 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 13.580 | 33.870 |
| Toename/ afname liquide middelen | -2.244 | -1.002 |
De operationele kasstroom zijn gedaald van € 8,5 miljoen naar € 6,4 miljoen. De huurinkomsten zijn € 1,9 miljoen gestegen. De onderhoudsuitgaven zijn met € 6,8 miljoen gestegen. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een stukje overloop. De renteuitgaven zijn met bijna € 1 miljoen gestegen en we hebben € 1,5 miljoen meer betaald aan vennootschapsbelasting.
Bij de kasstroom uit investeringsactiviteiten zien we een sterke daling van de uitgaven voor nieuwbouw (€ 5,6 miljoen minder) en verbeteringen (€ 13,9 miljoen minder). Een aantal renovatieprojecten zijn in 2024 afgerond.
De kasstroom uit financieringsactiviteiten is door de afname van de investeringskasstromen ook lager dan in 2023.
7.5 Financiële benchmark
In de Aedes benchmark worden de bedrijfslasten van Woonpartners afgezet tegen de bedrijfslasten van andere corporaties. Op die manier worden prestaties van verschillende corporaties vergeleken. In 2024 is er op het onderdeel bedrijfslasten een B behaald. Deze score is gebaseerd op de “Geharmoniseerde, beïnvloedbare netto bedrijfslasten (GBNB)”. In 2023 was de score op het onderdeel bedrijfslasten een A. Hoewel de relatieve score dus gedaald is vindt Woonpartners dit in lijn met haar maatschappelijke doelen.
7.6. Financiële derivaten en Extendible lening
Financiële derivaten
Woonpartners is heel terughoudend met het aantrekken van Financiële derivaten. We voldoen altijd aan de op dat moment geldende regels en het eventueel aantrekken van financiële derivaten is altijd gericht op het beperken van opwaartse renterisico’s. Het gebruik van gestructureerde derivaten en het schrijven van rentederivaten is uitgesloten. Woonpartners heeft op dit moment geen derivaten. Gezien onze leningenportefeuille en het renterisico van de huidige portefeuille is de verwachting dat we in de toekomst terughoudend blijven met het afsluiten van derivaten. Omdat we geen derivaten hebben, hoeft Woonpartners geen liquiditeitsbuffer aan te houden.
Extendible lening
In de leningenportefeuille zit één extendible lening: een langlopende lening in combinatie met een verkochte swaption[1]. Daarbij had ABN-AMRO het recht om in 2017 te kiezen voor een vaste rente (3,9%) of een variabele rente (3 maand euribor). ABN-AMRO heeft de keuze gemaakt voor de vaste rente van 3,9%. De restant looptijd vanaf 2024 is nog 3 jaar. Wij zijn van mening dat het hierin opgesloten (embedded) derivaat apart gewaardeerd moet worden. Woonpartners heeft de waarde van het opgesloten derivaat op de balans onder langlopende schulden gepresenteerd. Het verschil tussen de nominale en de reële waarde van de lening wordt over de resterende looptijd geamortiseerd. Deze mutatie is in het resultaat 2024 verwerkt.
[1] Een swaption is een optie op een Rente Swap.
7.7 Financieel meerjarenbeleid
Bij het opstellen van de begroting 2025 brachten we een nieuw meerjarenperspectief in beeld. In dit meerjarenperspectief zijn onze ambities op het gebied van investeringen, transformatie en energetische maatregelen en asbestsanering verwerkt. Deze komen uit de portefeuilleplan en het ondernemingsplan van Woonpartners.
De meerjarenbegroting 2025 t/m 2029 laat de volgende ontwikkeling zien:
(x€1
| Begroot 2025 | Begroot 2026 | Begroot 2027 | Begroot 2028 | Begroot 2029 | |
|---|---|---|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | |||||
| Huuropbrengsten | 58.805 | 62.849 | 67.295 | 71.993 | 75.116 |
| Opbrengsten servicecontracten | 2.590 | 2.694 | 2.801 | 2.871 | 2.940 |
| Nettoverkoopresultaat vastgoedportefeuille | 249 | 588 | 780 | 814 | 1.062 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 18 | 19 | 19 | 19 | 20 |
| Som der bedrijfsopbrengsten | 61.662 | 66.150 | 70.895 | 75.697 | 79.138 |
| BEDRIJFSLASTEN | |||||
| Afschrijvingen op materiële vaste activa | 727 | 776 | 798 | 525 | 464 |
| Ov. waardeveranderingen materiële vaste activa en vastg.portefeuille | 51.063 | 43.340 | 30.665 | 23.543 | 14.992 |
| Lonen en salarissen | 5.284 | 5.431 | 5.597 | 5.766 | 6.001 |
| Sociale lasten / pensioenlasten | 1.719 | 1.771 | 1.824 | 1.879 | 1.955 |
| Onderhoudslasten | 18.071 | 15.781 | 17.194 | 14.299 | 19.515 |
| Overige bedrijfslasten | 11.113 | 11.618 | 12.305 | 13.018 | 13.459 |
| Totaal bedrijfslasten | 87.977 | 78.717 | 68.383 | 59.030 | 56.386 |
| BEDRIJFSRESULTAAT | 26.315- | 12.567- | 2.512 | 16.667 | 22.752 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 27.281 | 27.997 | 29.576 | 31.320 | 32.246 |
| Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 1.549 | 1.957 | 1.800 | 955 | 1.068 |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | 8.549- | 10.885- | 12.950- | 14.186- | 15.262- |
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 6.034- | 6.502 | 20.938 | 34.756 | 40.804 |
| Belasting resultaat uit gewone bedrijfsvoering | 5.280- | 6.385- | 7.103- | 8.111- | 7.846- |
| Resultaat uit deelnemingen | - | - | - | - | - |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 11.314- | 117 | 13.835 | 26.645 | 32.958 |
Het resultaat na belastingen laat in 2025 een negatief resultaat zien. Dit wordt veroorzaakt door de verwachte marktwaarde ontwikkeling van het bezit rekening houdend met de geplande investeringen in woningen. Uit de meerjarenbegroting blijkt dat Woonpartners een financieel gezonde corporatie is met gezonde ambities die financieel haalbaar zijn. Bij de begroting is ook getoetst of we voldoen aan de financiële ratio’s zoals de toezichthouders die hanteren. Woonpartners blijft ruim binnen de grenzen van de toezichthouders.
Investeringen
In de meerjarenbegroting 2025-2029 staan investeringen in nieuwbouw voor in totaal € 247 miljoen. Daarnaast zijn investeringen in bestaand bezit gepland. Deze bestaan uit renovaties en investeringen in duurzaamheid. Hiervoor is in de jaren 2025 -2029 in totaal € 103 miljoen gepland.
7.8 Stichting Woonpartners en haar verbindingen

Woonpartners participeert in een beperkt aantal verbindingen. De belangrijkste is de WOM Helmond Binnenstad bv. Woonpartners maakt geregeld de afweging of ze de activiteiten in de verbindingen zal voortzetten of zal afstoten. In 2025 zullen de activiteiten in de WOM Helmond Binnenstad bv worden beëindigd.
De directeur-bestuurder vormt het eenhoofdige bestuur van WOM Helmond Binnenstad bv. De activiteiten in de andere bv’s zijn zeer beperkt, gezien de omvang en samenstelling van het bezit. Er is geen personeel in dienst en er worden geen vergoedingen aan de bestuurder en leden RvC verstrekt.
Coöperatie Smart Finance
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| 29-11-2007 (Coöperatie Smart Finance BA) | Het verlenen van ondersteuning in de financieringslasten van particuliere kopers van woningen. | Woonpartners heeft een bijdrage van € 15.000 gestort. Reden van oprichting: deelname van 3 partijen in het product Startersrenteregeling. Naast stichting Woonpartners zijn dit de corporaties Trudo uit Eindhoven en Cascade uit Waalwijk. Het betreft een coöperatie met beperkte aansprakelijkheid (beperkt tot de bijdrage). |
| 17-12-2007 (Social Finance nv) | Uitvoering geven aan de Starters Rente Regeling ®. Deze is van toepassing bij verkoopprojecten met door of namens Woonpartners ontwikkelde koopwoningen. | Risico: zeer laag (beperkt tot bijdrage, er zijn geen garanties verstrekt) |
Woonwagens en Standplaatsen Beheer bv
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| 19-06-2006 | Beheer en exploitatie van de in Helmond gelegen sub kampen met de bijbehorende standplaatsen en woonwagens. Elk van de 4 Helmondse woningcorporaties participeert voor 25% in deze Beheer bv. | Woonpartners heeft € 4.500 aan aandelenkapitaal gestort. In 2015 heeft Woonpartners een agiostorting gedaan van € 240.000 en in 2023 is er een agiostorting van € 52.000 en in 2024 € 183.250 gedaan. Woonpartners heeft een lening verstrekt van € 287.500. Schuldrest per 31-12-2024: € 175.624 Risico: beperkt (aandelenkapitaal en lening, er zijn geen garanties verstrekt). |
WOM Helmond Binnenstad bv
Woonpartners heeft in 2007 een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Helmond en Woningbouwvereniging Volksbelang gesloten om de wijk Weverspoort te herstructureren. Hierbij werden zo’n 400 woningen gesloopt om plaats te maken voor ongeveer 400 nieuwe woningen. Vanwege fiscale overwegingen heeft Woonpartners besloten om dit onder te brengen in de WOM Helmond Binnenstad bv.
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| 20-12-2007 | Ontwikkelen en realiseren van vervangende nieuwbouw (koop en huur) in het herstructureringsgebied Binnenstad. Stichting Woonpartners is 100% eigenaar. | Er zijn geen garanties verstrekt. Het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2024: € 1.039.061 |
Vereniging van Eigenaars bv
Woonpartners maakt deel uit van VvE’s. Deze verbinding ontstaat van rechtswege. Deze VvE’s zijn te verdelen in 3 categorieën:
- VvE’s m.b.t. complexen waarin koop- en huurwoningen zitten.
- VvE’s m.b.t. complexen waarin Woonpartners samen met haar verbindingen zit.
- VvE’s m.b.t. complexen waarbij de commerciële plintruimtes eigendom zijn van een derde partij.
| Oprichting | Doel | Toelichting |
|---|---|---|
| Diverse | Het beheer over de verenigingen van eigenaars en de daarmee samenhangende werkzaamheden. | De financiële deelname van de stichting bestaat uit bijdrages die zij doet aan de VvE’s. Deze bestaan uit exploitatie-uitgaven en dotaties aan onderhoudsvoorzieningen. |